Social Media

Aanmelden nieuwsbrief bisdom Roermond

* indicates required
Mailings bisdom Roermond

Zondag 20 oktober - 29e Zondag door het jaar - Wereldmissiedag

1e lezing: Ex.17,8-13 
2e lezing: 2 Tim.3,14-4,2
Evangelie: Lc.18,1-8 

 

Zal Hij nog geloof vinden?

Geloof is niet zomaar iets voor even, voor een moment; geloof is eerder iets wat in duur, in trouw aan de dag wordt gelegd. Een zaak van volhouden dus en soms dus ook van uithouden. Over volhouden en uithouden gaat het ook in de lezingen van deze zondag. In de eerste lezing gaat het over Mozes wiens omhoog geheven handen (adorante-houding, gebedshouding) na verloop van tijd moe en zwaar begonnen te worden. “Zolang Mozes zijn armen opgeheven hield waren de Israëlieten aan de winnende hand, maar liet hij zijn armen zakken dan won Amalek.” Hij had dan ook ondersteuning nodig: “Aaron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant.” En het volhardend gebed werd beloond met de overwinning van Jozua op de Amalekieten.

Volhardend gebed, daarover gaat het ook in het evangelie van vandaag. Daar vertelt Jezus immers een gelijkenis om aan zijn leerlingen te leren “dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen.” In die gelijkenis gaat het nota bene over een rechter die zich om God noch gebod bekommert. Zelfs die gaat na verloop van tijd overstag als een weduwe hem maar blijft lastig vallen met haar vraag haar tegenover haar tegenstander recht te willen verschaffen. “Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen?” Dag en nacht roepen, volhardend gebed, wij vragen ons dan al gauw af wat dat voor zin heeft. God weet toch al wat wij nodig hebben voordat wij Hem erom vragen (Mt.6,8)? En bidden is toch ook geen kwestie van veel woorden, laat staan van alsmaar dezelfde woorden (Mt.6,7)? Dat kan, mag en zal inderdaad waar zijn, maar geloof is net zoals liefde ook en vooral iets voor de lange duur, een zaak van lange adem. 

Daarom ook dat Jezus er de vraag aan toe durft te voegen: “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” Geloof is niet zomaar iets voor even, iets voor een moment, maar iets voor de lange duur, een zaak van lange adem. Wil je het ook op geloofsgebied kunnen vol- en uithouden, dan zul je je er ook in moeten oefenen, erin moeten groeien. Als geloof niet meer wordt gepraktiseerd, verwatert het en verdampt het. En dan heb je er ook niets (meer) aan als het uur van onze laatste beproeving is aangebroken. Het is dankzij ons (ingeoefende, gepraktiseerde en beproefde) geloof dat we ook stand zullen houden voor het aangezicht van de Mensenzoon (Luc.21,36). Dat ons die genade geschonken mag worden, vooral op voorspraak van Maria die voortdurend voor ons bidt, maar ook en vooral straks, in het uur van onze dood.

 

Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie