Social Media

Aanmelden nieuwsbrief bisdom Roermond

* indicates required
Mailings bisdom Roermond

Zondag 31 maart - 4e Zondag van de 40-dagentijd/Laetare

1e lezing: Joz.5,9a.10-12 
2e lezing: 2 Kor.5,17-21 
Evangelie: Lc.15,1-3.11-32  

 

Thuiskomen

De meeste mensen verlaten vroeg of laat het ouderlijk huis om een eigen bestaan op te bouwen. Veel van onze opvoeding nemen wij met ons mee. Ook de dingen waarmee wij het niet eens waren. Al was het maar door ze demonstratief terzijde te schuiven. Want ik doe het anders! Wij willen ons zelf ontdekken. En op die manier legitimeren wij de keuze voor een totaal andere weg dan die van onze ouders. Katholieke ouders maken dan ook steeds meer mee dat kinderen, wat hun geloof betreft, meer en meer eigen wegen gaan. Velen draaien het geloof van hun ouders de rug toe. Niet uit kwade wil, maar men meent zichzelf daarin niet te kunnen vinden. 

Daarover spreekt vandaag ook de gelijkenis. De jongste zoon van een landbouwer wil op eigen benen staan: “Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb.” De jongste zoon wil op eigen benen staan. Vaders wegen zijn blijkbaar niet langer zijn wegen. Hij denkt dat hij bij zijn vader de vervulling van zijn leven niet zal kunnen vinden: “Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land.” De vader geeft hem de vrijheid en verdeelt zijn vermogen onder zijn kinderen.

In deze vader mogen wij gerust God herkennen. Ook Hij laat ons vrij. Hij grijpt niet in, ook niet wanneer wij kiezen voor eigen wegen. Hoe willen wij immers uit vrije wil het goede kiezen, indien ons God niet de vrijheid laat om het anders te doen? In die zin zou je de houding van God modern mogen noemen. Het gaat goed mis in het leven van deze jonge man. En hij staat in de mensengeschiedenis niet alleen. Op meesterlijke wijze wordt hier geschilderd waar men terecht komt indien men Gods weg verlaat: “En al had hij zich willen voeden met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem.” 

“Toen kwam hij tot nadenken.” Eigenlijk staat er: “Toen kwam hij tot zichzelf.” Hij die zichzelf gezocht had buiten zichzelf, had zichzelf toch niet gevonden. Maar op weg naar binnen toe, in zijn hart, komt hij weer zijn vader tegen. Hier vinden wij misschien de kern van een christelijke zoektocht naar de werkelijke vervulling van ons leven.

“Vader, ik heb misdaad tegen de hemel en tegen U.” Voor velen van ons klinken die woorden vreemd in de oren. Hoe kan ik nu tegen God misdoen indien ik mijn naaste te kort doe? God lijkt ons vaak ver weg. Hij lijkt niets met mijn leven te maken te hebben. Daarom gaan velen aan Hem voorbij in hun zoektocht naar de zin van het leven. “Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen U.” Die jongste zoon kan dat zeggen, omdat God hem meer nabij is dan wij ons zelf nabij zijn. Zonde richt zich allereerst tegen Degene die het dichtst bij ons is, en dat is God. 

Dat mogen wij dus terugzien in deze gelijkenis. De zoon heeft zijn vader verlaten, maar niet de vader de zoon: “Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen.” Waar komen de diepste verlangens van mijn leven tot vervulling? Jezus wijst ons de weg naar God als Vader. God doet zoals zo vele ouders: Hij laat zijn kinderen niet vallen. Dit betekent, dat wij geen veiliger fundament voor ons leven kunnen kiezen dan God. God, die ons beter kent dan wijzelf.

 

Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie

Illustratie: 'De terugkeer van de Verloren Zoon' door de Limburgse schilder Charles Eyck (1897 - 1983). Hij won hiermee in 1922 de Prix de Rome.