Adventsboodschap 2016

Ter voorlezing en/of publicaties in de Limburgse parochies in het weekeinde van 3 en 4 december 2016. 

Broeders en zusters,

Wij bereiden ons voor op Kerstmis. Centraal in de viering van dit feest staat natuurlijk het verhaal van Jezus’ geboorte. Hierin ontdekken we steeds weer een nieuw facet dat het overwegen waard is. Dit jaar valt onze aandacht bijzonder op een vers
uit de engelzang. De engel bemoedigt de herders in hun onrust en hun angst: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap…” (Lc. 2,10). 

“Vreest niet”. Deze aansporing komt in de heilige Schrift heel vaak in allerlei variaties voor. Een ijverige bijbellezer heeft ooit geteld hoe vaak. Hij kwam tot de wonderlijke ontdekking dat het er maar liefst 365 keer in staat! Je zou dus kunnen zeggen dat Gods Woord ons elke dag van het jaar toeroept: “Heb geen angst. Ben niet bang. Wees niet bevreesd”.

Misschien is juist in onze tijd dit appèl noodzakelijk. Onze samenleving vertoont een tegenstrijdigheid. Nooit hadden de meesten van ons het zó goed. Maar toch heerst er bij velen een groot onbehagen. Onderzoeken hebben deze paradox vaker vastgesteld. Privé noemen veel mensen zich gelukkig, maar als gemeenschap zijn we onvoldaan en onzeker. Onze levens zijn zelfs doortrokken van een “angstcultuur”. Mensen zijn bang van elkaar geworden. 

Het brutale geweld van het terrorisme jaagt ons angst aan. Ons vredig samenleven wordt er door bedreigd. Wij maken ons zorgen over de verruwing en verharding in het huidig leefklimaat. Het normale sociale contact wordt er door verstoord. We gaan elkaar zelfs wantrouwen. Met veiligheidssystemen en hangsloten grendelen wij onze huizen af. “Wie kan ik nog vertrouwen,” wordt al gauw gezegd? 

Onmiskenbaar staan wij op een keerpunt in de geschiedenis. De kernwaarden van ons direct samenleven zijn in heel korte tijd grondig veranderd. Een groeiend individualisme verlamt onze onderlinge saamhorigheid. De binding aan elkaar is vluchtig geworden, trouw een moeilijke opgave. 

Voelen wij ons hier wel goed bij? Jonge mensen zoeken langs allerlei wegen naar een houvast. Bejaarden maken zich zorgen over hun oude dag. Het bestaan is voor jong en oud onoverzichtelijk geworden. Onzekerheid bevangt ons. 

Deze onzekerheid vloeit uiteindelijk voort uit de verzwakking of zelfs het verdwijnen van het geloof in God. God, zijn openbaring in Jezus Christus, de kracht van zijn H. Geest. Menigeen weet er maar moeilijk raad mee. Mensen proberen in onze tijd te leven zonder God. Zonder besef van zijn zorg. Zonder gevoel voor zijn liefde. 

En in het verlengde hiervan ook vaak genoeg: zonder de eigen bekommernis om hem of haar die toch onze medemens is. Is God niet langer onze Vader, dan zijn wij ook niet langer broeders en zusters van elkaar. Dit ontbreken van God en de naaste, dát maakt angstig. 

Mogen wij als christenen in deze angstcultuur berusten? In de Adventsliturgie klinkt de oproep tot “waakzaamheid” in allerlei teksten door. Juist als gelovigen mogen wij niet voorbij leven aan de problemen van de tijd. Wij moeten op onze hoede zijn, ervoor waken dat de macht van het kwaad ons niet overmeestert. 

Met alle mensen van goede wil gaan wij op zoek naar een vreedzame samenleving. Het evangelie vraagt solidariteit in het bestrijden van alles wat een menswaardig bestaan in de weg staat. Het geloof in Jezus staat haaks op elke vorm van onverschilligheid. Paus Franciscus waarschuwt voortdurend voor wat hij een “globale onverschilligheid” noemt.

De angstaanjagende situatie van een gewelddadige wereld schudt ons wakker. In ons oppervlakkig leefklimaat sluiten wij vaak de ogen voor de macht van het kwaad. Laten wij ons hart openen voor de velen die gevlucht zijn uit de ellende van hun verwoest thuis.

De angst van mensen in onze tijd is echt niet ongegrond. We kunnen niet ontkennen dat een duivelse macht te midden van ons werkzaam is. Die moet met alle deugdzame middelen bestreden worden. Een heel eenvoudig, maar zeer werkzaam middel houdt Sint Paulus ons nog steeds voor: “Overwint het kwade door het goede” (Rom. 12,21). 

Wij mogen ons zeker niet door de angst laten verlammen. Angst is immers een slechte raadgever. De kerstengel waarschuwt ons daarom: “Vreest niet”. En hij voegt er aan toe: “Want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap... Heden is u een Redder geboren, Christus, de Heer…” (Lc. 2,10v.).

God is geen vreemde voor ons gebleven. Geen verre afwezige. Uit de stilte van zijn verborgenheid is Hij in Jezus ons rakelings nabij gekomen. Hij heeft zijn zwijgen doorbroken. De gesloten hemel geopend. Het Woord van God is vlees geworden en woont te midden van ons.

Het geloof in het Kerstkind schenkt ons in onze soms angstige situatie steeds nieuw vertrouwen en hoop. Het is een moeilijke taak geworden deze deugden een stabiele plaats in ons leven te geven. Om de spiraal van onze angst te doorbreken, is moed nodig. De moed van een volhardend geloofsgetuigenis. Naar een woord van dominee Martin Luther King: “Wij moeten voortdurend dijken van moed opwerpen tegen een stortvloed van de angst”. Christus’ geboorte schenke ons die kracht van zijn rust en redding!

Roermond,


+ Franz Wiertz,
Bisschop van Roermond 

Naar PDF-versie van de Adventsboodschap >>

     
     
     
     
     
Susteren-Echt