Bezinning op het Woord

ZONDAG 15 JULI 2018. 15e zondag door het jaar  

 
1e lezing: Am.7,12-15
2e lezing: Ef.1,3-14 of 3-10
Evangelie: Mc.6,7-13
 
Uitzendbureau
 
God was zijn tijd ver vooruit. Al lang voordat het woord bestond had Hij al 'uitzendkrachten'. Amos was er een van. We hoorden over hem in de eerste lezing. Hij was veehoeder en vijgenkweker. Een man met een gezond boerenverstand dus en met het hart van een herder. Met vierkante woorden wist hij de dingen scherp te benoemen. De uitbuiting van armen bijvoorbeeld door de rijke elite. “Zij worden verkocht alsof ze een paar versleten schoenen zijn”, zegt Amos. Corruptie en uitbuiting, dat gaat niet samen met God dienen. Wie God wil dienen moet ook de armen dienen en recht doen. Ook onze paus Franciscus draagt dat uit.
 
 
De woorden van Amos vallen slecht bij Amasja, de officieel aangestelde priester van het heiligdom van de koning. Waarschijnlijk was hij ook een meeloper en ja-knikker van de koning en van de rijken. Maar Amos is niet bang. Hij voelt zich geroepen om te zeggen wat hij in geweten zeggen moet. Al is hij geen profeet met een vaste aanstelling. Hij is zomaar een uitzendkracht van God.
 
Jezus zendt ook mensen uit, zijn apostelen. Om het kwaad bij de naam te noemen en om het te verdrijven door er iets goeds tegenover te stellen. Om zieken op te beuren, te genezen, te zalven en verkwikking te brengen. Hij zegt dat ze niet te veel moeten meenemen. Een stok om op te steunen, een paar sandalen en niet te veel kleren. Ja, je neemt soms veel te veel ballast mee op je tocht. Deze maand laden weer veel mensen hun caravan vol als ze erop uit trekken. Kilo’s aardappelen, alsof er over de grens niets meer te krijgen is. Veel te veel kleren. De helft gebruiken ze niet eens, bij 36 graden in Italië of Zuid Frankrijk. Neem maar niet te veel mee, zegt Jezus tot zijn vrienden. Ook geen geleerde redeneringen of populaire trucs. Neem vooral je zelf mee en een goed hart voor de mensen die je tegenkomt. Straal een geest uit van optimisme en Godsvertrouwen. Daarmee verdrijf je veel kwade geesten.
 
Hij stuurt hen ook twee aan twee uit. Dan kan de een wijzen op de liefde voor God. De ander moet zeggen: vergeet ook de naaste niet. Zo zegt het de kerkvader Gregorius. Twee aan twee, dan kunnen ze elkaar aanvullen, bemoedigen en ook corrigeren misschien. Want leven in je eentje hou je niet vol. Geloven in je eentje ook niet. Ook al denken velen dat tegenwoordig. Ze zeggen de Kerk niet nodig te hebben. Ze vergissen zich. We hebben elkaar nodig als medemens, ook als medegelovige. Zeker in de tijd waarin we nu leven. Hij stuurt ook ons uit. Door ons Doopsel en Vormsel zijn ook wij uitzendkrachten van God geworden. En we hebben allemaal wel iets goeds door te geven. Amos deed het als veehoeder en vijgenkweker. De een doet dat als ouder voor zijn kinderen, als vrijwilliger in de gemeenschap. Of als opa of oma. Ja, ook als je met een rollator loopt en bijna nergens meer kunt komen, kun je toch nog een lieve opa of oma zijn. Je hebt nog altijd een hart dat kan liefhebben en goed doen. En daarmee ben je voor God een uitstekende uitzendkracht.
 
En als je een keer niet welkom bent met je goede bedoelingen, schud dan het stof maar van je voeten. Als je in Jezus’ dagen geen water werd aangeboden om je voeten te wassen, was dat een teken van on-gastvrijheid, een teken dat je niet welkom was. Schud dan maar zelf het stof van je voeten, zegt Jezus. Je mag best even je pijn laten merken, maar je moet niet boos worden. Verbreek niet het contact. Zet ook geen voet tussen de deur. Ga gewoon verder en zeg en doe wat God je ingeeft. God weet, gaan straks de deuren die nu gesloten blijven toch wel weer open. Dat is Jezus’ reisadvies voor zijn leerlingen toen en voor ons zijn leerlingen vandaag.
 
 
 
ZONDAG 22 JULI 2018. 16e zondag door het jaar
 
1e lezing: Jer.23,1-6 
2e lezing: Ef.2,13-18 
Evangelie: Mc.6,30-34 
 
Rust nemen
 
Rust nemen. We weten hoeveel mensen door te hard te werken en te veel te willen te moe zijn om uit te kunnen rusten. Dat schaadt de menselijke ziel. Jezus nodigt zijn leerlingen na hun terugkomst van hun zendingsopdracht uit te rusten. Het evangelie past wonderwel in deze vakantietijd. Zelfs in deze vakantietijd nemen mensen hun onrust mee. Dat kan zijn omdat ze oververmoeid zijn, tobben over problemen. Ver reizen is niet altijd een goede oplossing. Je kunt bij wijze van spreken meer rust vinden aan de keukentafel van iemand bij wie jij je welkom weet, dan wanneer je een cruise maakt. Ten diepste gaat het bij ‘rust vinden’ om thuiskomen bij jezelf.
 
 
Je diepste zelf vinden in relatie tot de schepping, de medemens, God. Als mens zijn we onderdeel van het grote geheel van de schepping. De vakantie biedt wel meer mogelijkheden, los van het dagelijkse werken, om jezelf te overstijgen in ervaringen van de uitgestrekte zee, de milde schaduw van een boom, een zonsondergang. We zijn zoveel meer dan ons verleden en onze toekomst. We zijn beeld van God: in de rust kan de ervaring groeien dat zijn liefde in ons opnieuw mens wil worden. Dat is rusten, uitrusten: recreëren, herschapen worden. Opnieuw geboren worden. Worden wie we zijn: beeld van God in Jezus Christus ons geopenbaard.
 
 
 
ZONDAG 29 JULI 2018. 17e zondag door het jaar 
 
1e lezing: 2 Kon.4,42-44
2e lezing: Ef.4,1-6  
Evangelie: Joh.6,1-15 
 
Meer dan brood alleen
 
Elke eucharistieviering draagt de priester bij de offerande brood en wijn aan God op en zegt daarbij: het is de vrucht van de aarde of de wijnstok, het werk van onze mensenhanden. En dan bidden we: “Maak het voor ons tot brood/bron van eeuwig leven.” Dat is wat Jezus in het evangelie vandaag laat gebeuren. Hij krijgt van de mensen de materie voor het wonder aangereikt. Brood en vis in dit geval. Het is het beetje wat mensen te bieden hebben. Maar dat is ook genoeg. Let op dat Jezus niet uit het niets schept op dit moment. De schepping uit het niets door het Woord is eerder gebeurd. Nu neemt Jezus aan wat die schepping heeft voortgebracht. 
 
 
In de eerste plaats verduidelijkt Hij daarmee ook zijn eigen menswording. Het Woord neemt het vlees aan uit de mens Maria en de kracht van de Geest. Wat bij de broodvermenigvuldiging gebeurt, is een soort incarnatiegeheim. Opnieuw neemt het Woord de gaven van de mensen aan, bidt tot zijn Vader en dit brood wordt gebroken tot een overvloed die niet meer te stoppen is. Toegepast op de eucharistie, waar het een voorafbeelding van is: ook daar bieden we brood en wijn aan en door Jezus’ woord en de Geest die we afsmeken voor de consecratie, worden deze menselijke gaven tot hemelse gaven en schenken ze een overvloed van genade die ver boven de schamele materie uitstijgt. Op die manier bieden we ze aan de Vader aan bij de offerande en tijdens het Eucharistisch gebed gebeurt opnieuw wat de hele zending van Jezus is: het Woord dat het vlees aanneemt, deelt zijn eigen vlees uit. Opdat de mensen gered worden en de medelijdende barmhartigheid van de Vader vervuld kan worden.
 
In het vervolg van dit evangelie, tijdens de broodrede die we de komende zondagen gaan horen, zal Jezus dan verder ingaan op de betekenis van het levend brood, de noodzaak om het vlees van de Mensenzoon te eten en vooral te geloven in Hem. Dat laatste is ook de uitdaging aan ons allen vandaag. Geloven in het wonder zoals het in het evangelie verteld wordt en zoals het in de eucharistie aan ons gebeurt vandaag. Geloven, dat wat begon in de schoot van de Maagd en als echte mens geboren werd in Bethlehem, zichzelf nu uitdeelt met datzelfde heilbrengend Lichaam. Waarlijk, hier is veel meer dan brood alleen, hier is God zelf aanwezig.
 
 
 
ZONDAG 5 AUGUSTUS 2018. 18e zondag door het jaar 
 
1e lezing: Ex.16,2 4.12-15 
2e lezing: Ef.4,17.20-24  
Evangelie: Joh.6,24-35 
 
Niet hamsteren
 
Het volk van Israël is na meer dan vierhonderd jaar ballingschap en slavernij bevrijd uit Egypte. Weggaan is één ding: zich aanpassen aan een nieuwe plek is heel wat anders. Geldt dat voor vakantiegangers in het klein; voor het volk van Mozes had de uittocht uit Egypte heel grote consequenties. Op deze weg in het onbekende is Mozes hun reisleider. Zolang het goed gaat, hoor je niets. Wij krijgen vandaag echter een ander geluid te horen: ”Waren wij maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte, waar we bij de vleespotten zaten en volop brood konden eten.”
 
 
Mozes ontpopt zich vervolgens als een uitstekend leider, in staat om crisismomenten het hoofd te bieden. Hoe doet hij dat? Mozes leeft met God. Hij hoeft dan nog slechts uit te leggen, welke weg God uitgestippeld heeft. Maar die uitleg is wezenlijk. Het volk dat eenkennig is en alleen vertrouwt op wat men van thuis uit gewend is, moet grenzen leren verleggen en daarin kunnen vertrouwen op de reisleider.
 
Niet langer leven vanuit eigen inzichten. En wanneer het gaat om het dagelijks brood: niet hamsteren, ook al lijkt het in de woestijn raadzaam om het spaarzame dat men vindt onmiddellijk op te slaan voor de tijden dat men niets meer heeft. Neen, het volk mag het manna niet opslaan. En waarom niet? De tekst is duidelijk: het volk dient aan God te bewijzen, dat zij onder Gods leiding grenzen willen verleggen. Het volk dient aan te geven vol vertrouwen te willen leven onder Gods wet met Mozes als gids. In feite zien wij in het evangelie een zelfde soort situatie. Jezus heeft als een geweldige leider de buiken van de mensen gevuld. En wie wil dat niet, goed eten? En om die reden zoeken de mensen als vanzelf opnieuw bij Jezus aansluiting. De Heer is echter weinig enthousiast: ”Niet omdat jullie de tekenen gezien hebben maar omdat uw honger gestild is, zoeken jullie Mij.”
 
“Werkt niet voor het voedsel dat vergaat.” Zo waren er in de woestijn mensen die zich niet stoorden aan Gods opdracht om slechts voor een dag manna te verzamelen. Wat zij echter verzameld hadden was de volgende dag bedorven. Neen, verzamelen voor een dag moest tot uitdrukking brengen: wij vertrouwen op Gods voorzienigheid die zich openbaart in het voedsel, dat God elke dag opnieuw geeft, aldus Mozes’ uitleg. 
 
Zo is het ook in het evangelie. De broodvermenigvuldiging heeft een veel diepere betekenis. Het wonder daagt de mensen uit Jezus te volgen en met Hem ook grenzen te overschrijden. Durf te leven als kind van God. Vertrouw niet alleen of zozeer op eigen inzicht en kracht: geef je over. Sterker nog: durf geloven, dat Jezus ons wil verzadigen met een voedsel dat inderdaad grenzenverleggend werkt tot over de grens van de dood heen. 
 
Bovendien, in Jezus is meer dan in Mozes. Jezus zegt zelf: ”Wat Mozes u gaf, was niet het brood uit de hemel.” Jezus zelf is het brood uit de hemel. Met andere woorden: Hij is niet alleen de reisleider, Hij is bovendien het voedsel voor onderweg en niet te vergeten als Zoon van God doel van de reis. En daarom is het goed om tot Hem te gaan. Wij worden uitgedaagd het in zijn gezelschap uit te houden en niet terug te keren naar de vleespotten van Egypte.
 
 
 
ZONDAG 12 AUGUSTUS 2018. 19e zondag door het jaar
 
1e lezing: 1 Kon.19,4-8
2e lezing: Ef.4,30 5,2 
Evangelie: Joh.6,41-51 
 
Geloven is geen bijzaak
 
Wanneer we een zin uit zijn context halen, kunnen we aan een uitspraak een geheel andere - zelfs vaak een tegenovergestelde - betekenis geven. Dit gebeurt vandaag in het evangelie. Het volk dat, daags na de ‘Broodvermenigvuldiging’, Jezus aan de overkant van het meer gevonden had, kreeg uit Jezus’ mond het volgende te horen: “Werkt niet voor het voedsel dat vergaat....”
 
 
Bedoelt Jezus, dat we dan maar niet moeten gaan werken? Juist wel! We moeten werken en ons geheel inzetten voor de taken en de opdrachten waar we voor staan: de algemene opdracht van God aan ons mensen om ons in te zetten voor de hernieuwing van zijn schepping en de opbouw van Gods Kerk en te leven en te werken vanuit een diepe verbondenheid met God.
 
Leven vanuit de sacramenten, de eucharistie. Juist via de eucharistie is Christus in ons werkzaam en geeft Hij ons het onvergankelijke leven. Daarom geeft Jezus het volk ook ten antwoord: “Dit is het werk dat God van u vraagt: te geloven in Degene die Hij gezonden heeft.” Dit is de juiste context voor Jezus’ uitspraak: ”Werkt niet voor het voedsel dat vergaat.” Geloven in Jezus en doen wat God van ons verwacht. Geloven is hiermee geen bijzaak meer, geen leuke aanvulling op de inhoud van ons leven, ons doen en laten.
 
Neen, het gaat Hem om geloven in God, aan Gods Woord in Jezus Christus. Trouw zijn aan de Eucharistie is geen bijzaak, het is de hoofdzaak van ons leven. Werken voor en in Gods schepping en Kerk, geloven in het ‘Brood des levens’ (Christus in de Eucharistie). Christus ontvangen als ‘Brood des levens’ is hetgeen waarom het in het leven gaat. Verstaan wij de juiste betekenis van Jezus’ woorden en bereiden we ons daarom ook nu weer goed voor op deze ontmoeting met Christus in de Communie: de eeuwig levende.
 
 
 
WOENSDAG 15 AUGUSTUS 2018. Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming
 
1e lezing: Apok. 11,19a;12,1.3 6.10
2e lezing: 1Kor.15,20-26 
Evangelie: Lc.1,39-56
 
Gods woorden
 
Als Maria in de hemel wordt opgenomen: hoe wordt zij dan begroet? Wat roepen de engelen en heiligen haar toe? Zij kiezen de woorden van God zelf. De woorden die vandaag in het evangelie staan. Daar lezen wij hoe Maria bij Elisabeth komt. En Elisabeth begroet haar. Maar niet met woorden die van haarzelf komen. Vóór zij spreekt staat er: “Elisabeth werd vervuld van de heilige Geest.” Wat zij dan zegt, komt dus van God: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen” en “zalig zij die geloofd heeft.” Er zijn geen betere woorden dan Gods woorden. En heel de hemel roept haar die toe. Wij mogen meedoen met de hemel. Wij mogen instemmen met die woorden en doen dat ook. In ieder ‘wees gegroet’ herhalen wij het: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Wij bidden dat vaak wat automatisch. Laten wij er meer bij stilstaan dat veel van de woorden in dat gebed van God komen. Dat we ze daarom met meer liefde en eerbied uitspreken.
 
 
 
ZONDAG 19 AUGUSTUS 2018. 20e zondag door het jaar 
 
1e lezing: Spr.9,1-6 
2e lezing: Ef.5,15-20 
Evangelie: Joh.6,51-58  
 
God voedt ons
 
De lezingen van deze zondag spreken over het houden van een maaltijd. Het boek der Spreuken beschrijft vandaag een goed gedekte tafel met heerlijke spijzen en uitgelezen wijnen. En ook de woorden van het evangelie gaan over eten als verdere uitleg van de wonderbare broodvermenigvuldiging. Tegelijkertijd is het logisch, dat hier niet zomaar over eten gesproken wordt. Het boek Spreuken spreekt over een maaltijd voor mensen die geen inzicht hebben. Juist door te eten en te drinken wat de gastvrouw voorzet komen zij tot bezinning. Sterker nog: het gaat hier over het tafelen met de Wijsheid als gastvrouw.
 
 
En Jezus gaat nog een stapje verder. Allereerst is Hij degene die het echte brood uit de hemel geeft en niet Mozes. Bovendien noemt Hij dat brood zijn vlees en bloed. Maar wat wordt hier nu bedoeld? Wie namelijk dit zesde hoofdstuk van Johannes verder leest, mag ook hier concluderen: de meeste toehoorders zijn blijkbaar zonder inzicht, zoals zo velen in de ogen van de schrijver van het boek der Spreuken . 
 
Wat wil dat zeggen? Misschien kan een voorbeeld ons verder helpen. Bij een Doop komen wij, nadat het kind in de doopkapel gedoopt is, met de dopeling via het middenpad van de kerk naar het altaar. Dat heeft een diepe betekenis. Wie gedoopt is, wordt binnengeleid in het geheim van Jezus. Bij het altaar gekomen wordt de aandacht van de ouders van de dopeling dan ook op het altaar gericht. Het altaar ziet er uit als een tafel. En de tafel is de normale plek waar wij gevoed worden. Blijkbaar betekent leerling van Jezus zijn, dat wij vooreerst door Hem gevoed worden.
 
Welnu, de ouders thuis hebben ook een tafel. En wij mogen ervan uitgaan, dat zij hun kind het beste geven van wat zij in huis hebben. Geldt dat allereerst letterlijk voor het voedsel dat op tafel komt; in feite wordt echter met die tafel ook bedoeld, wat zij als ouders het kind aan opvoeding, warmte en liefde meegeven. Goede ouders geven hun kinderen alles wat zij in huis hebben.
 
Welnu, de altaartafel wil ons zeggen: God voedt ons. Hij wil ons opvoeden, warmte schenken en thuis doen komen bij Hem, die Liefde is. Hij geeft alles wat Hij in huis heeft. Hij geeft Zichzelf: ”Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat Hij zijn leven geeft.” God heeft in Jezus niet iets gegeven maar zichzelf. Wat gebeurt er nu op het altaar? Als wij in opdracht van Jezus de woorden spreken: “Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed”, dan komt die zelfgave van Jezus op het altaar aanwezig in brood en wijn. 
 
Gods wijsheid, waarover het boek Spreuken verhaalt, krijgt kleur en inhoud, wordt vlees en bloed in de zelfgave van Jezus. Gods wijsheid betekent: wie zich geeft, verliest niet maar wint. Op het altaar vieren wij Gods uitdaging van liefde, waarover de eerste lezing zegt: ”Wie onervaren is en wie geen inzicht heeft, laat hem tot bezinning komen”. Hoe? Door te eten. Dat wil zeggen, dat wij de bloedige zelfgave van Jezus in ons toelaten, voor ons tot voedsel laten worden zoals het dagelijks brood met de uitdagende uitnodiging: doe jij dat ook!
 
Illustraties: Lumo project
 

Bezinning op het Woord

Bezinning op het Woord is een uitgave van Dienst Liturgie en Kerkmuziek van het Bisdom Roermond. De uitgave is bedoeld voor allen die zich willen verdiepen in de liturgie van de eucharistie. Bezinning op het Woord biedt een inleiding, een korte bezining, voorbeden en verwijzingen naar de teksten van de dagelijkse liturgie. 

 

Abonnement

Bezinning op het Woord verschijnt elke maand als handzame brochure. Kosten abonnement:

Particulieren Nederland/België: € 21,50
Parochie en kloosters in Nederland/België: € 24,-
Overige Europese landen: € 41,50
Buiten Europa: € 51,50

 

Administratie Bezinning op het Woord (BOHW)

Postbus 470
6040 AL  Roermond
abonnement-bohw@bisdom-roermond.nl

     
     
     
     
     
Susteren-Echt