Bisschop bezoekt wijkpastoraat Heerlen

In zijn reeks van diaconale werkbezoeken bracht bisschop Frans Wiertz woensdag 3 september een bezoek aan het wijkpastoraat in Heerlen. Hij liet zich er informeren over diverse diaconale projecten.


In de Andreasparochie sprak de bisschop met diaconale parochievrijwilligers en met coördinatoren, bestuursleden en vrijwilligers van projecten als ATD Vierde Wereld, Job2Job, Vincentiusvereniging, verslaafdenzorg, geestelijke gezondheidszorg en het SchuldHulpMaatje-project. Zij maakten duidelijk dat de problemen in een stad als Heerlen er zeker niet minder op worden. In deze tijden van economische neergang raken nog altijd heel veel mensen tussen wal en schip. De redenen zijn zeer divers, maar vanuit de hulpverlening kan echt hulp worden geboden. Ook omdat diverse organisaties met iedere hun eigen expertise op een goede manier samenwerken en de communicatie onderling snel is en efficiënt kan werken. Ook omdat men elkaar niet alleen binnen kantooruren 'lastig valt'…

Dat wordt al duidelijk als enige cijferwerk naar voren wordt gebracht: vanuit het project SchuldHulpMaatje bijvoorbeeld, waarbinnen op dit moment 29 vrijwilligers actief zijn die 66 cliënten begeleiden, zijn in de voorbije drie jaren meer dan 100 cliënten zodanig op weg geholpen dat zij weer volledig op eigen benen kunnen staan. De financiële bijdragen houden echter geen gelijke tred met het belang van het verrichte werk, zo werd tijdens de gesprekken duidelijk. Bondig samengevat was te horen dat “vanuit de kerken bijvoorbeeld steeds meer te beluisteren is dat er weinig geld beschikbaar is voor dit soort projecten terwijl andere fondsen of instellingen een bijdrage van kerkelijke zijde als een voorwaarde stellen om op hun beurt een bijdrage te leveren. Bovendien trekken lokale overheden zich merkbaar steeds verder terug in het kader van bezuinigingen als het over subsidies gaat. Dat terwijl zij erkennen dat ons werk de locale overheid tijd en geld bespaart.”

De onrustbarende conclusie moet dan ook zijn zoals een van de deelnemers zei: “Veel diaconale projecten zijn kostbare – en dat niet in financiële zin bedoelt - maar broze projecten. Ieder jaar opnieuw is het vechten om de budgetten rond te krijgen om verantwoorde zorg te kunnen verlenen. Volgend jaar zou het voor een project als het onze zo maar eens over en uit kunnen zijn”. 

Van verschillende zijden werd benadrukt dat het van groot belang is op welke manier hulpverleners hulpvragers benaderen. "Iedereen die je ontmoet en die hulp nodig heeft, moet aan jou merken dat je hem of haar serieus neemt. Dat je op voet van gelijkwaardigheid met elkaar omgaat, op basis van respect al is de ander anders; dat je de mens en zijn verhaal serieus neemt; dat de mens binnen iedere hulpverlening centraal moet staan. Als hulpverlener moet je je hart voor de ander openstellen. Meer is niet nodig. Ze mogen zijn wie ze zijn. Wanneer je mensen op die manier tegemoet treedt, dan zie je ze groeien en opbloeien. Een opgave misschien in een maatschappij die nog duidelijk aan het verharden is. Maar wel een die in het verlengde ligt van de boodschap van Jezus."
 
Samen met wijkpastor Fien Cruts van de stichting Wijkpastoraat Heerlen-Noord bezocht de bisschop enkele gezinnen. Het bezoek werd afgesloten met een maaltijd in de voormalige pastorie van de wijk Vrank waarbij de bisschop sprak met bestuursleden van verschillende diaconale stichtingen in Heerlen. Daarbij was ook stafmedewerker Hub Vossen van de bisdommelijke dienst Kerk en Samenleving aanwezig, die namens het bisdom betrokken is bij het wijkpastoraat in Heerlen.

Aan het slot van de ontmoetingen gaf bisschop Wiertz aan dat hij uit zijn tijd als parochieherder de noden herkende die die ochtend naar voren waren gebracht. Hij zei het als bemoedigend te ervaren dat de diaconie in de Heerlense wijken structureel wordt aangepakt. Dat mensen die uitgestoten, die gekwetst zijn, vanuit acceptatie en op voet van gelijkheid worden bejegend. Hij benadrukte daarbij dat diaconie die vanuit de christelijke overtuiging wordt bedreven ook als zodanig herkenbaar zou moeten zijn. "Het is goed dat er zo'n groepen als de uwe zijn. De meeste zijn vanuit een geloofsachtergrond begonnen. Natuurlijk kun je ook vanuit een andere achtergrond heel goed werk verrichten, maar in deze seculiere tijd is het uitermate belangrijk dat mensen op de een of andere manier oppikken dat dit werk met geloof te maken heeft. Wie diaconie vanuit een christelijke overtuiging bedrijft, mag zijn of haar motivatie tonen, feitelijk een getuigenis geven. Daarbij denk ik dat mensen ontvankelijker zijn voor diaconie dan voor catechese of liturgie. Dat voorbeeld van christelijk handelen treft het hart en kan mensen eerder weer bij geloof en kerk betrekken. Daarom moeten we niet te benauwd zijn om te laten zien dat diaconie iets met de kerk te maken heeft. We moeten de bron, de wortels laten zien waarin ons handelen zijn fundament vindt."


 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt