Bisschop over opvang vluchtelingen: Barmhartigheid is een kernwaarde

Barmhartigheid is een kernwaarde voor gelovige christenen. En niet verboden voor mensen die niet- of anders gelovig zijn. De wereld wordt er mooier en beter van. Dat zegt bisschop Frans Wiertz in een opinie-artikel over de opvang van vluchtelingen dat woensdag 25 november 2015 verscheen in een speciale bijlage van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad. Bijgaand de volledige tekst van de bijdrage van de bisschop.

In oude Bijbelverhalen is te lezen hoe hele volken uit hun land verdreven werden en elders een veilig heenkomen moesten zoeken. Soms als gevolg van armoede en hongersnood. Soms als gevolg van oorlogen en vreemde overheersingen. Ook uit de recentere geschiedenis kennen we hele volksverhuizingen. Wanneer zo’n stroom mensen eenmaal op gang gekomen is, is die niet zomaar te stoppen. 
 
Ditzelfde maken we nu al enige tijd mee. De volle omvang daarvan werd afgelopen zomer duidelijk, toen duizenden vluchtelingen tegelijk vanuit het Midden-Oosten voor de poorten van Europa stonden. Maar wie goed opgelet heeft, kon deze exodus enkele jaren geleden al zien aankomen. Vlak na zijn aantreden in 2013 bracht paus Franciscus al een bezoek aan het eiland Lampedusa. Daar strandden toen al wekelijks honderden vluchtelingen in kleine bootjes vanuit Afrika. Velen haalden de kust niet eens en vergingen met man en muis op open zee. Een enorme menselijke tragedie. 
 
Het gebaar van Franciscus om bij zijn eerste werkbezoek als paus uitgerekend naar de slachtoffers van het vluchtelingendrama op Lampedusa te gaan, heeft diepe indruk gemaakt. Hij legde direct de vinger op een zere plek van Europa, dat zichzelf graag ziet als koploper in de wereld op het gebied van kennis, welvaart en een betrekkelijk lange periode van vrede. 
 
Het zijn juist deze verworvenheden van Europa, die aantrekkingskracht uitoefenen op mensen van elders. Zo vreemd is dat niet. We willen toch allemaal in vrede kunnen leven, een dak boven ons hoofd hebben en ons dagelijks brood verdienen? De mensen in Afrika of het Midden-Oosten net zo goed als wij hier in Europa. Wanneer hen dat ginds ontnomen wordt, is het logisch dat zijn bij ons aankloppen.
 
Er is een aantal goede redenen waarom wij ons open mogen stellen voor hun komst.  Op de allereerste plaats vanuit humanitair oogpunt. Mensen die op de vlucht zijn, die huis en haard verlaten hebben, die op zoek zijn naar eten, drinken, een dak boven hun hoofd en een bed om in te slapen, kunnen we niet in de kou laten staan. Het is onze – christelijke – plicht om onze naaste helpen. Of om een oud woord af te stoffen: het is onze plicht om barmhartig te zijn. 
 
Paus Franciscus heeft 2016 uitgeroepen tot een Heilig Jaar van de Barmhartigheid. Daarin stelt hij ondermeer de werken van barmhartigheid centraal: de hongerigen voeden, de naakten kleden, de vreemdelingen opnemen, om er een paar te noemen. In het evangelie volgens Matteüs (hoofdstuk 25, 35-46) worden ze uitvoerig beschreven. Wanneer de vraag gesteld wordt: “Wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven? Wanneer hebben we u als vreemdeling gezien en u opgenomen, of naakt en hebben we u gekleed?” luidt het antwoord van Christus: “Wat je voor de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.” 
 
Barmhartigheid is een kernwaarde voor gelovige christenen. En niet verboden voor mensen die niet- of anders gelovig zijn. De wereld wordt er beter en mooier van. Om zelf een daad te stellen, hebben we een aantal kerkelijke gebouwen in Limburg beschikbaar gesteld om opvang mogelijk te maken.
 
Natuurlijk begrijp ik de vragen en twijfels van veel mensen. Angst misschien zelfs: “Wat komt er op ons af? Wie komen er naar ons toe? Wat betekent deze volksverhuizing voor de toekomst van mijn kinderen?” Terechte vragen. Maar angst is altijd een slechte raadgever. Een tweede reden om vluchtelingen hartelijk te ontvangen, is dan ook dat integratie veel beter verloopt wanneer mensen van elders zich welkom weten en zich niet buitengesloten hoeven te voelen. Onbekend maakt onbemind. Wederzijds. We moeten vluchtelingen daarom niet opsluiten in grote kampen, ver van de bewoonde wereld, maar ze juist opnemen in onze gemeenschap, in onze buurt, in onze verenigingen, in onze parochies. 
 
Als kerk lanceren we daarom graag samen met andere partners het project ‘Vluchtelingenmaatje’. Laten we niet met een boog om een AZC of een centrum voor noodopvang heenlopen, maar erop af stappen. Laten we kennis gaan maken, mensen uitnodigen: om samen een kop koffie te gaan drinken, om ze wegwijs te maken in onze samenleving, om te helpen met vertalen, om samen te voetballen en als het gepast is om ook samen te bidden. 
 
Door de eeuwen hebben we dat in Limburg altijd zo gedaan. Door onze ligging hebben we altijd te maken gehad met vreemdelingen die door onze regio trokken of zich tussen ons vestigden. In de voormalige mijnstreek dragen heel wat mensen een buitenlandse achternaam. Zijn ze daarom minder Limburgs?  
 
Een tijd geleden mocht ik samen met een dominee een werkbezoek brengen aan een AZC. De dominee vroeg aan enkele jonge mensen die daar verbleven: “Wat geeft jullie hoop?” Het antwoord luidde in alle gevallen ondubbelzinnig: “Mijn geloof.” Dat geeft te denken. Voor veel mensen in Nederland speelt het geloof jammer genoegd geen serieuze rol meer in hun leven. Maar voor deze jonge mensen is het de basis waarop zij hun toekomst bouwen, waar ze kracht en hoop uit putten. Alle mensen die vragen hebben bij het vluchtelingendebat wens ik toe dat zij God leren kennen, die zegt: “Mens, ik heb je lief. Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt.” 
 
Frans Wiertz, 
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt