Bloedgetuigen: overleden priesters WO II

Op het secretariaat van het bisdom berustte in de Tweede Wereldoorlog een 'tabula aurea'. Op deze gulden tafel werden, niet met gouden letters maar met veel verering en liefde, in de opvolgende jaren de namen genoteerd van de bisdompriesters die in de strijd voor Kerk en vaderland terecht kwamen in gevangenis en concentratiekamp. Het getal priestergevangenen steeg tot zeventig. Onder hen twee bisdomsecretarissen, verschillende kanunniken, de dekens van de vijf grootste plaatsen, vele pastoors, rectoren en vooral kapelaans en een aantal priesters uit het onderwijs. Zestien van hen verloren daarbij het leven. Met name zij worden op deze digitale 'gulden tafel', in deze dagen waarin de 70-jarige bevrijding van Limburg wordt gevierd, bijzonder herdacht.
 

Limburg blijft met eerbied zijn gevallenen herdenken. Zij behoren tot de dierbaarste herinneringen uit donkere tijden, omdat zij meestal lichtende voorbeelden waren van fiere houding, tevens omdat zij de dure prijs werden die betaald werd voor de vrijheid van deze Nederlandse provincie. De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, nu zeventig jaar geleden, is dan ook vooral een gedachtenis van de doden, niet in de laatste plaats van de priesters van het bisdom Roermond, die in gevangenis of concentratiekamp hun leven gaven voor Kerk en Vaderland.
"Welke priester heeft niet meegewerkt in het verzet?", schrijft dr. A. Hanssen, de latere bisschop van Roermond, in 1946 in de brochure 'Onze bloedgetuigen'. "Hij zou zijn plicht verwaarloosd hebben. Iedereen wist dat; daarom was de priester vertrouwd bij katholiek en niet-katholiek, werd hij gezocht door bekende en onbekende. In de oorlog is hij geworden tot een erkend symbool van eenheid en nationale gezindheid."

Bloedgetuigen mogen wij de priesters noemen die in de concentratiekampen hun leven lieten. Zij hebben getuigenis afgelegd van hun onwrikbaar geloof in hun priesterlijke zending en van die ware liefde, die het leven geeft voor de vrienden; zij hebben dit getuigenis bezegeld door hun dood. "Er ging een schok door het bisdom bij het bericht van de dood van de Venlose deken Van Oppen, een gevoel van verontwaardiging bij deze plotselinge, ook later niet opgehelderde priesterdood. Niemand heeft toen gedacht dat nog vijftien anderen hem zouden volgen", schrijft Hanssen.

In deze dagen, 70 jaar na beeindiging van de Tweede Wereldoorlog, op deze site een erelijst van de zestien omgekomen priesters van het bisdom Roermond. Zij staan symbool voor de vele priesters en religieuzen die in Nederland en de wereld 'de goede strijd gestreden hebben':

J.L.A. van Oppen
pastoor-deken van Venlo
Hij werd op 24 juli 1942 naar Maastricht geroepen om zich te verantwoorden over het filmadvies dat destijds in Venlo evenals op vele andere plaatsen werd aangeplakt aan de kerk. Op 16 februari 1943 overleed hij in kamp Vught.

J.L. Moonen
secretaris van het bisdom Roermond
Hij werd op 10 augustus 1944 in zijn woning gearresteerd. Daarvóó'r was hij reeds lange tijd bespionneerd als naaste medewerker van de bisschop, vertrouwensman van vele priesters en leken en als raadsman van de verzetsbeweging, waarvan hij alle leiders persoonlijk kende. Hij overleed op Paasmaandag 2 april 1945 in concentratiekamp Bergen-Belsen. Posthuum ontving hij het Verzetskruis en staat zijn beeltenis prominent op het Limburgs Verzetsmonument aan het Zwartborekplein te Roermond.

H.J. Vullinghs
pastoor te Grubbenvorst
Hij werd om zijn even veelzijdige als gedurfde werkzaamheid in dienst van de medemens gearresteerd op 1 mei 1944. Op 9 april 1945 overleed hij in concentratiekamp Bergen-Belsen.

P.P. Windhausen
pastoor te Steyl
Op zondag 11 februari 1945 werd hij samen met zijn assistent, pater P. Peters s.v.d. en drie parochianen gevangen genomen, verdacht van ondergrondse actie. Op 28 maart 1945 overleed hij in concentratiekamp Buchenwald.

J.J. Hendrix
rector te Beek-Maasbracht
Samen met zijn neef die kapelaan in Montfort was en bij wie hij geevacueerd was, werd hij op 17 december 1944 gevangen genomen. Hij stierf op 9 februari 1945 in concentratiekamp Buchenwald.

G.H.H. Hermkens
kapelaan te Monfort
Hij werd geprovoceerd om mensen door de gevechtslinie te laten brengen en daarop gearresteerd op 17 december 1944. Ook hij overleed in concentratiekamp Buchenwald, op 18 februari 1945.

V.L.S. Ramakers
kapelaan te Heerlerheide
Op terugweg van het ziekenhuis werd hij op 18 augustus 1944 bij het station te Heerlen gearresteerd en daarna bij de toenmalige mijn Oranje Nassau I door zijn begeleider neergeschoten. Kapelaan Ramakers was actief in het helpen van onderduikers en de moordaanslag scheen geinspireerd op wraak. Door een toeval was de kapelaan niet dodelijk getroffen. Diezelfde dag werd hij vervoerd naar kamp Vught, herstelde van zijn verwonding, werd overgebracht naar uiteindelijk concentratiekamp Bergen-Belsen en overleed daar op 9 maart 1945.

A.J.A. Sars
kapelaan te Roermond
Bij afwezigheid van de deken leidde kapelaan Sars de zielzorg in Roermond in de moeilijkste oorlogsmaanden. Vanwege moeilijkheden met een Duits soldaat over de ontruiming van de sacristie werd hij op 17 december 1944 gearresteerd. Op 18 februari kwam hij in Buchenwald terecht. Hier werd hij op transport gesteld met onbekende bestemming. Later bleek hij op 23 april 1945 te Passau te zijn overleden.

J.W. Berix
kapelaan te Heerlen
Hij werd overvallen op een provinciale leidersbijeenkomst van de geheime organisatie, gehouden te Weert op 21 juni 1944. Met een tiental priesters en leken werd hij naar Vught gevoerd en ooggetuigen verhalen hoe hij daar aan een langdurig verhoor werd onderworpen onder zware kastijdingen. Hij overleed op 13 maart 1945 in concentratiekamp Bergen-Belsen.

E.A.G. van den Boorn
rector te Posterholt
Vanwege zijn protest tegen het wegdrijven van mannen in strijd met volkenrecht en menselijkheid, alsook een persoonlijke kwestie tussen de rector en een bij hem ingekwartierd officier, werd hij op 29 oktober 1944 gearresteerd. Toen hij 's avonds naar huis mocht terugkeren, werd hij daar door een groep Duitsers vreselijk toegetakeld en opgesloten in zijn kelder. Waarschijnlijk om hun misdaad te verbergen hebben ze hem later op allerlei gezcohte gronden ter dood veroordeeld en het vonnis voltrokken op 5 november 1944 te Effelt (D).

E.A.F. Goossens
kapelaan te Echt
Hij werd om zijn werk voor de vervolgde medemens reeds lang gezocht, dook echter onder te Nunhem, maar werd ontdekt op 29 juni 1944. Via allerlei tussenstations kwam hij in concentratiekamp Begen-Belsen terecht, waar hij in maart 1945 overleed.

J.J. Naus
kapelaan te Venlo
In het voorjaar van 1943 was kapelaan Naus wellicht de eerste die het werk voor de vervolgde jeugd ter hand nam en organiseerde. Vanaf augustus dat jaar moest hij zich schuil houden. Samen met kapelaan Berix werd hij gearresteerd op een vergadering in Weert op 21 juni 1944. Via Vught en Oranienburg kwam hij in concentratiekamp Bergen-Belsen terecht, waar hij op de dag van zijn bevrijding, 15 april 1945, overleed.

L.M.H. Penders
kapelaan te Gulpen
Vanwege zijn vele werken betreffende zaken die in die tijd door de Duitse bezetter verboden waren, werd kapelaan Penders op 21 juli 1944 gearresteerd en kwam hij uiteindelijk in concentratiekamp Bergen-Belsen terecht. Als laatste van de negen Limburgse priesters die aldaar verbleven, stierf hij op 24 april 1945.

H.J.L. Lochtman
kapelaan te Limmel
In de nacht van 10 mei 1944 werd hij van zijn bed gelicht en naar Maastricht gebracht waar hij onder zware mishandeling werd verhoord over zijn werk voor onder meer onderduikers. Via omwegen kwam hij in concentratiekamp Bergen-Belsen terecht en als eerste van de daar verblijvende Limburgse priesters overleed hij op 27 februari 1945.

P.H.H. Houben
kapelaan te Epen
Vanwege zijn zielzorg voor onderduikers werd hij in juli 1944 gevangen genomen, maar wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. In plaats van vrijgelaten te worden, werd hij toevalligerwijs op 1 augustus met anderen meegevoerd naar Vught en later Oranienburg. Door een misverstand raakte hij hier weg van de Limburgsche medepriesters, kwam begin december in Neuengamme en bij de naderende bevrijding in verschillende andere doorgangskampen terecht. Door opgelopen tbc in het concentratiekamp Oranienburg, stierf hij te Ludwigslust in het Amerikaanse lazaret op 19 mei 1945.

L.H. Verdonschot
kapelaan te Koningsbosch
Hj werd op Aswoensdag 23 februari 1945 bij het uitgaan van de kerk gearresteerd, samen met zijn pastoor en zeven parochianen, omdat hij onderduikers had geholpen en een Duits deserteur te eten had gegeven. Via verschillende tussensations kwam hij in concentratiekamp Bergen-Belsen terecht, waar hij op 2 maart 1945 overleed.

Hoewel geen priesters ván het bisdom Roermond, maar wel werkzaam ín dit bisdom, gedenken we tevens de overleden religieuzen die stierven in de concentratiekampen of gevangenissen:

F. Helwegen
missionaris voor Rusland, geboortig van Roermond
Overleden in Buchenwald op 13 februari 1945

Pater Beatus van Beckhoven o.f.m.
assistent aan het rectoraat Sint Franciscus te Heerlen
Overleden in Bergen-Belsen in maart 1945

Pater H. Zwaans s.j.
directeur St. Canisiuscongregatie te Maastricht
Overleden in Dachau op 27 juli 1942

Pater G. van den Heuvel c.ss.r
kapelaan van de Kapel In 't Zand te Roermond
Overleden in de gevangenis te Keulen op 6 maart 1945

Pater B. Baars c.ss.r
redemptorist in het klooster te Wittem
Overleden te Bergen-Belsen op 27 april 1945

Pater Christofoor Meulendijks ss.cc
assistent in de St. Martinusparochie te Venlo
Overleden te Bergen-Belsen op onbekende datum

Pater P. Peters s.v.d.
assistent van de St. Rochusparochie te Steyl
Overleden te Buchenwald op 6 april 1945

Broeder Valentinus Merkx
overste van het klooster Saint Louis te Weert
Overleden te Bergen-Belsen op onbekende datum

Zij allen hebben de goede strijd gestreden.
Opdat zij mogen rusten in vrede.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt