Column december 2014

Jaar van de Religieuzen

Paus Franciscus heeft
het komende jaar uitgeroepen
tot het Jaar van de Religieuzen.

Dat deed hij natuurlijk
om eens de aandacht op religieuzen te vestigen.

Was dat dan nodig?

Ja, immers in onze westerse wereld
zijn de religieuzen
- paters, zusters en broeders,
zoals we ze meestal noemen -
uit het zicht aan het verdwijnen.

Niet alleen omdat ze aan het verouderen zijn,
maar ook omdat ze letterlijk
niet meer zichtbaar zijn in het straatbeeld.
Bij vrouwen met hoofddoek
denk je eerder aan een vrome moslima.

Waarom waren er ook al weer religieuzen?

Vanaf het begin van het christendom
waren er mannen en vrouwen,
die zó van Jezus begeesterd waren
dat ze Hem wilden navolgen, geheel en al.
Met hun leven, maar ook tot in de dood.

U weet dat in die eerste generaties
christenen niet altijd getapt waren
bij overheden en in de publieke opinie.
En vaak werden ze vermoord.
Ze getuigden zo met hun bloed van Jezus.
Een ander woord voor getuige is ‘martelaar’.

Toen de tijden niet meer zo levensbedreigend waren
zochten Jezus-navolgers soms zélf dat martelaarschap.
Door kluizenaar te worden in de woestijn.
En als zich bij zo’n kluizenaar
lotgenoten aansloten ontstond een klooster.

Nog veel later werden kloostergemeenschappen opgericht
met een bepaalde taak, charisma, vanwege hun geloof:
zorg voor onderwijs, zorg voor zieken.
Maar de eerste intentie was altijd Jezus radicaal navolgen.
Tot op de dag van vandaag.
Er zijn ook nu steeds nieuwe gemeenschappen
die datzelfde doel nagaan: Jezus navolgen.

Met grote dank aan al de religieuzen van het verleden
wil de paus erop wijzen dat de Kerk eigenlijk niet zónder kan!
 
Radicale navolging van Jezus met heel je leven.


+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt