Column IV 2016

MISSIONAIRE KERK

Meer dan twintig jaar geleden
hebben de Nederlandse bisschoppen van toen
Nederland tot missieland verklaard.

Dat riep toen bij sommige katholieken
ook wel vraagtekens op.
Hoezo? Waarom?
Wij zijn toch geen primitief volk,
maar een hoogontwikkelde natie?

Woorden als ‘missie’ en ‘bekeren’
leken velen in ons land
eerder toepasselijk voor onze ooms en tantes
die naar verre landen waren getrokken
om de mensen daar de blijde boodschap
van ons geloof te verkondigen.

Zij hebben dat gedaan met grote inzet.
Vaak onder primitieve omstandigheden
en niet alleen met woorden
maar door concrete daden.
Ze bouwden scholen, ziekenhuizen
en uiteraard ook kerken.

Maar hier waren we geneigd te zeggen
‘missie: dat is wat voor ver-weg-istan,
maar toch niet voor óns: wij zijn trouwens katholiek’.

Intussen is de situatie drastisch gewijzigd.
We hebben er inderdaad geen enquêtes voor nodig
om dat niet zo dapper meer te zeggen.

Is niet voor velen katholiek zijn
beperkt geraakt tot carnaval, Kerstmis en Pasen,
en als we eerlijk zijn
ook nog in die volgorde?

The Passion op Witte Donderdag
herinnert ons eraan
dat het bij de Kerk altijd moet gaan
om Jezus Christus, Gods Zoon,
die ons in leven, lijden en dood
is voorgegaan naar leven met God in zijn hemel.

Waar dat niet meer vermeld wordt of beleden,
schieten we allen als Kerk tekort.
Immers dát is wat de Blijde Boodschap uitmaakt,
zodat mensen thuis én vertrouwd raken met God
én, in Jezus’ kielzog, met de mensen onder elkaar.

+ Frans Wiertz,
bisschop van Roermond

  

     
     
     
     
     
Susteren-Echt