Column juli/augustus 2014

Lampedusa

Wie heeft niet de beelden scherp
van overvolle bootjes
met vluchtelingen op de Middellandse Zee.

Honderden komen om op zee.
Velen spoelen bijna letterlijk aan
op Lampedusa, in een Europa,
dat niet op hen zit te wachten.

Paus Franciscus heeft met zijn bezoek
er de volle schijnwerper op gezet:
op het leed van vluchtelingen,
vanwege oorlogsgeweld
en ook vanwege armoede.

In Nederland hebben we onze eigen opvang.
Onlangs mocht ik een bezoek brengen
aan één van de asielcentra in Limburg.

Je realiseert je dan heel duidelijk
wat het moet betekenen
alles achter te laten - huis, vaak familie,
land, taal, beroep - vanwege levensgevaar
in oorlogsgebieden als Syrië en nu weer Irak. 

Een groot gedeelte van de vluchtelingen
uit oorlogsgebieden bijvoorbeeld
wordt als zodanig snel erkend
en wacht op een woning, toe te wijzen
door de diverse gemeentes.

Daarbij gaat het om 60% van alle vluchtelingen.
De anderen worden afgewezen
en zullen dus terug moeten naar hun thuisland
of moeten op nader onderzoek wachten
voor een beslissing valt.

Het moge duidelijk zijn
dat zich voor beide groepen
een zware en belastende toekomst aftekent.

Hoe dan ook: ik heb duidelijk gezegd,
dat ze namens mij persoonlijk welkom zijn.

Bewondering overigens en ook lof
voor de mensen die op de grens van
enerzijds meeleven met het vluchtelingenleed en
anderzijds bewust van een wat afhoudende samenleving
hun werk moeten doen in het asielcentrum.

Mensen de weg wijzen in onze maatschappij.
Daartoe hoort allereerst het leren van de taal.
En de niet benijdenswaardige taak
om mensen de moeilijke boodschap te brengen
dat ze terug zullen moeten naar hun eigen land.

Velen ontlenen hun hoop aan hun geloof.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt