De paradox van ons geloof

In de Kerk is niet altijd alles zwart of wit. We moeten leven met de paradox van niet te verenigen zienswijzen die naast elkaar mogen blijven bestaan.” Dat schrijft diocesaan administrator Mgr. dr. Hub Schnackers in onderstaand artikel.



Overijver

Van tijd tot tijd ontmoeten we mensen die niet uit zijn op compromissen, maar wit is wit en zwart is zwart en ze vinden dat de duidelijkheid daarover moet overheersen. Het eigen gelijk is hen heilig. Meestal hebben ze daarbij de beste bedoelingen, maar ze schieten door in hun goede intenties en hun ijver wordt overijver. We ontmoeten ze in de politiek, maar ook in de kerk komen we ze tegen. Onlangs is er uitvoerig over in de krant bericht. Zo’n incident doet meestal veel schade, want de menselijke maat wordt vergeten.

Zo’n hardliner zal waarschijnlijk met de beste bedoelingen handelen. Hoger goed is immers in het geding. Dat kan ’s lands veiligheid zijn of men ziet de geloofsleer van de Kerk afkalven. Het heilige geloofsgoed dient daarom onverkort en met grote nadruk verdedigd te worden. Het bevragen van het katholieke geloof mag dan wel, maar daarna moet men bereid zijn om het klinkklare antwoord zonder restricties over te nemen. Wie ingaat op de menselijke geloofsvragen en daaraan erkenning geeft, wordt al snel als relativistisch beschouwd.

Luisterbereidheid
Paus Franciscus heeft sinds zijn aantreden de houding aangenomen van luisterbereidheid. Hoe leven de mensen? Hoe denken de mensen? Hoe zijn de noden van de mensen? Rond huwelijk en gezin liet hij eerst een enquête houden, alvorens in een synode met de bisschoppen het vraagstuk te bespreken. Na afloop van de synode heeft hij zijn aansporingen samengevat in het document ‘Amoris Laetitia’, de vreugde van de liefde. Zonder aan de kerkelijke leer afbreuk te doen, heeft hij oog gehad voor de situaties waarin mensen moeten leven. Hij heeft nagelaten om zijn afkeuring uit te spreken of om iemand af te schrijven. Voor een aantal katholieken heeft hij daarmee een onaanvaardbare onduidelijkheid geschapen.

Paradox
Paus Franciscus ziet het leven als een tweeluik, samengesteld uit het luik van de kerkelijke leer en het luik van het concrete leven van de mensen. Deze panelen staan met elkaar in verbinding. De grenzen zijn vloeiend. Eigenlijk vormen de panelen paradoxen, niet met elkaar verenigbare zienswijzen. Maar voor de paus is de mens nu eenmaal in zichzelf een paradox. Voor heel wat katholieke gelovigen is deze benadering een hele opluchting, omdat er erkenning wordt gegeven aan de omstandigheden waarin zij moeten leven en aan de onmacht om aan de hoge norm te beantwoorden. Paus Franciscus staat toe dat er onderscheid wordt gemaakt. Voor de één mag de lat wat hoger liggen dan voor de ander. Of anders gezegd: voor de ander mag de lat wat lager liggen dan voor de één.

Elia
Ik laat me in mijn denken graag leiden door de bijbel. Ook daar tref ik het tweeluik aan, dat ons moet verhelderen, wie God is of hoe God te werk gaat.In het Oude Testament lezen we het verhaal van Elia. Elia wordt in de Joodse wereld van Jezus steeds met ere vermeld. Hij staat voor de geloofstrouw aan God in een situatie, waarin het volk zich in groten getale tot afgoderij liet verleiden. Hij nam het op tegen de afgodspriesters en joeg hen over de kling (I Kon 18), waarna hij moest vluchten en een onderkomen zoeken in de woestijn bij de berg Horeb, de berg van God. Hij verwachtte er God te ervaren in donder en bliksem, in aardbeving en storm. Maar God verscheen hem in een zachte bries (I Kon 19,11-13). God bleek dus anders te zijn dan Elia had gemeend. Het Godsbeeld van Elia werd door God aangevuld.

Johannes de Doper
Ook het Nieuwe Testament kent een tweeluik. Wij zien het in de personen van Johannes de Doper en Jezus. Johannes, de asceet, komende vanuit de woestijn, was een vuurvreter die iedereen de les las. Hij waagde het zelfs de farizeeën en de Schriftgeleerden ‘adderengebroed’ te noemen. Hij las koning Herodes de les en wees hem op zijn huwelijkstrouw. De gevangenis was wat hij over zich afriep.

Vanuit deze krocht liet hij aan Jezus, die een andere taal hanteerde, vragen: “Zijt Gij de komende of hebben we een ander te verwachten?” Het antwoord van Jezus luidde: “Gaat aan Johannes vertellen wat jullie horen en zien: blinden zien, lammen lopen, doven horen en aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.” Veel betekenend voegt Jezus eraan toe: “Zalig hij die aan mij geen aanstoot neemt” (vgl. Lc 7, 19-23).

Aanstoot
Jezus neemt geen afstand van Johannes, maar Hij vult aan. Juist zoals bij Elia wordt het Godsbeeld door God aangevuld. In een zwart-wit discussie bestaat er geen paradox. Daar is iets wit of zwart. In Kerk en geloof moeten we leven met de paradox van niet te verenigen zienswijzen die naast elkaar mogen blijven bestaan. Dat is moeilijk. Vandaar de aansporing van de Heer zelf: “Zalig hij die aan Mij geen aanstoot neemt.”

Mgr. dr. Hub Schnackers,
diocesaan administrator

  

     
     
     
     
     
Susteren-Echt