Preek Chrismamis 2015

Preek van bisschop Frans Wiertz tijdens de Chrismamis (de wijding van de H. Oliën voor het bisdom) in de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond op woensdag 1 april 2015.

1e Lezing:  Jes. 61, 1-3a. 6a. 8b-9 
2e Lezing: Apok. 1, 5 – 8
Evangelie: Lc. 4, 16 – 21

Vanavond wijden we de heilige oliën. Maar dit is ook de vooravond van de dag waarop Jezus het Paasmaal vierde en voor het laatst met zijn leerlingen samen was. Tijdens dat laatste samenzijn liet Jezus ons de eucharistie na: Zijn Lichaam en Bloed, heel zijn persoonlijke liefde voor ieder van ons. 

Telkens als we eucharistie vieren, worden ons de woorden van Jezus van die avond aangereikt. Niet voor niets heeft hij eraan toegevoegd: “Blijft dit doen om mij te gedenken.” De eucharistie is in meerdere opzichten het sacrament van de eenheid.
"Omdat het brood één is vormen wij allen samen één lichaam, want wij hebben deel aan het ene brood en de ene beker," zegt de apostel Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs.

Zeker vanavond ervaren wij intens deze eenheid, nu wij ons rond het altaar hebben verenigd om eucharistie te vieren. Het is de Heer die ons samenroept, omdat Hij ons wil voeden, omdat Hij ons wil samenbrengen tot Zijn Lichaam, dat de Kerk is. De eenheid is een leidende gedachte in de laatste uren, die Jezus met zijn leerlingen doorbrengt.

In het Johannesevangelie spreekt Jezus twee afscheidsredes uit als een soort geestelijk testament. In zo’n afscheidstoespraak worden geen overbodige woorden gesproken. Elk woord is welgekozen en rijk aan inhoud. Jezus legt zichzelf in elk woord. Elk woord blijft daarom een herinnering voor degenen die achterblijven. Hoeveel ouders, die voelen dat ze gaan sterven, spreken op dat ogenblik nog eens heel bewust uit wat hen ter harte gaat en wat ze hun kinderen willen meegeven? Ze verwoorden hun zorgen voor de tijd dat ze er zelf niet meer zijn. Ze blijven bezorgd voor hun kinderen en willen die liefde verwoorden. Bij Jezus is het niet anders.

Hij zegt dat Hij hen zal verlaten en dat Hij naar de hemelse Vader zal terugkeren. Hij drukt hen op het hart om het gebod van de liefde en vooral ook de onderlinge liefde na te leven. Verder mogen ze ervan overtuigd zijn, dat ze niet verweesd achterblijven, maar dat de heilige Geest hen zal bijstaan als de nieuwe aanwezigheid en bezieling  van God voor hen. Want die hulp Gods – die bezieling – zullen ze zeker nodig hebben, omdat ze dezelfde afwijzing zullen ervaren, die ook Jezus heeft ervaren in deze wereld. 

Om zijn boodschap kracht bij te zetten sluit Jezus zijn afscheidsreden af met een gebed, dat ons bekend is als het Hogepriesterlijke Gebed. In dit gebed bidt Jezus om onderlinge eenheid onder zijn apostelen en leerlingen. Jezus kan die zorg niet van zich afzetten. Zo vaak is Hij getuige geweest van hun kleinmenselijke kibbelarijen.

Terwijl Jezus al sprak van Zijn naderende lijden en dood, waren zijn vrienden nog bezig met vragen als: “Wie zal de grootste zijn in het komende Rijk? Wie mag links en rechts van u zitten?" En voorafgaand aan het Paasmaal heeft Jezus nog meegemaakt, hoe niemand voor de ander dienstbaar wilde zijn en bereid om elkaar de voeten te wassen. 

Jezus kent die zwakheden van zijn vrienden en het vervult Hem met zorg. Dit gedrag zal aanleiding zijn voor verdeeldheid en het beschadigt de onderlinge eenheid. In zijn gebed doelt Jezus niet op een algemene eenheid van de grootste gemene deler, maar bidt hij voor een heel bepaalde eenheid. Hij bidt, dat ze één mogen zijn Zoals Hijzelf één is met de Hemelse Vader. “Gij in Mij en Ik in U.” Deze eenheid is een noodzaak, “opdat de wereld gelove, dat gij mij gezonden hebt.” Van een verdeelde christenheid zal geen getuigenis uitgaan en die zal daarom ongeloofwaardig zijn. We weten intussen helaas hoe goed Jezus aanvoelde waaraan het de Kerk steeds heeft ontbroken: de onderlinge eenheid. 

Wat Jezus heeft voorvoeld, overkomt Hem nog diezelfde avond. Het samenzijn gaat over in het verraad van Judas, de verloochening van Petrus en de vlucht van de andere leerlingen. Wat is er nog over van deze kerngroep van de twaalf apostelen?  Het is de Verrezene zelf die zijn apostelen weer samen brengt. Op de dag van Pasen verschijnt Hij aan de bange leerlingen. Ondanks alles wat er gebeurd is, wenst Jezus hen vrede toe. Alles is al vergeven en vergeten. De eenheid onder de bange, uiteengevallen groep wordt door Jezus zelf hersteld. "Vrede zij u." Voor ieder van hen: vrede.

Ook voor Petrus. In hem spreekt Jezus zelfs zijn vertrouwen uit en schenkt hem zijn heilige Geest. Tot drie keer toe stelt Jezus aan Petrus de vraag: “Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan deze mij liefhebben? … Weid mijn lammeren,
weid mijn schapen.” Jezus maakt geen verwijten, maar spreekt vertrouwen uit. Hij blijft op Petrus bouwen. “Weid mijn lammeren, weid mijn schapen.”  Onder de apostelen neemt Petrus vanaf dat moment een belangrijke plaats in. Hij spreekt zijn grote Pinksterpreek uit en neemt het voortouw bij alle belangrijke beslissingen. Hij is het die het geloof verwoordt. Zijn graf in Rome is een belangrijke plaats geworden. Miljoenen christenen spreken daar hun geloofsbelijdenis uit als ze naar Rome pelgrimeren. Ze belijden hun geloof in eenheid met Petrus en zijn opvolgers.

Sinds twee jaar hebben we een nieuwe paus: paus Franciscus. Wat hem beweegt, maakte hij al direct duidelijk door de keuze voor de naam: Franciscus, de grote heilige uit Assisi, die aan ons christen-zijn een nieuwe opleving heeft gegeven. Deze jongeman uit Assisi koos niet voor de protserige luxe van zijn rijke vader. Maar voor de armoede, voor de eenvoud en de nederigheid.

Franciscus koos voor een zo letterlijk mogelijke beleving van het evangelie. Omdat Jezus Christus de nederigste  onder de mensen was geworden en zelfs zijn leerlingen de voeten waste, wilde ook de jongeling uit Assisi dezelfde nederigheid nastreven. Omdat Jezus de melaatsen had genezen, wilde Sint Franciscus Gods liefde betonen aan melaatsen door hen te kussen en te omhelzen. 

De naam van de nieuwe paus is dus een programma dat iedereen aanspreekt maar dat ook veel van ons vraagt. Het vraagt om – vanuit de liefde tot Jezus –  de mensen nabij te zijn en hen Jezus’ liefde te laten ervaren. Maar ook is het voor velen van ons
even wennen om mee te maken, hoe deze nieuwe bisschop van Rome en opvolger van Petrus, als een wervelwind, een nieuwe kerkbeleving voor ons Europeanen ontwikkelt. Het Europese gezicht van de Kerk blijkt niet het enige te zijn dat mogelijk is. Dat Europese beeld van de Kerk werd eeuwenlang bepaald door status met een hofhouding.

Komend vanuit Zuid-Amerika is dat paus Franciscus vreemd. Hij voelt zich zeker de hoeder en de bewaarder van het geloof. Maar de kerk in Zuid-Amerika, waarin hij is opgegroeid, heeft hij ervaren als een beweging die het als haar taak ziet om vanuit haar geloof in Jezus’ zorg en aandacht aan de mensen te schenken en gemeenschap te vormen. De mensen horen erbij. De verkondiging kan niet buiten de mensen om.

Daarom is de parabel van de Goede Herder paus Franciscus zeer dierbaar en verwacht hij van priesters vóór alles een herderlijke houding. "Priesters moeten als herders naar hun schapen ruiken," is intussen een gevleugelde uitspraak van hem. De Kerk moet een veldhospitaal zijn, onder het motto van Jezus: “Komt allen tot mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en ik zal u rust en verkwikking schenken. Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. En ge zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Concentreerde de Kerk zich tot nu toe vooral op haar taak om de kerkelijke leer te verkondigen, deze paus beperkt zich niet alleen tot de leer, maar probeert deze op het leven van mensen te betrekken. Geen verkondiging van de leer alleen, maar een verkondiging, die ook naar mensen luistert en naar hen omziet. Geen verkondiging, zonder ook de vragen en moeilijkheden van de mensen erbij te betrekken en soms ook hun onmacht om aan de leer te voldoen. Vandaar dat paus Franciscus ongebaande wegen gaat en parallel aan de beraadslagingen van de bisschoppen op de synode ook de gelovigen raadpleegt met vragenlijsten. Maar bij die aandacht voor mensen wil deze paus toch helder houden, hoe de kerk in navolging van Jezus denkt en leert. 

Zo wil hij bruggenbouwer zijn tussen leer en leven. Maar wordt hem dat toegestaan? Partijen zijn er altijd geweest, maar zij hebben de kerk nooit goed gedaan. De apostel Paulus treft in Korinthe al vroeg een kerk van partijschappen aan. Iedereen claimt zijn eigen gelijk. “Ik ben van Paulus, ik van Apollos, ik van Kefas, ik van Christus.” “Is Christus dan in stukken verdeeld?” vraagt de apostel zich verbaasd af om erop te wijzen, dat hij niets anders wil dan het evangelie van de ene Heer Jezus verkondigen. Het gaat om wat Jezus wil.

Met deze nieuwe benadering dreigt paus Franciscus tussen de partijen terecht te komen. Dat baart mij als bisschop zorgen. Ik wil u graag voorgaan in trouw aan deze paus en aan de weg die hij ingeslagen is, om die brug te slaan tussen leven en leer en zich niet te beperken tot één van deze standpunten. Door deze eenheid met Jezus, voelt paus Franciscus zich bezield. Voor de eenheid heeft Jezus gebeden en het is de heilige Geest die samenbrengt wat verdeeld is.

Nog maar enkele dagen geleden heeft de paus ons gevraagd, niet zozeer te speculeren over de uitkomst van de synode, maar er voor te bidden. Laten we vooral aan deze wens voldoen. Mogen de eenheid samen met paus Franciscus ons allen ter harte gaan. Amen. 

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond
 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt