Preek Chrismamis 2017

Chrismamis, 12 april 2017 Sint-Christoffelkathedraal, Roermond

1e Lezing: Jes. 61, 1-3a. 6a. 8b-9
2e Lezing: Apok. 1,5-8
Evangelie: Lc. 4,16-21

Tijdens vieringen met kinderen  wordt wel eens de vraag gesteld: Wie is God? Ze komen dan met allerlei beelden. En uiteindelijk geef ik zelf steeds als antwoord: God is pure liefde. Kinderen en volwassenen begrijpen dat liefde iets is dat je niet kunt zien, maar dat er wel degelijk is. En dat je ook kunt voelen. Zo is het ook met ons geloof in God. Geloven is God liefhebben en je door Hem bemind weten. God is pure liefde.

Bij iedereen die het geloof wil overdragen aan kinderen of anderen, moet iets van die pure liefde van God zichtbaar en voelbaar zijn. Het was de profeet Jesaia, die 800 jaar vóór Jezus’ geboorte al verwoordde hoe Gods liefde hem geraakt had. Die woorden zijn net weer voorgelezen:  

“De Geest van de Heer God rust op mij:
Hij heeft mij gezalfd om de armen de blijde boodschap te brengen.
Hij heeft mij gezonden om te genezen wier hart gebroken is,
om de gevangenen vrijlating te melden, aan wie opgesloten zijn vrijheid.
Om aan te kondigen het genadejaar van de Heer.”

Het zijn dezelfde woorden, die Jezus raken als Hij ze mag voorlezen in de synagoge van Nazareth. Hij voelt er de pure liefde van zijn hemelse Vader in. Ze bezielen Hem om in beweging te komen en diens wil echt uit te dragen. Tot verbazing van de mensen in de synagoge zegt Jezus: “Het Schriftwoord dat u zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.”

Jezus is zich ervan bewust dat wat bij Jesaia nog woorden waren, nu in Hem zelf werkelijkheid wordt. Jezus ís de vervulling van die eeuwenoude belofte. Hij voelt een nauwe liefdesband met God, zijn Abba, zijn Vader. En Jezus wil niets anders doen dan in elk woord en elke daad die pure liefde van zijn hemelse Vader uitdragen.

Hij wil niets anders dan God een gezicht geven. Daarom kan Jezus zeggen: “Wie Mij ziet, ziet de Vader.” Jezus ziet het als zijn zending om invulling te geven aan de profetie van Jesaia. Alles wat hij zegt en doet, alle parabels, alle wondertekenen, de manier waarop Hij met mensen omgaat, zijn een openbaring van Gods barmhartigheid, van Gods pure liefde voor ieder van ons.

Zoals wij hier vanavond bij elkaar zijn, zijn we allemaal op een of andere manier geraakt door die pure liefde van God, die mens geworden is in Jezus. De komende dagen mogen we weer beleven hoe die verlossende liefde van God zich in de persoon van Jezus openbaart. Deze dagen zijn vervuld van het geheim van God en zijn liefde voor ieder van ons.

Jezus’ dood en verrijzenis betekenen verlossing voor ons. Het is het ultieme bewijs van Gods liefde. Maar dat is niet makkelijk te begrijpen. Dat is bij de apostelen al zo. Op de dag van Pasen verschijnt Jezus aan zijn verwarde vrienden en zegt: “Ontvangt de heilige Geest. Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u.” Maar ze zijn nog te veel verdoofd door het debacle van Goede Vrijdag. Ze kunnen dat moment nog niet open staan voor de bezielende Geest die Jezus hen geeft. Hun oren en ogen zijn nog te gesloten om de belofte uit de Schrift te begrijpen.

Pas door het Pinksterwonder zijn ze in staat zich volledig over te geven en zich bemind te weten door de pure liefde van God. Dan pas snappen ze wat Jesaia bedoelde met de woorden: “De Geest des Heren rust op mij”. Vanaf dat moment rechten ze hun rug, gaan ze de straat op en voelen ze zich uitgezonden. 

Dat is precies het punt waar wij ook staan. Die pure liefde van God, die door Christus werkelijkheid geworden is, kunnen wij door de Heilige Geest nog steeds ontvangen én doorgeven. Dan worden wij, zoals de profeet zegt: “priesters des heren,” en “dienaars van onze God.”

Het lijden, sterven en verrijzen van Christus zijn geen louter historische gebeurtenis van tweeduizend jaar geleden. Wie Christus wil volgen, moet steeds opnieuw mét Hem sterven en verrijzen. Geloven heeft dus altijd met de actualiteit van vandaag te maken. Want wij moeten steeds opnieuw die pure liefde van God zichtbaar maken in de wereld.

Vorig jaar heb ik er tijdens de Chrismamis op gewezen dat wij een missionaire kerk zijn, blijven en moeten worden. De Handelingen van de Apostelen vertellen ons hoe de eerste christenen zich na Pinksteren toelegden op het geloof in de Drieëne God. Ze braken het Brood in een of ander huis en waren trouw aan het gemeenschappelijk leven.

Dat zijn de kerntaken van de Kerk. Dat waren ze, dat zijn ze nu en dat zijn ze ook in de toekomst. Vanuit Jeruzalem zijn de apostelen erop uitgetrokken om te getuigen van Jezus. Paulus zegt: “Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig. Ik kan niet anders.” Zijn dat ook onze woorden?.

Door de sacramenten te vieren, het evangelie te verkondigen én zelf in praktijk te brengen, krijgen we deel aan Jezus’ leven en maken we Gods pure liefde zichtbaar. In de mate dat we dat kunnen, kunnen we met Paulus zeggen: “Ik leef niet meer. Christus leeft in mij.”

Dat is de opdracht die u mee mag nemen naar de plekken waar u woont en leeft. Een missionaire kerk is een dienstbare Kerk. Die met liefde getuigt, met liefde viert en met liefde dient, overal waar ze daar de kans toe krijgt. Het gaat niet om de Kerk, maar om Christus en Gods pure liefde die Hij ons geschonken heeft.

Amen.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt