Preek Dankviering paus Benedictus XVI

Preek van bisschop Frans Wiertz tijdens een speciale dankdienst bij het terugtreden van paus Benedictus XVI op donderdagavond 28 februari 2013 in de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond.

Eerste lezing: Kol. 3, 12 – 17
Evangelie: Joh. 15, 9 – 17

“Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt.” Dat hebben we zojuist gelezen. Het is een tekst uit het Johannesevangelie, die eigenlijk veel langer is. Het is de afscheidstoespraak van Jezus voor zijn leerlingen bij het laatste avondmaal. Bij geen van de andere evangelisten is deze zo uitvoerig als bij Johannes. Het is net alsof hij Jezus die laatste avond nog eens alles laat samenvatten wat Hij zijn leerlingen de jaren daarvoor heeft verteld.

We hebben vanavond het belangrijkste deel van die toespraak gehoord: over de liefde. “Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, zoals ik u heb liefgehad.” We hebben die woorden allemaal al veel vaker gehoord. En toch, toen ze net weer werden voorgelezen, dacht ik: het had zó de afscheidstoespraak van onze paus kunnen zijn, nu hij vanavond zijn taak als opvolger van Petrus neerlegt. Hele zinsneden zijn zonder meer op zijn pontificaat van toepassing. Zoals de opmerking: “Ik noem u geen dienaars, maar vrienden.”

Benedictus was niet de man van standsverschil en uit de hoogte doen. Het liefste was hij onder zijn gelijken om op zijn bescheiden manier het gesprek aan te gaan. Anders dan zijn voorganger Johannes Paulus II was paus Benedictus geen showman. Hij was niet de man die met grootse gebaren de massa bespeelde. Benedictus was de ingetogen herder, die voorging in gebed. Het liefste cijferde hij zichzelf weg om de aandacht op God te richten. Want dat is wat hij vanaf de eerste dag van zijn pontificaat wilde: de mensen van deze tijd dichter bij God brengen.

Ik zal nooit vergeten hoe hij met zijn fragiele gestalte in staat was om bij de Wereldjongerendagen in Keulen en Madrid meer dan een miljoen mensen in gebed bijeen te brengen voor het Allerheiligste. Stelt u zich eens voor: een miljoen jonge mensen van deze tijd, met alle lawaai makende apparaten die daar bij horen, die tien minuten, misschien wel een kwartier lang, stil zijn voor het Allerheiligste. Het was indrukwekkend. Ze werden daar niet toe verplicht. Er werd geen commando gegeven, geen dreigement uitgesproken. De jongeren volgden eenvoudigweg die kleine man in het wit, die heel ingetogen, naar binnen gekeerd bijna, in gebed verzonken was. Hij gaf het voorbeeld voor iedereen om hem heen. “Ik heb u geen dienaars genoemd, maar vrienden.” Zo was – zo is – deze paus, die zich nu terugtrekt.

Een andere zin uit het evangelie van vandaag is ook zonder meer op hem van toepassing. “Ik heb u alles meegedeeld wat ik van de Vader heb gehoord.” Het is Benedictus – of misschien wel Jozef Ratzinger - ten voeten uit. Want ook al was hij paus, in zijn hart bleef hij de leraar; de docent die zijn kennis graag op anderen wilde overbrengen. Al in zijn eerste preek als paus wees hij op de noodzaak om de kennis van het geloof opnieuw onder de aandacht te brengen.

Niet voor niets heeft hij dit jaar uitgeroepen tot een ‘Jaar van het Geloof’. “Wij moeten weer de smaak te pakken krijgen om ons te voeden met Gods Woord,” zei hij bij de aankondiging van dat jaar. Benedictus wees op de herontdekking en het bestuderen van de fundamentele inhoud van het geloof. Als wetenschapper en voormalig hoogleraar deed hij niets liever dan dáárover spreken.


Wat mij persoonlijk altijd zeer intrigeerde, was de methode die hij daarbij hanteerde. Hij zei nooit: “Dit is de waarheid, take it or leave it.” In plaats daarvan haalde hij juist andere visies aan. Hij legde uitvoerig uit hoe niet-christenen of atheïsten over een bepaalde kwestie denken. Hij ging zelfs een heel eind in hun redenering mee. Zijn conclusie was dan: “Die mensen zijn niet gek. Zo kún je er tegenaan kijken, maar mag ik daar mijn visie tegenoverstellen?” Dan volgde een uitleg vanuit het christelijk perspectief, waar meestal geen speld tussen te krijgen was.

Dat is een respectvolle manier van dialogiseren die mij zeer aanspreekt. Het onderstreept de visie van deze paus – een visie die ten diepste héél katholiek is – dat geloof en wetenschap allebei op zoek zijn naar de waarheid, maar daarvoor soms een andere weg kiezen. Benedictus drong niets op, maar gaf de kennis door die hij zelf in de loop der jaren had vergaard. In de hoop anderen daarmee te sterken in hun geloof. Zijn prachtige boeken over Jezus getuigen daarvan. Om het met de woorden van het evangelie te zeggen: Hij heeft ons alles meegedeeld wat hij over de Vader heeft gehoord.

Maar de belangrijkste uitspraken uit het evangelie van vandaag die op het pontificaat van Benedictus van toepassing zijn, zijn zonder twijfel die over de liefde. Niet voor niets heette zijn eerste – en misschien wel mooiste – encycliek: Deus Caritas Est. God is liefde. Direct in de eerste regels van die encycliek schrijft Benedictus al waar het in het leven – en dus ook in het geloof – om gaat: de liefde. De liefde tot God en direct daarmee verbonden de liefde tot de naaste. Vervolgens werkt hij heel nauwgezet uit dat al het andere in het leven daaruit voortvloeit.

Wie alle teksten, preken, boeken en toespraken van deze paus naast elkaar legt, ontdekt dat dit steeds de rode draad in zijn boodschap is: Deus caritas est. God is liefde. En hij doelde natuurlijk niet op de oppervlakkige vormen van liefde die we dag-in dag-uit in de wereld van de showbizz zien. In navolging van Christus sprak Benedictus steeds over de diepgewortelde liefde van God voor de mensen en over de oprechte liefde tussen mensen onderling. Net als Christus verbond de paus dit voortdurend met ons geloof én met de zorg voor onze naaste. Geloof en liefde hoorden – en horen – voor hem steeds bij elkaar.


“Het geloof zonder liefde draagt geen vrucht en de liefde zonder geloof valt ten prooi aan de twijfel,” schrijft hij in de brief Porta Fidei over het Jaar van het Geloof. Voortdurend heeft deze paus ons opgeroepen om het geloof in praktijk te brengen. In liturgie, in catechese, maar bovenal in onze liefdevolle inzet voor de naasten. Omdat we dáárin God het dichtst nabij zijn. Omdat we daarin het meest op Christus lijken, die zichzelf opofferde voor zijn naaste, voor ons. Deze zichzelf wegcijferende liefde, zo zegt Benedictus in zijn eerste encycliek, is het licht – en uiteindelijk het enige licht – dat een donkere wereld steeds weer verlicht en ons de moed geeft om te leven en te handelen.”

“De liefde verwezenlijken en daarmee God in de wereld toelaten,” dat is waartoe Benedictus XVI ons de afgelopen acht jaar uitgenodigd heeft. Wie de nieuwe paus ook wordt: dát blijft ook onze opdracht voor de toekomst: want God is liefde. Deus Caritas est. Benedictus heeft de Kerk opnieuw op dat spoor gezet. Daar mogen we hem en God intens dankbaar voor zijn. Amen.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt