Preek Kerstmis 2015

Preek van bisschop Frans Wiertz tijdens de kerstnachtmis in de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond op donderdag 24 december 2015.

1e Lezing: Jes. 9, 1 – 3 + 5 – 6 
2e Lezing:  Tit. 2, 11 – 14 
Evangelie:  Lc. 2, 1 – 14    

Elk jaar horen we met Kerstmis het beroemde verhaal van Maria die haar pasgeboren kindje in een kribbe moest leggen, omdat er geen plaats was in de herberg. En elk jaar opnieuw vraag ik me af hoe zo’n herberg er in die tijd uitgezien moet hebben. Het zal geen vijfsterrenhotel zijn geweest. Roomservice en kamers met wifi bestonden nog niet. Waarschijnlijk waren er niet eens afzonderlijke kamers, maar lagen alle gasten in grote slaapzalen.

Je vraagt je af hoe het dan kan dat er geen plaats was voor Jozef en z’n hoogzwangere vrouw Maria? Allemaal een beetje inschikken en het had makkelijk gepast, zou je denken. En toch staat het er: “Er was voor hen geen plaats in de herberg.” Misschien hadden de andere gasten geen zin in het gedoe. Zo’n bevalling, wat komt daar niet allemaal bij kijken? En dan zo’n huilende baby. Op een slaapzaal doet dan niemand meer een oog dicht.

Laten we ook niet vergeten dat Nazareth wel 150 kilometer van Bethlehem af ligt. Wat wisten de mensen toen van elkaar? Ze spraken vast met een verschillend accent. Ze hadden misschien ook wel wat andere gebruiken. Het was veiliger om die onbekenden buiten de deur te houden. En dus hadden de jonge ouders Jozef en Maria geen andere keuze dan hun pasgeboren baby in doeken te wikkelen en in een kribbe te leggen. Dat is het verhaal van tweeduizend jaar geleden.

Nu maken opnieuw duizenden mensen een lange reis, tot ver van hun woonplaats. Oorlog en geweld hebben een complete volksverhuizing op gang gebracht. Net als toen in Bethlehem kloppen er nu mensen aan onze deur, met de vraag of er in onze herberg een plek is om te mogen schuilen.

De vraag is hoe wij daar op reageren? Schikken wij een beetje in? Of houden we ook het onbekende liever buiten te deur? Je weet maar nooit wie je binnenhaalt. Ik zou dat graag omdraaien: Je weet maar nooit wie je buiten laat staan.

God laat zich aan ons kennen in de allerarmsten en de allerzwaksten. Hoe gaan wij met hen om? Hoe barmhartig zijn wij voor elkaar? Dat is de vraag die wij ons als gelovige mensen elke dag opnieuw mogen stellen. Er zijn gelukkig al heel veel mensen die iets doen voor vluchtelingen of die goede doelen steunen. Zoals afgelopen week de actie van L1 voor de voedselbank. Of het Glazen Huis in Heerlen. Prima! Heel goed! Maar dat alléén is niet genoeg om te begrijpen wat er destijds in die stal in Bethlehem gebeurde. Met Kerstmis vieren we elk jaar opnieuw dat God mens werd op de nederigste plaats die je bedenken kunt: in een voerbak.

We hebben het verhaal geromantiseerd met kaarsjes en dennengroen. We zingen over ‘herdertjes’ en over een ‘stille nacht’. Daar is niets mis mee. Ik zing graag mee. Maar ik hoop dat we in alle sfeer die deze dagen ons bieden, niet de rauwe werkelijkheid vergeten dat God in de wereld kwam in de gedaante van een hulpeloze baby en dat de wereld zei: “Voor jou is er geen plaats onze herberg.” Dat gaat verder dan alleen geen onderdak geven aan wie dat nodig heeft. Een mens buitensluiten, een mens afwijzen, is God afwijzen. Maar barmhartig zijn voor iedere mens die bij ons aanklopt, is God verwelkomen.

Kerstmis is het feest van de menswording van God op aarde. Hij kijkt ons aan door de ogen van onze naaste. Niet alleen toen vanuit die kribbe in Bethlehem. Maar ook hier en nu. Ik hoop dat Christus welkom is in uw herberg. Zalig Kerstfeest.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

  

     
     
     
     
     
Susteren-Echt