Preek vooravond uitvaart mgr Gijsen

Preek van bisschop Frans Wiertz tijdens de vooravondmis bij gelegenheid van de uitvaart van oud-bisschop Joannes Gijsen in de kapel van het klooster van de Zusters Karmelietessen te Sittard op vrijdag 28 juni 2013.

Eerste lezing: Handelingen 3,1-10
Tweede lezing: Galaten 1,11-20
Evangelie: Johannes 21,15-19

Afgelopen maandag, op het feest van de geboorte van Johannes de Doper overleed bisschop Johannes Gijsen, bisschop van Roermond van 1972 tot 1993. 21 jaar lang. Een substantieel lange periode, waarin hij zijn stempel op vele ontwikkelingen in ons bisdom Roermond heeft gedrukt. Hij overleed op zijn naamfeest. Bij zijn bisschopswijding koos hij als wapenspreuk de bekende uitspraak van zijn patroonheilige: “Bereid de weg des Heren.”

Deze grote patroonheilige moet men plaatsen met het ene been nog in het Oude Verbond en het andere been in het Nieuwe Verbond. Hij bracht oud en nieuw bijeen, maar ook voelde hij de spanning tussen oud en nieuw.

Johannes is de achterneef van Jezus. Hij is de zoon van Zacharias en Elisabeth, de nicht van Jezus’moeder Maria. Beide moeders behoren tot de grote vrouwen binnen onze openbaring. Hun kinderen worden geboren in een wonderbaarlijke geboorte. Het zijn kinderen van belofte. In de laatste week van de advent worden ons als in een tweeluik de wonderbaarlijke gebeurtenissen naast elkaar geplaatst, opdat we ervan overtuigd raken: Gods heil gaat werkelijkheid worden. Het ene kind is nog meer dan het andere de vervulling van Gods heil. Na de geboorte van Jezus vertelt ons het evangelie enige tijd niets meer over Johannes, behalve dat hij in de woestijn heeft vertoefd en er een streng leven heeft geleid. Hij had er geleefd van sprinkhanen en wilde honing. Hij was gekleed in een kameelharen kleed. Hard voor zichzelf en hard voor anderen.

Johannes is vooral gegrepen door de verwachting van de op handen zijnde komst van de Messias, de nieuwe koning, die van Israël een nieuw volk zal maken. Hij wil het Joodse volk daarom tot oprechte bekering brengen, die noodzakelijk is wil de Messias kunnen komen. Daarom zijn uitroep: “Bereidt de weg van de Heer!” Daarom nodigt hij de mensen uit een daad van bekering te stellen door zich te laten onderdompelen in de rivier de Jordaan. “Bereid de weg van de Heer, maakt zijn paden recht. Elk heuvel moet geslecht worden en elke dal overbrugd worden. De kronkelpaden moeten recht. “

Het kan niet anders dan dat bisschop Johannes Gijsen gebiologeerd is geweest door woord en daad van zijn patroonheilige. Het mag als bijzonder genoemd worden, dat hij juist op het feest van zijn patroon deze aarde verliet om aan het nieuwe leven bij God te beginnen en zijn patroonheilige te mogen ontmoeten.

Bisschop Gijsen was een gestudeerd man. Hij was een gepassioneerd historicus en vooral geboeid door de kerkgeschiedenis. Tussen andere werkzaamheden door wist hij een studie kerkgeschiedenis te volgen aan de universiteit te Bonn. Daar promoveerde hij tot Doctor Theologiae. Met als co-referent prof.Ratzinger. Het wetenschappelijke werken boeide hem zeer en een professoraat in de kerkgeschiedenis was zijn diepe verlangen. De benoeming tot bisschop van Roermond in 1972 heeft aan zijn leven echter een volledig andere wending gegeven.

Wie een studie maakt van de geestelijke ontwikkelingen in de 20e eeuw zal extra aandacht moeten besteden aan de eind jaren ’60 en beginjaren ’70. Het was de tijd van grote maatschappelijke veranderingen die ook aan de kerkdeur niet voorbijgingen. Het was de tijd van wat het conflictmodel wordt genoemd. Veranderingen werden afgedwongen door harde standpuntbepalingen. Dit denken was vreemd voor de kerk, waarin kerkelijk gezag aan de ene kant en volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de andere kant altijd vanzelfsprekendheden waren geweest. Deze nieuwe wijze van maatschappelijk manoeuvreren deed ook zijn intrede in de kerk.

Het heeft zeer zeker een uitzuivering van oude clichépatronen van versleten geloofsgewoonten en een bewuster geloof bewerkt, maar ook raakten wezenlijke aspecten van het kerkelijk denken in verdrukking. Het vooruitgangsgeloof was sterk en krachtig en meeslepend en een kritische vraag bij deze ontwikkelingen werd nauwelijks verdragen en als restauratief afgedaan.

In deze situatie werd Jo Gijsen tot het bisschopsambt geroepen. Vanuit zijn historisch besef en kennis van de kerkgeschiedenis wist hij dat Schrift, traditie, ambt en sacramenten de bouwstenen zijn voor onze katholieke kerk. Vanaf de eerste dag van zijn pontificaat heeft hij aan het behoud hiervan gewerkt. Hierbij heeft hij weerstand ervaren en het is zeker geen gemakkelijke tijd geweest. Vooral ook omdat zovele gelovigen en priesters hun bisschop niet konden begrijpen in zijn streven. Misschien ook omdat deze bisschop zijn mensen niet altijd begreep, die evenmin hun kerk wilden verloochenen en evenzeer leden aan de terugloop aan kerkgangers en aan de verminderde maatschappelijke erkenning. Over en weer is er pijn geleden en heeft men zich onbedoeld pijn gedaan.

Niettemin, nadat enige rust was weergekeerd, werd erkend, dat een kerk priesters nodig heeft. Dat verkondiging niet vrijelijk kan zijn en dat de Eucharistie het grootste geschenk is dat de Heer ons heeft nagelaten. Als bisdom Roermond mogen wij daarom deze bisschop bijzonder dankbaar zijn, dat hij voor deze waarden heeft ingestaan. Weinig parochies die om een priester hebben gevraagd, zijn zich ervan bewust dat dankzij bisschop Gijsen zij die priester nu in hun midden hebben.

Voor de buitenwacht mag het vaak geleken hebben, dat deze wegbereider enkel de weg plaveide met Romeinse besluiten en decreten. Als bisschop voelde hij zich verbonden met de kerk in de lengte van de apostolische opeenvolging en met de kerk in de breedte van het grote Volk Gods wereldwijd. Hij kende de waarde van het Petrusambt als dienaar van de eenheid en garantie voor hetzelfde geloof wereldwijd. Maar meer dan eens moet hem te midden van de spanningen ook de twijfel bekropen hebben, die zijn patroonheilige ook overviel, toen hij vanwege zijn conflict met Herodes in de gevangenis was beland en hoorde over Jezus die een andere toon aansloeg. “Doe ik het goed? Moet ik op deze weg voortgaan?” Johannes liet daarop aan Jezus vragen: “Zijt gij de komende of hebben we een andere te verwachten?” Waarop Jezus zei: “Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: Blinden zien, lammen lopen en aan armen wordt de blijde Boodschap verkondigd.” Johannes de Doper leek een hard mens, maar de woorden van Jezus hebben hem zeker getroost.

Bisschop Joannes Gijsen stierf op het feest van de heilige die hem steeds geïnspireerd heeft. We zullen hem uitgeleide doen op het grote feest van de apostelvorsten Petrus en Paulus. Vanavond vieren we de vigilie en laten ons door de lezingen van deze vooravond voeden. Het zijn lezingen die ook deze oud-bisschop vertrouwd zijn geweest, want zoals Petrus in de eerste lezing aan de lamme bedelaar een woord van geloof wist te schenken als de ware medicijn voor zijn leven, zo heeft bisschop Gijsen het geloof in Jezus beleefd en als de dragende kracht voor mensen en als de ware medicijn willen aanbieden. Evenals Paulus heeft hij zich geraakt gevoeld door Jezus en evenals Paulus zal hij zich gedrongen gevoeld hebben om op tocht te gaan en te pas en te onpas Gods woord te verkondigen. Hij zal zich zeker in zijn uitspraak herkend hebben: “Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig.”

De evangelielezing zal ook bisschop Jo Gijsen zeer dierbaar zijn geweest. Evenals Petrus zal de oud-bisschop zich ervan bewust geweest zijn, dat het op vele punten in zijn leven en zijn taak als bisschop beter had gekund. Geen mens is immers volmaakt. “Hoe moet ik mij verantwoorden, als ik voor Christus sta?” is een gedachte die hij zich zeker meer dan eens gesteld heeft. Maar hij mag zeker zijn van dezelfde reactie van Jezus als tegenover de wankelmoedige Petrus: “Johannes, je hebt me toch lief? En Jo zal eveneens kunnen zeggen: “Ja, Heer, Ge weet toch dat ik u bemin.” Waarop de Heer zegt: “Weidt mijn lammeren, weidt mijn schapen.” Blijf ook vanuit de hemel zorg dragen voor de kerk van Roermond en IJsland. “

De laatste jaren woonde oud-bisschop Gijsen te Sittard. Het bood hem de gelegenheid om zijn geliefd wetenschappelijk werken weer op te nemen en ook beschikbaar te zijn voor de zusters Karmelietessen en om retraites te geven. Maar het was alsof O.L.Heer hem nog een keer nodig had en navolging van hem vroeg. Eind vorig jaar werd bekend, dat de oud-bisschop ongeneeslijk ziek was. Snel verminderden zijn krachten en werd hij hulpbehoevend. De ziekte was pijnlijk. Hij, die altijd het voortouw had genomen en alles had willen controleren en overzien, moest nu ook zichzelf geven, zijn vitaliteit, zijn krachten, zijn leven. De slotwoorden van het evangelie werden actueel en concreet: “Toen ge jong waart, deed ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” Ook deze laatste weg is bisschop Gijsen gegaan om ook in zijn lijden de Heer na te volgen om Hem te verheerlijken.

Wij nemen afscheid van een groot mens, een groot bisschop, die geschiedenis heeft gestudeerd maar vooral ook geschiedenis heeft geschreven, doordat hij in het bisdom Roermond de weg bereid heeft voor de Heer gedurende 21 jaar. Hij heeft de weg gewezen van Gods Woord, van traditie en van ambt en sacramenten tot opbouw van het Volk van God hier op aarde en tot lof van de Heer. Joannes Gijsen, à Dieu.
Amen.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt