Column mei 2014

Tussen Pasen en Pinksteren

In het evangelie
horen we van de verrijzenisverhalen.

We horen van het lege graf.
Jezus, die plotseling bij zijn leerlingen verschijnt
en met hen een stuk vis eet.

Maar we horen ook van Thomas,
die het niet kan geloven eer hij zijn handen
in de wonden van Jezus kan leggen.

We horen van de Emmausgangers
die Hem herkennen aan het breken van het brood.

Toch zijn de apostelen nog onzeker
in afwachting van de helper,
de Heilige Geest, die Jezus beloofd had.
En ze verzamelen zich rond Maria.

Ook wij zijn geen vreemdelingen in Jeruzalem.
In de afgelopen Goede Week,
waar we het lijden van Jezus volgden,
hebben we heel bijzonder
in de boetedienst in Maastricht
de diepe pijn ervaren van de slachtoffers van misbruik,
hen aangedaan door leden van de kerk,
priesters, kloosterlingen, zelfs een bisschop.
Vaak een halve eeuw geleden,
maar waar mensen lang verborgen
mee hebben rondgelopen en geleden.

Vol schaamte en verdriet

zijn we met dat leed voor God gegaan.

Maar ook velen van de kerk zijn
gewond in hun vertrouwen en geschokt.

Na de lijdensweek was er dan Pasen:
de opstanding van de Heer.

Onzeker en in stilte beseffen we onze zwakte
en kunnen we als kerk niet zónder
de steun van de Heilige Geest, die beloofd is.

Bidden we om die Geest,
verzameld rond Maria, rots in de branding, Sterre der Zee.

+ Frans Wiertz

bisschop van Roermond