Kerk en Hiv

tekst Hub Vossen

We praten binnen de Kerk niet zo snel over ziektes als Hiv en Aids. Trouwens Hiv en Aids is een ziekte waar we ons vaak geen goed beeld bij kunnen vormen. In Nederland werd en wordt het vaak gekoppeld aan homoseksualiteit. Maar het is goed om te weten dat deze ziekte mondiaal gezien momenteel wel de meest ontwrichtende epidemie uit onze geschiedenis is. Vooral in Afrika laat deze ziekte enorm diepe sporen na! Twintig jaar geleden werd de westerse wereld met de eerste gevallen van Aids geconfronteerd. Inmiddels weten we, dat met een uitgekiende medische behandeling het Hiv-virus beteugeld kan worden en Aids een chronische, in plaats van acuut levensbedreigende ziekte is geworden. Maar daarmee dreigt ook de aandacht voor de wereldwijde gevolgen te verslappen.

In sommige delen van Zuidelijk Afrika en Zuidoost-Azië heeft de ziekte echter een verwoestende uitwerking op complete samenlevingen. Zo is in sommige landen meer dan twintig procent van de bevolking besmet met Hiv en is van een actieve en effectieve bestrijding nog nauwelijks sprake vanwege culturele, sociale en religieuze factoren.

Maar het is ook belangrijk om in Nederland uitgebreid stil te staan bij deze ziekte en de gevolgen voor mensen die besmet zijn met het Hiv/Aidsvirus. Maar nog belangrijker is het, dat vanuit kerkelijke hoek aandacht is voor deze ziekte. Dat er aandacht is voor de sociale en persoonlijke gevolgen voor mensen die besmet zijn. Dat mensen, die door dit virus geïnfecteerd zijn, ook nabijheid en directe betrokkenheid mogen ervaren vanuit een kerkelijke betrokkenheid. Vandaar dat de Dienst Kerk en Samenleving sinds enkele jaren, samen met de bisdommen Aken en Luik aandacht schonk aan de problematiek. Inmiddels heeft dit geleid tot een Euregionaal project waarbij, naast de drie bisdommen, ook andere partners (Buddyzorg Limburg, Aids-Hilfe Aachen, Universiteit van Maastricht en Missio Luttich) betrokken zijn. Doel van het project is om via scholing en studie de problematiek van Hiv-Aids bij een breder publiek onder de aandacht te brengen.

Zo zijn in de afgelopen maanden een aantal Euregionale studiedagen georganiseerd, waarin uitgebreid informatie gegeven is over deze problematiek. Voor pastores en kerkelijke vrijwilligers die met name via diaconale projecten zeer nauw betrokken zijn bij mensen die besmet zijn met het Hiv/Aidsvirus, is het belangrijk om goed geïnformeerd te worden over de impact van deze ziekte. Daarnaast wordt er ook een actieve oproep aan de kerken gedaan om een meer actieve rol te spelen in de strijd tegen Aids.

Op de laatste Euregionale studiedag in Mönchengladbach presenteerde zich ook enkele Nederlandse partners. In hun verhalen was uitdrukkelijk te horen hoe zij begaan zijn met mensen die door het Hiv/Aidsvirus getekend zijn. Hermen van Dorp, pastor/geestelijk verzorger voor Hiv/Aidspatiënten in Nederland liet in zijn verhaal een tweetal mensen optreden. Twee zeer bijzondere mannen. twee verhalen van mensen die op verschillende manieren hun coming-out in hun leven, omgeving en in hun geloof vorm hebben gegeven. Twee mannen die met vallen en opstaan hier een weg in hebben gevonden en de nodige krassen op hun ziel hebben opgelopen als het gaat om intolerantie, uitstoting, isolement en eenzaamheid.

Zo vertelde hij het verhaal van Thomas; een kunstenaar die jarenlang creatief en zorgzaam in het leven stond. Helaas een aantal jaren geleden overleden. Hij maakte allerlei producten om aandacht te vragen voor het stigmatiseren van homo’s tegen te gaan. In zijn werk was in- en uitsluiting een belangrijk thema. Hij streefde ernaar om veranderingen teweeg te brengen die verdraagzaamheid beogen en daardoor meer integratie mogelijk maakt van mensen uit diverse subculturen. Thomas had een heilig geloof in solidariteit. Lotsverbondenheid met diegene die hulp en steun nodig hebben om de muur van angst en stilte te doorbreken.

In het verhaal van een tweede persoon waar Van Dorp, als geestelijk verzorger, veel mee gesproken had, klonk door dat hij jarenlang gevochten heeft tegen zijn homoseksualiteit. Hij beschouwde zijn Hiv, als een straf van God. Een zware tol die hij heeft moeten betalen omdat hij als diepgelovig man van mannen houdt. Zo gaf hij aan; ‘Er staat immers geschreven in de Bijbel dat de vloek zou neerdalen op de mannen die de sodomie erop na hielden.’ Hij gelooft dat God beslist wat de mens toekomt; voorspoed of rampspoed. Net zoals in het verhaal van Job. Job is al zijn bezittingen kwijt geraakt en rouwt om wat hij verloren heeft. Job lijdt aan zijn eenzaamheid omdat iedereen hem in de steek laat en wordt als een zondaar door zijn omgeving beschouwd. Want alleen mensen die gezondigd hebben vallen zo diep met Gods instemming. Zo ervaart Johan ook deze tegenslag: zijn Hiv heeft hij vast door zijn verkeerde handel en wandel over zichzelf afgeroepen.

Twee uiteenlopende verhalen van mannen en hoe ze omgaan met hun homoseksualiteit, hun geloof, maar ook hun ziekte. Als pastor/geestelijk verzorger geeft Van Dorp mensen de tijd en ruimte om hun verhaal te vertellen. Maar meer nog; om op verhaal te komen. Hij laat ze vertellen wie ze zijn en wat ze meemaken. Want, ‘wat je zegt, dat ben je immers zelf’. Deze levensverhalen vertellen zich vaak vanzelf. Mensen die pastor Van Dorp ontmoet, hebben vaak al zoveel meegemaakt dat het water ze tot aan de lippen is gestegen. Onbegrip, intolerantie, oordelen! Vaak voelen ze zich in de steek gelaten door instituties als kerk, die vooral de boodschap uitdragen van huwelijkse trouw tussen man en vrouw. Of net zoals bij Johan laten weten dat God de zonde van sodomie straft met ziekte.

Oordelen is vaak zoveel makkelijker dan ontferming en compassie. Kan het anders? Ja zegt Van Dorp.
Belangrijk is dat er ook vanuit kerken aandacht is voor mensen die getroffen zijn door het HiV/Aidsvirus. In zijn inleiding haalde hij enkele vormen aan die m.n. voor Afrika van groot belang zijn. Kijkend naar Nederland is het belangrijk dat wij hier mensen niet veroordelen. Dat we aandacht hebben voor hun ziekte. Luisteren naar hun verhalen en nabij zijn als het moeilijk is.

In Limburg kennen we sinds vele jaren al Buddyzorg Limburg. Het gaat hier om groep zeer enthousiaste en toegewijde vrijwilligers die HiV/Aids- geïnfecteerden als maatje ondersteunen.
Meer dan 25 jaar geleden is de Buddyzorg in Limburg ontstaan als een netwerk van mensen die vanuit de methodiek van empowerment ondersteuning biedt. De vrijwilligers van Buddyzorg Limburg luisteren zo naar de levensverhalen van mensen. Bieden vrijwilligers sociaal emotionele ondersteuning aan mensen die ernstig ziek zijn. Als maatje begeleiden zijn mensen in hun ziekteproces.
Inmiddels zet Buddyzorg Limburg zich niet meer alleen in voor HiV/Aids- geïnfecteerde, maar biedt zij sociaal-emotionele hulp en ondersteuning aan iedereen die een ernstige levensbedreigende ziekte heeft.

De hulpverlening is heel eenvoudig. Als buddy, maatje, loop je met mensen in hun ziekteproces mee. Voor de een is dat een wekelijks contact, voor de ander is dat meer of minder frequent. Maar het gaat altijd om een gelijkwaardige relatie, die gekenmerkt wordt door de ontmoeting tussen twee mensen die waarde hechten aan deze ontmoeting en die daar beide vrijwillig voor kiezen. Voor de een is er sprake van verlies, moet afscheid genomen worden van capaciteiten van fysieke, psychische en/of sociale aard. Moet losgelaten worden wat eens nog mogelijk was. Buddyzorg is zo gericht op het verwerken van het ziek zijn en het versterken van de mogelijkheden, de draagkracht, de zelfstandigheid, maar ook de onafhankelijkheid van de cliënt en is daarmee veel meer dan een bezoek alleen.

Een van de buddy’s die al in vrij vroeg stadium betrokken is geraakt bij deze bijzondere vorm van vrijwilligerswerk is Heleen van Erve. Naast haar buddywerk is zij ook actief bij het Mgr. Schrijnenhuis, actief in de parochie van Thorn. Een ‘duizendpoot’ die haar hart uitdrukkelijk laat spreken. Met mensen begaan is, vanuit een zeer uitgesproken evangelische betrokkenheid. Zij maakt het verhaal van christelijke naastenliefde concreet waar. Zij zet zich uitdrukkelijk in voor mensen die kwetsbaar zijn. Die getekend zijn door het leven. Vaak ook pijnlijk geconfronteerd met hoe ‘de ander’ hen bekijken en vaak ook veroordelen. Ze doet dit werk vanuit een uitgesproken evangelische inspiratie. Ze laat zich leiden door de verhalen uit De Schrift. Komt op voor mensen die in de verdrukking zitten. Ze doet dat gewoon, omdat ‘in ieder mens iets van God te vinden is’. Zij roept uitdrukkelijk op tot solidariteit, tot betrokkenheid bij mensen die gekwetst zijn, geraakt zijn door hun ziekte.

Dit Euregionale project roept ons als kerken op om daadwerkelijk ook aandacht te hebben voor deze wereldwijde ziekte. Roept ons op om ook daadwerkelijk solidair te zijn met christenen, maar ook niet christenen, over de hele wereld, die getroffen zijn door deze epidemie. Dit vraagstuk van HiV/Aids is daarom ook meteen een uitdaging aan ons als gelovige, maar ook aan de wereldwijde katholieke kerk. Een uitdaging om barmhartigheid te tonen.