Maria Lichtmis en Blasius

Op maandag 2 februari viert de Kerk 'Maria Lichtmis'. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is dit geen Mariafeest, maar gaat het op deze dag vooral om Christus zelf. Officieel heet het feest de 'opdracht van de Heer in de tempel'. Het was bij die gebeurtenis dat Jezus werd betiteld als 'het Licht dat alle volkeren verlicht'. In de kerken is het al eeuwen gebruikelijk om op deze dag een lichtprocessie te houden en kaarsen te zegenen. Zeker zo oud is ook het gebruik om op 3 februari, de gedachtenis van de heilige Blasius, de Blasiuszegen uit te delen. Die moet de gelovigen beschermen tegen keelaandoeningen en andere kwalen.
 


Maria Lichtmis
Het feest van Maria Lichtmis wordt al meer dan duizend jaar door de Kerk gevierd. Er wordt in de geschiedenis voor het eerst over gesproken op het einde van de vierde eeuw in de oosterse kerken. De officiële naam van het feest is in die tijd 'de ontmoeting van de Heer in de tempel'. Ten tijde van Jezus' geboorte was het in Jeruzalem bij de joden gebruikelijk om na de geboorte van een kind dit kind aan te bieden aan God in de tempel en daarbij een offer te brengen. Overeenkomstig de joodse wet vond Jezus' opdracht als eerstgeborene van het mannelijk geslacht veertig dagen na de geboorte plaats en werden een koppel tortels of twee jonge duiven geofferd. Gerekend vanaf 25 december is dat dus op 2 februari. Bij deze ontmoeting in de tempel wordt Jezus herkend door Simeon als 'hét Licht voor alle volken'

Lichtprocessie en kaarsenzegening
Het feest heeft altijd een sterk volks karakter gehad. Ter herinnering aan de intrede van Jezus in de tempel en de woorden van Simeon, is het gebruik ontstaan op deze dag een lichtprocessie te houden. Ook worden de kaarsen, die in de loop van het jaar thuis of in de kerk gebruikt worden, gezegend. De gewijde kaars heeft in de volkse traditie altijd een belangrijke plaats ingenomen. Het gebruik van kaarsen als dusdanig in de eredienst is zelfs voorchristelijk. Wellicht waren het de Etrusken die voor het eerst kaarsen in die betekenis hebben aangestoken. Hun gebruik in de christelijke liturgie is zo oud als de liturgie zelf.

Het gebruik om deze kaarsen tijdens het feest van de 'ontmoeting van de Heer in de tempel' te zegenen ontstond in de tiende eeuw. Daardoor werd dit feest bekend onder de naam 'Maria Lichtmis', die het in de westerse Kerk kreeg, maar bij de liturgievernieuwing naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie in 1969 kreeg het de officiele naam 'Opdracht van de Heer in de tempel'. Sindsdien wordt met dit feest ook niet langer meer het einde van de kersttijd gevierd, maar eindigt die enkele weken eerder op het feest van de doop van de Heer in de Jordaan. Nog altijd wordt in veel parochiekerken in Limburg op 2 februari een kaarsenprocessie door de kerk gehouden.

Sinds 1997 wordt, op initiatief van toenmalig paus Johannes Paulus II, jaarlijks op 2 februari de Werelddag voor het Godgewijde Leven gehouden, een dag die werd ingevoerd om daarmee het religieuze leven meer onder de aandacht te brengen. Vanwge het internationale Jaar van het Religieuze Leven krijgt die dag dit jaar (2015) bijzondere aandacht in de parochies. 

Blasiuszegen
Over het leven van de heilige Blasius is weinig bekend. Hij was bisschop van Sebaste in Armenië en werd omstreeks het jaar 300 gevangen gezet, wreed gemarteld en onthoofd. Dat hij nu nog bekend is, heeft vooral te maken met een gebeurtenis die zich tijdens zijn gevangenschap afspeelde. De legende vertelt dat op een dag een wanhopige vrouw bij hem kwam met haar zoontje in de armen. De jongen was de verstikkingsdood nabij, omdat een visgraat in zijn keel was blijven steken. Blasius raakte de jongen aan en de graat sprong uit zijn keel.

Tijdens zijn gevangenschap zou Blasius nog meer wonderen verricht hebben, maar vooral door het voorval met de graat is hij de geschiedenis ingegaan als de heilige die aangeroepen wordt tegen keelaandoeningen, hik, bof, angina, spruw, krop en astma. Daaruit ontstond in de 13de eeuw het gebruik van de Blasiuszegen. Deze wordt nog steeds op of rond 3 februari in veel Limburgse parochiekerken aan de gelovigen gegeven, niet als een wondermiddel, maar als een uiting van gelovig vertrouwen in de voorspraak van heiligen bij God. De priester of diaken houdt dan twee gekruiste kaarsen voor de borst en rond de keel van de gelovige en spreekt het volgende gebed uit: 'Op voorspraak van de heilige Blasius, bisschop en martelaar, bevrijde God u van keelziekten en alle andere kwaad. In naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen'.