Preek bij gelegenheid van de stadsprocessie in de Sint-Servaasbasiliek, Maastricht

Op zondag 17 mei 2015 vond in Maastricht de jaarlijkse stadsprocessie plaats. Voorafgaand aan de processie hield bisschop Frans Wiertz tijdens de eucharistieviering in de Sint-Servaasbasiliek bijgaande preek, waarin hij ingaat op zijn hoopvolle visie voor de toekomst van de Kerk.

 

Lezingen: 7e zondag van Pasen

1e Lezing:       Hand. 1, 15 – 17. 20a. 20c – 26  
2e Lezing:        1. Joh. 4, 11 – 16
Evangelie:       Joh. 17, 11b – 19  

De lezingen die we net gehoord hebben, gaan over eenheid. Eenheid en onderlinge liefde! Die zijn wezenlijk bij het uitdragen van Christus’ boodschap. Het lijkt er soms op alsof sommigen – en u hoort ze beslist in uw omgeving – de moed opgeven als het gaat om de Kerk in West-Europa. Soms horen we wel eens geluiden van mensen die de toekomst van de Kerk heel duister inzien. Ik begrijp wel waar die somberheid vandaan komt, maar ik deel die mening niet.

Natuurlijk zie ik ook dat de positie van de Kerk in onze West-Europese samenleving veranderd is. Maar dat is voor mij geen enkele reden voor moedeloosheid of defaitisme. Ik wil dat graag een keer hardop zeggen. En ik zal u ook uitleggen waar ik mijn vertrouwvolle hoop vandaan haal.

Op de eerste plaats van Christus zelf. Zolang er mensen zullen zijn, zal ook de vraag gesteld worden: waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe, bestaat God? En zolang als er mensen zullen bestaan, zullen er ook zijn die het antwoord daarop vinden in Jezus Christus, Zoon van de Vader. Hij kent als geen ander God. “Ik en de Vader zijn een.” We weten, als we daarvoor openstaan, heel veel over God, die liefde is. Het evangelie gaat daar in iedere regel over.

Uit het evangelie en de sacramenten leren we Christus kennen als een man die uit liefde voor God en voor ons tot het uiterste is gegaan. Alle eeuwen door zijn er mensen geweest die zich door Zijn boodschap van liefde en solidariteit aangesproken hebben gevoeld. Niemand maakt mij wijs dat dit morgen, over vijftig jaar, over honderd jaar niet meer het geval zal zijn. Ook in onze streken.

God weet altijd wegen te vinden om mensen in het hart te raken. Dat gaat met golfbewegingen. Natuurlijk beleven we in West-Europa op dit moment een verdamping van religie en ook van het geloof in Jezus. Enkele decennia lang dachten we in Nederland dat de hele wereld achter ons aan zou marcheren, wat dat verdwijnen van religie betreft.

Niets is minder waar. Onze befaamde auteur Tommy Wieringa constateerde nog enkele maanden geleden in het journaal, toen hij een boekenprijs kreeg uitgereikt, dat vijfennegentig procent van de wereldbevolking in God gelooft. En hij voegde er ironisch aan toe: “Degenen die me die prijs hier hebben toebedeeld, horen tot die vijf procent.”

Wij leven als gelovigen in Limburg niet op een eiland. We zijn lid van een wereldkerk met meer dan een miljard mensen die in Christus geloven. In Azië wonen intussen meer katholieken dan in Europa. En de Kerk maakt in Azië en Afrika een zeer sterke groei door.

Het gaat me helemaal niet zozeer om het aantal, maar dat wij ons ervan bewust worden dat er wereldwijd helemaal geen sprake is van een leeglopende Kerk. Er zijn juist elk jaar méér mensen die zich laten dopen. Zij voelen zich verbonden met de Kerk en dus ook met ons. De kardinaal van de Filippijnen vertelde me eens dat de meest krachtige Kerk de Kerk in China is. Wellicht omdat alle gelovigen daar letterlijk onder het kruis leven.

En wij mogen ons met hun verbonden weten. En ons ook aan hen optrekken. Dat is die eenheid, waarover het vandaag in de lezingen ging. Gelovige Limburgers, Indiërs, Amerikanen, Afrikanen, Chinezen: We zijn sámen de Kerk van Jezus Christus. Hij is het die ons bij elkaar brengt. Dus zo vreemd is het niet dat er nu buitenlandse priesters en religieuzen in onze Limburgse kerk werken. Sint Servaas kwam per slot van rekening ook niet uit Schin op Geul, maar uit Armenië.

“Opdat zij allen één mogen zijn,” bad Christus. En als teken van die eenheid heeft Hij Petrus aangesteld als leider van de Kerk. Ondanks zijn kleinmenselijke fouten. Ondanks zijn verloochening, vroeg Christus toch aan Petrus om de rots te zijn, waarop Hij zijn Kerk kon bouwen.

De eeuwen door zijn de opvolgers van Petrus steeds symbool van eenheid  geweest. Ook nu staat paus Franciscus voor die eenheid tussen alle gelovigen. Hij weet op een wervelende manier te inspireren. Zozeer zelfs dat deze week een verstokte atheïst als Raoul Castro zijn mogelijke terugkeer naar de Kerk aankondigde. En er bij zei: “En dit is geen grapje.”

Als zelfs zoiets in Cuba mogelijk is, dan maak ik mij geen zorgen over Limburg. Wie liefde en barmhartigheid uitstraalt, zal dat ook terug ontvangen. Dat is de basis van mijn vertrouwen in de toekomst van de Kerk. Natuurlijk moeten we daar wel iets voor doen. Het gaat niet vanzelf. Van oudsher stoelt de kerk op drie pijlers: leren, vieren en dienen.

Leren is catechese geven. Het geloof verwoorden en overdragen. Dat wordt al snel als belerend ervaren en daar staat in onze tijd niet iedereen voor open. Je moet eerst geloven met het hart en dan met het verstand.

Vieren is liturgie. Op bijzondere momenten, zoals vandaag hier in Maastricht met deze stralende sacramentsprocessie, spreekt dat velen aan. En ook op scharniermomenten in het leven vinden mensen daarin steun. Bij overlijden, doop of jubilea. Maar niet iedereen is elke dag of elke week in staat om mee te vieren.

Maar wat niemand onberoerd kan laten is de zorg voor onze naaste. Dienen, diaconie, is een pijler van de Kerk die – mede dankzij paus Franciscus – vele harten opent. De Kerk van de 21e eeuw hoort een barmhartige en dienstbare Kerk te zijn. Komend jaar heeft de paus uitgeroepen tot een jaar van barmhartigheid. Elke dag bereikt hij de harten van velen, omdat hij geloofwaardig spreekt en handelt, recht uit het evangelie en recht uit het hart. Concrete hulp bieden aan een mens in nood, is evenzeer Gods liefde uitdragen als leren en vieren.

Als ik om mij heen kijk en zie hoeveel mensen aan mantelzorg doen, geld geven voor een ramp zoals in Nepal, zich inzetten voor de buurtvereniging, voor sport- en muziekverenigingen; of op nog andere wijze bijdragen aan een betere samenleving, zie ik de naastenliefde waartoe Christus oproept op veel plekken bloeien. Dat is hoopgevend!

Als de Kerk ons lief is, als wij Christus echt willen navolgen, dan mogen we het leren en het vieren niet vergeten. Maar op de allereerste plaats mogen we te herkennen zijn aan de oprechte zorg voor onze naaste. In eenheid met de paus en verbonden met de wereldkerk. “God is liefde”, lezen we bij Johannes. “Wie in liefde woont, woont in God en God is met hem.”

Amen.