Chrismamis 2018

Preek Chrismismamis 2018 door hulpbisschop mgr. Everard de Jong 

Vandaag, tijdens de Chrisma-mis, worden de H. Oliën gewijd. De Catechumenenolie, het heilig Chrisma en de Ziekenolie. Jezus zelf heeft deze oliën willen gebruiken om zijn heil aan de mensen door te geven. Vier sacramenten kunnen niet zonder deze H. Oliën, waarvan het H. Chrisma wel de belangrijkste is: ze worden gebruikt bij het doopsel, het vormsel, de wijding en de ziekenzalving.
 
De olie en de zalf zijn stoffen die de huid reinigen, ontsmetten, helpen genezen, sterken en beschermen. Ze dienen zelfs om luizen weg te houden bij de oren van de schapen… De vergevende, genezende, beschermende en sterkende kracht van de sacramenten van het doopsel en vormsel, de wijding en de ziekenzalving worden erdoor gesymboliseerd en gerealiseerd. Deze oliën hebben een boodschap aan het volk van God vanaf de eerste dagen van de openbaring van Godswege: ze vertellen over de wijze die God gebruikt om mensen te raken. De olie die Samuel meeneemt om David te zalven tot koning (I Sam. 16,1), die Elia aanwendt om zijn opvolger Elisa te zalven (I Kon. 19,16), en Mozes gebruikt om Aaron tot priester te zalven (Lev. 8,12), ze hebben een bijzondere betekenis en werking. Ze duiden op de tedere en milde en tegelijk sterke kracht en bescherming die aan de gezalfden wordt gegeven die tot een zware maar mooie opdracht worden uitgekozen. De olie, vergezeld van woorden met gezag, geeft hun bescherming en kracht om de strijd aan te gaan. Ook de catechumenen krijgen steun in de strijd tegen hun ongeordende neigingen en de onzichtbare machten van deze wereld (Ef. 6,10-12). Zieken worden op hun beurt gesterkt in hun strijd tegen hun ziekte en ten bate van een vertrouwvolle overgave in Gods hand tijdens de ultieme strijd. 
 
Vandaag denken we echter bij uitnemendheid aan de olie die kinderen, vrouwen en mannen zalft tot het algemeen priesterschap (vgl. Jes. 61,6; I Petr. 2,9; Openb. 1,6; Lumen gentium 10) in de doop en het vormsel, en die mannen priester en profeet wijdt bij de diaken-, priester- en bisschopswijding: het Chrisma. Het is door die zalving dat de H. Geest zelf de gezalfde voor een bepaalde bediening uit- en toerust, vooral voor zijn leven als christen en het ambtelijk dienstwerk. In de Handelingen van de apostelen horen we: “Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde” (1,8; Vgl. Hand. 4,8; 6,3-6; 13,2-4.9; 14,23; Ef. 4,11.12; 1 Kor. 12,28-30).
 
Deze zalving, geachte broeders en zusters laat ons allen meer op Christus, de gezalfde bij uitstek,  lijken. Ook in zijn strijdende gestalte. Petrus zei van Hem: "Gij weet wat er overal in het joodse land gebeurd is; hoe Jezus van Nazareth zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen, die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem.” (Hand. 10,37-38). 
 
De zalving tot koning, priester en profeet was en is een andere “performative act” dan een aanstelling met een brief. Het is geen functionaliteit of projectopdracht. Het is zelfs niet een zending als zodanig. Het raakt je dieper. Als persoon. Het gaat je niet in je koude kleren zitten. Het komt tot onder de huid. Je bent de gezalfde… De gezalfde blijft de gezalfde, Mozes hoorde God zeggen: ‘Door hen op deze manier te wijden, verleen je Aäron en zijn zonen voor altijd het recht om het priesterschap uit te oefenen’ (Ex. 29,9). Meer nog, die zalving blijft, ook als hij zijn functie niet meer uitoefent: David zei tegen Abisai: "Breng hem (Saul) niet om, want wie slaat ongestraft zijn hand aan de gezalfde des Heren?" (1 Samuël 26:9), zelfs toen hij door God was afgezet als koning. De olie vormt een blijvend merkteken, ook bij het doopsel en vormsel. Het is een blijvende opdracht. 
 
Het Chrisma geeft ons als gedoopten, gevormden en als gewijden een blijvend “anders zijn”: We zijn en blijven verbonden met de gezalfde, Jezus Christus. We zijn Christen. We zijn gevormd! We zijn diaken, we zijn priester, bisschoppen zijn bisschop. Tot in eeuwigheid. Wat een waardigheid! 
 
Deze jaarlijkse Eucharistieviering van de priesters met hun bisschop vraagt speciale aandacht voor het bijzondere, ambtelijke priesterschap van de priesters. Witte Donderdag is de dag van de instelling van het priesterschap. Vanavond, op de vooravond van Witte Donderdag, dus een dag om ons priesters, u beste broeders, met vreugde te wijzen op uw waardigheid en te bedanken voor uw trouwe dienst! Het is geen gemakkelijk leven om in een, in toenemende mate, geseculariseerde maatschappij  priester van de Allerhoogste te zijn. Het is een steeds grotere uitdaging om binnen de denk- en gevoelskaders van deze tijd de waardigheid van het priesterschap, als middelaar tussen God en mens, voor onszelf duidelijk voor ogen te hebben, aan anderen duidelijk te maken, laat staan zelf zelfbewust te beleven. Er is een kaste van “nieuwe priesters”,  die voor vele mensen onze plaats innemen: allerlei soorten geestelijk verzorgers, psychologen en psychotherapeuten, spiritual coaches, zelfhulpboeken, websites, etc. Met zorg vragen we ons af: maar, naast het goede dat ze bieden, kunnen zíj dan het Woord en Brood van het Eeuwig leven schenken? En de zonden vergeven? Voorts zijn er de praktische problemen van allerlei aard: het vinden en coördineren van vrijwilligers, het onderhoud van de kerkgebouwen, geldwerving, het contact onderhouden met seculiere instellingen: van gemeenten tot sport- en carnavalsverenigingen, van belangengroeperingen voor minderheden en vluchtelingen tot slachtoffers van misbruik en van verkeersongevallen. Om nog maar te zwijgen van uw liefdevolle zorg voor zieken, nabestaanden, jongeren, mensen die vastgelopen zijn in deze maatschappij en uw optredens in de media.
 
Waar vindt u uw kracht? Wat is de bron van uw vreugde? Vandaag zou ik willen stilstaan bij die drie bronnen die uw heilige zalving te bieden hebben, die door Pastores dabo vobis, het document over de priesteropleiding, worden genoemd: de priester als mysterie, in gemeenschap en met een zending. 
 
1. In de woestijn vertelde God aan Mozes: ‘Laat je broer Aäron en zijn zonen deze kleding aantrekken en zalf hen; zo wijd je hen en heilig je hen om mij als priester te dienen’ (Ex. 28,41). Door die zalving zijn ze priester. Belangrijk voor ons als priesters van het Nieuwe Verbond is onze identiteit, onze kracht en inspiratie te ontvangen van en te ontlenen aan de nieuw testamentische handoplegging,  gebed en zalving. U kunt kracht ontvangen uit die zalving met de H. Geest die u kreeg bij uw wijding en de zalving en troost van de H. Geest die u telkens opnieuw ontvangt in uw intens gebed en het zelf ontvangen van de sacramenten… Door het Chrisma gelijkt u, via uw doopsel, vormsel en wijding, op Christus. Het gaat daarbij in eerste instantie om een zijn. Niet zozeer om een taak of functie. U bent de gezalfden van de Heer. Weest u zich daarvan diep bewust! Onderhoudt uw relatie met Christus, de gezalfde bij uitstek, de enige Hogepriester, goed, door de blijde beleving van uw ja-woord dat u zo dadelijk gaat vernieuwen… 
 
2. Belangrijk is goed contact onderling. Hoe belangrijk is het gemeenschap te onderhouden en zo nodig op te bouwen onder uw broeders. “Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de Heer zijn zegen: leven voor altijd” (Ps. 133,1-3). Ontbreek niet bij het dekenaal overleg. Laat het opgemerkt worden als u een keer niet bij de krans bent. Probeer bijeenkomsten door het bisdom georganiseerd bij te wonen. Ga op een broederlijke, ontspannen, informele wijze om met uw collegae bij allerlei gelegenheden. Organiseer zelf bijeenkomsten van medebroeders, om samen de Schrift te lezen, te (aan)bidden, cultuur te snuiven, te ontspannen! 
 
3. Belangrijk zijn gezamenlijke initiatieven met uw medegezalfden tot gemeenschaps- en parochie-opbouw, diaconie en met name expliciete evangelisatie. U mag als een barmhartige Samaritaan olie op de wonden van de mensen die in uw veldhospitaal komen gieten (Vgl. Lc. 10, 25-37). Christus voelde zich gezalfd om de blijde boodschap te prediken, hoorden we in de eerste lezing. Aan deze missie, uit deze uit de zalving voortkomende evangeliserende opdracht, ontleent u uw identiteit. “Alleen als de christelijke gemeenschap evangeliserend wordt, zal zij haar innerlijke verdeeldheid en spanning kunnen overwinnen en haar eenheid en geloofskracht kunnen terugvinden” (Redemptoris missio (1990), 49).
 
Deze drie bronnen van kracht en vreugde die opborrelen vanuit de zalving gelden ook voor alle anderen die participeren in de zending van Jezus en de opvolgers van de apostelen: de bisschoppen en hun vertegenwoordigers de priesters en diakens. Het algemeen priesterschap van u als gedoopten (vgl. I Petr. 2,9-10), dat voortvloeit uit uw christen-zijn, brengt ook voor u een blijvende drievoudige opdracht met zich mee: een leven vanuit gebed en sacramenten, in gelovig samenleven en werken, en in gemeenschappelijke diaconie en evangelisatie.
 
De symboliek en genadevolle werking van de zalving is ten slotte vooral nauw verbonden met de werking van de H. Geest, die op een zalvende wijze overal doorheen trekt. Als Jezus in het evangelie spreekt over de zalving, is het over zijn zalving met de H. Geest. In het Oude Testament is het de Geest die vaardig wordt over gekozenen, als ze eenmaal zijn gezalfd. 
 
Evangelii Nuntiandi (Paus Paulus VI, 1975) stelt het zo (nr. 75): 
“Vervuld van "de vertroosting van de heilige Geest" (Hand. 9, 31) groeit de Kerk. De Geest is de ziel van deze Kerk. Hij is het die de gelovigen de diepe betekenis uitlegt van het onderricht van Jezus en van zijn mysterie. Hij is het die vandaag de dag net zo goed als bij het begin van de Kerk, werkt in ieder die evangeliseert en zich daarbij door Hem laat bezitten en leiden. Hij is het die hen de woorden ingeeft die zij uit zichzelf niet zouden weten te vinden, en die tegelijkertijd het hart van degene die luistert bewerkt om zich te openen voor het ontvangen van de Blijde Boodschap en van het verkondigde Rijk.
 
De technieken van evangelisatie zijn goed, maar zelfs de beste daarvan zouden de discrete werkzaamheid van de Geest niet kunnen vervangen. Ook de meest verfijnde voorbereiding van degene die evangeliseert, haalt zonder Hem niets uit. De overtuigendste redeneerkunst heeft zonder Hem geen vat op de geest van de mensen. De schemata op basis van sociologie en psychologie, hoe prachtig uitgewerkt ook, blijken zonder Hem leeg en waardeloos. (…) we sporen ieder dan ook aan onophoudelijk met geloof en vurigheid tot de heilige Geest te bidden, en zich met prudentie te laten leiden door Hem als de beslissende inspirator van hun programma's, hun initiatieven en hun evangeliserende activiteiten.”
 
Moge u allen, vooral vandaag, extra gezalfd worden met de H. Geest! 
 
+ Everard de Jong,
hulpbisschop van Roermond