Bij de zomer

Zomeravond

De takken van de bomen dansen in een groen ballet;
de ondergaande zon heeft er een spotlight op gezet.

De avondlucht is van een vreemd, doorschijnend blauw,
een witte windveer waaiert uit, verdwijnt al gauw.

De witte floxen in de tuin zijn één groot bruidsboeket,
een zwaluw scheert voorbij, gekleed in zwart jacquet.

Het pluisje van een paardenbloem daalt zachtjes neer;
de avond is zo vredig; niets verlang ik meer.

Maar deze stilte, deze schoonheid duren maar zo kort,
ik sluit ze in mijn hart; bewaar ze voor als ’t donker wordt.

Nel Benschop
Uit: Verzamelde gedichten