Homilie Europees schutterstreffen Neer

Homilie van diocesaan administrator mgr. dr. H. Schnackers bij gelegenheid van het Europees Schutterstreffen op vrijdag 17 augustus 2018 in Neer.

 
Enkele weken geleden mocht ik aanwezig zijn op het Oud Limburgs Schuttersfeest in het buurtschap  Sint Servatius Raam te  Kinrooi in België. Gelukkig had ik een plekje in de scha-duw weten te bemachtigen, want  - zoals typisch is voor 2018 - op alle zondagen scheen de zon, dus ook op die eerste zondag van juli. Ik had zelf te doen met de leden in alle leeftijden van de voorbij marcherende schutterijen, want in die hitte bleef het decorum voorop staan. In ‘parademars’ trok men onder applaus aan de tribune van genodigden voorbij, zich bewust van de bijdrage van de eigen vereniging aan onze eigen Limburgse schutterscultuur. 
 
Schutterijen zijn meestal verenigingen met een lange staat van dienst. Waarschijnlijk zijn het de eerste verenigingen die in onze streken zijn opgericht. Zo is het geen uitzondering als een schutterij in haar annalen de gebeurtenissen van om en nabij 400 jaar geleden heeft opge-tekend. Daarmee zijn deze verenigingen  beheerder van een eerbiedwaardige cultureel erfgoed. Dat is voor deze verenigingen een grote verantwoordelijkheid. Wie de annalen van menige vereniging doorneemt, kan lezen hoe de schutterij zich bewoog van bloeitijd naar bloeitijd, maar ook soms ook van crisis naar crisis. De annalen zijn, bij het naderen van onze moderne tijd, ook met imposante foto's voorzien, waarop grote ledenaantallen trots in de lens kijken. Men ziet aan de gezichten: "Wij zijn van de schutterij. Dat is niet niks.' Het zelfbewustzijn spat ervan af. Dat de schutterijen zich onderling gingen organiseren is pas van latere datum. De schuttersbonden behartigen de belangen van de aangesloten schutterijen en regelen hun belangen bij de overheid.
 
Het zich samen organiseren van de schutterijen heeft in de beide Limburgen geleid tot het elkaar ontmoetten, hetgeen steeds een gevoel van grote onderlinge verbondenheid geeft. Die verbondenheid is, ondanks dat de beide Limburgen sinds 1830 van elkaar gescheiden zijn, blijven voortbestaan. Maar wat op deze zondag in juli de ontmoeting was van de schutterijen en gildes van Belgisch en Nederlands Limburg, dat is vandaag een ontmoeting in Europees Verband. Wij kennen in Europa een indrukwekkende, alle grenzen overschrijdende  schutters- en gildecultuur. Daar zijn wij maar wat trots op. 
 
Vandaag zijn we samen om die onderlinge verbondenheid te beleven in  de Europese Gemeenschap van historische Schuttersgilden (E.G.S.). Dit Europees gilde, dat opgericht werd in 1955, telt bijna 1 miljoen schutters en hun gezinnen in ongeveer 2.800 broederschappen, gilden, schutterijen en verenigingen. Een niet te veronachtzamen achterban. In het door de oorlog gehavende Europa van de jaren ’50 van de vorige eeuw was het noodzakelijk dat nieuwe banden van gemeenschap en ontmoeting werden gesmeed. Er was zoveel dat mensen over de grenzen heen met elkaar verbond. Het mocht niet weer gebeuren, dat oude tegenstellingen werden aangewakkerd en opgerakeld zoals door de eeuwen heen zo vaak gebeurd was. “Nie wieder Krieg,” klonk het alom. Verbroedering van de volkeren was noodzakelijk en daarbij kon het schutterswezen met zijn grote achterban aan Europa een grote dienst bewijzen. 
 
Zoals ik al vermeldde, kunnen onze schutterijen terugzien op een rijke historie, waarbij de verwevenheid met de katholieke Kerk vanaf het begin aanwezig is. Op vele plaatsen was bij de oprichting het eerste doel van de schutterij niet om schutterij te zijn en onderlinge schietwedstrijden te houden. Het eerste doel was het organiseren van de Sacramentsprocessie en Ons Heer te beschermen tegen alle mogelijke vijandige hinderlagen en aanslagen. Voor de onderlinge samenhang en cohesie werd in de tussentijd de schietsport beoefend. 
 
Het mag vandaag zeker vermeld worden, dat juist hier in Neer de schutterij met de mooie naam “de Bussen Schutten” zich de eretitel “Beschermers van het heilig Sacrament” heeft verworven. Jaarlijks trekt op de tweede zondag na Pinksteren de processie uit. Deze processie verloopt volgens een eeuwenoud ritueel, dat teruggaat op een voorval uit de 80-jarige oorlog. Tijdens de verwoesting en plundering van Neer waren de Heilige Vaten, waaronder de kelken, uit de parochiekerk geroofd. De toenmalige Neerse schutterijen, Oude Schutten, Jonge Schutten en Bussen Schutten, achtervolgden de rovers, waarbij het nabij tot een treffen kwam. Het waren vooral de Bussen Schutten die zonder angst de vreemde troepen verdreven en de Heilige Vaten, waaronder de kelken, heroverden.  De parochie Neer dankt de Busse Schutten tot op de dag op hun blote knieën voor deze heldenmoed.  
 
Maar ook het Europese Schutterstreffen geeft vanaf het begin blijk van een kerkelijke inspiratie. De christelijke basis van het schutterswezen werd er gethematiseerd in de drieslag: “Voor God – voor een verenigd, Christelijk Europa – voor het leven.” Na de ervaring hoe een goddeloos regime van Nazi-Duitsland in heel Europa dood en ellende had gezaaid, zocht het schutterijwezen de ankerpunten op, waaraan het nieuwe Europa houvast en inspiratie zou kunnen vinden. 
 
1. “Voor God” 
God staat voorop. God is het begin en einde van alles wat bestaat. De verafgoding van een mens of van een bepaald ras, leidt alleen tot verderf, was de ervaring. De geboden Gods, ons overgeleverd in de Bijbel, zijn geboden die universeel zijn, voor alle volkeren en voor alle tijden. Zij drukken een wijsheid uit, die van alle tijden is. Waar deze goddelijke wijsheid  terzijde geschoven wordt, krijgt het kwaad een kans, was de ervaring. Daarom: Voor God.
 
2. “Voor een verenigd, christelijk Europa”
Na de oorlog zijn er ook op politiek en economisch terrein vele initiatieven tot verbroedering genomen. Mijn generatie heeft altijd in vrede mogen leven en heeft nooit oorlog gekend. Daar zijn wij heel dankbaar voor. Dit mogen wij mede dankzij de onderlinge verbroedering van de volken van Eu-ropa. 
 
We beleven helaas ook dat populistische sentimenten, die ontspringen aan een nationaal egoïsme, weer steeds meer aan de dag treden. Daar waar de christelijke inspiratie verstomt, krijgen deze sentimenten ruim kans. “America first,” dicteerde president Trump bij zijn inauguratie. Het krijgt vorm in sluiten van grenzen voor mensen. Aan ouders worden de kinderen ontnomen en kinderen worden van hun ouders gescheiden. Geen middel wordt geschuwd. Ook handelsoorlogen stellen de eigen economie voorop. En helaas, velen zeggen hem dit in alle mogelijke varianten na: “Me first”, “eigen volk eerst.” Maar voor de wereld die men als een dorp kan omschrijven, a global village, een wereld die onze huiskamer binnenkomt via radio en tv en social media, voor deze wereld mogen we ons niet afsluiten of enkel ons eigen belang voorop stellen. We moeten ons ervan bewust zijn, dat wij verantwoordelijk voor elkaar als mensen en niet enkel voor onze belangen. 
 
Niet zonder reden wordt er aan het ideaal van het verenigde Europa nog het aspect ‘christelijk’ toegevoegd. Het gaat niet alleen om een verenigd Europa, maar ook om het christelijk fundament van Europa, dat vanuit deze bezieling in de noden van deze wereld wil voorzien en niet enkel zijn eigen belangen wil veilig stellen. De eerste lezing uit de eerste Petrusbrief is voor ons een goede leidraad: “Laat je niet bang maken en laat je niet leiden door vreesachtigheid om je christenzijn waar te maken. Heilig je hart in Christus Jezus. Laat je door het evangelie de weg wijzen. Wees altijd bereid tot verantwoording. Zorg dat je geweten zuiver is en praat jezelf niet goed.” Deze woorden van de apostel Petrus bouwen voort op wat Jezus ons zei in zijn Bergrede: “Wees niet bang en sta in voor de waarheid.“ Elk haar op je hoofd is geteld.” En tenslotte: “Ieder die mij bij de mensen belijdt, zal ook ik als de mijne erkennen bij mijn hemelse Vader.”
 
3. Tenslotte willen de Europese schutterijen zich inzetten ‘voor het leven’ 
In de na-oorlogse tijd werd men zich ervan bewust, hoe weinig een mensenleven waard geweest was. Ook de geallieerden hadden zich met zinloze bombardementen op steden zoals Dresden, daaraan schuldig gemaakt. Zij hoefden zich daarvoor niet te verantwoorden na de oorlog. Maar voorop staat voor het schutterswezen, dat het mensenleven heilig is. Mij raakt telkens weer hoe er in de medische wereld gevochten wordt om het leven van een te vroeg geboren baby te redden. Dit kind mag niet sterven. Tegelijkertijd worden er massavernietigingswapens ontwikkeld en is de wapenindustrie het meest rendabel voor geldbeleggers. 
 
“Voor het leven” wil ook zeggen, dat er naar gestreefd moet worden dat mensen menswaardig kunnen leven. Goede sociale verhoudingen en goede werkomstandigheden moeten daarbij ook voorop staan. De mens is meer dan een productiefactor, die we door de automatisering kunnen uitschakelen. De mens is het hoogtepunt van de schepping, als man en vrouw door Gods geschapen naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Voor het leven, wil tenslotte ook zeggen, dat we er alles aan moeten doen dat mensen niet levensmoe worden. We mogen de filosofie van de zinloosheid niet bevorderen. Ons leven heeft betekenis. Daarvoor is Christus gestorven.
 
Het doet me goed om deze idealen hier als onze idealen te mogen uitdragen als een bijdrage aan een menswaardig Europa. We bidden God om zijn geest, dat Hij het beste eigenschappen in ons wakker roept . Het zullen altijd uitingen zijn van zijn liefde.
 
Amen

     
     
     
     
     
Susteren-Echt