-->

donderdag 02 september 2010  

   
Mail a friendPrint

TERUGBLIK JUBILEUM


BISDOMBLAD


BEZIN IN LIMBURG


PASSIESPELEN


INSTALLATIE BANNER


 

 

 

 

 

 


 

Limburgse priester werkt in hart van wereldkerk

Mgr. Peter Slors actief in Staatssecretariaat Vaticaan

(Uit bisdomblad De Sleutel, februari 2004)

door Matheu Bemelmans

Een bezoek brengen aan de in Rome wonende Limburgse priester Peter Slors is niet zo eenvoudig. De afspraak is telefonisch gauw gemaakt, dat wel. Maar zijn kantoor bevindt zich op een bijzondere plek: ín het staatssecretariaat van het Vaticaan, vlakbij de privévertrekken van de paus. Er zijn dan ook heel wat formulieren en stempels nodig om de Zwitserse Garde te kunnen passeren, die de toegang tot het centrum van de wereldkerk bewaken. Pas nadat monseigneur Slors vanuit zijn kantoor telefonisch laat weten dat hij inderdaad een gast verwacht wordt de weg vrij gemaakt.

Via een brede trap kom ik op een binnenplaats, die vanaf het Sint Pietersplein niet zichtbaar is. De hoge muur met de geblindeerde ramen erlangs wel. Daarachter bevinden zich de pauselijke verblijven. Op het plein staat een Engels camerateam. Zij wachten op een hoge anglicaanse functionaris die net op bezoek is bij de paus. Aan de andere kant van de binnenplaats is een grote deur met weer een Zwitserse gardist. De stempels doen wonderen en deze keer zwaaien de deuren probleemloos open. Een in livrei gestoken portier houdt de liftdeur open en samen zoeven we een paar etages omhoog.

 

Peter Slors blijkt een heel bescheiden man te zijn, die elke loftuiting over zijn hoge functie in de curie wegwuift. Ook de monseigneurtitel die hij mag dragen, maakt hem eerder verlegen dan trots. ,,Het is echt niet zo bijzonder, wat ik hier doe,’’ zegt hij bijna verontschuldigend. Waaraan hij zijn bijzondere baan te danken heeft, kan de oud-pastoor van Maastricht-Pottenberg ook niet vertellen. ,,In 1996 werd ik een keer bij bisschop Wiertz geroepen. Hij had het verzoek gekregen of ik op het Staatssecretariaat wilde komen werken. En zo ben ik hier beland.’’

 

Dat verzoek kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. De in 1959 in Utrecht geboren Slors werd na zijn priesteropleiding aan het grootseminarie Rolduc benoemd tot kapelaan in Berg en Terblijt. In 1986 ging hij naar Rome om oude kerkgeschiedenis te studeren. Na zijn studie werkte Slors in diverse parochies in Kerkrade en Maastricht en als docent op het seminarie Rolduc. Als het aan hem had gelegen, was hij dat nog jaren blijven doen, zo vertelt hij in een ontvangstkamer met uitzicht op het Sint Pietersplein. Maar acht jaar geleden kwam de vraag of hij Maastricht niet wilde ruilen voor Rome.

 

En zo is Slors in het hart van de wereldkerk terechtgekomen. ,,In het begin was het wel even wennen,’’ geeft hij toe. ,,Met name de hele dag achter een bureau zitten. Dat was ik als pastoor niet gewend. De sfeer binnen het Staatssecretariaat is heel collegiaal. Vooraf had ik verwacht dat het er heel formeel aan toe zou gaan, maar dat valt ontzettend mee. Het is gewoon een kantoor, waar iedereen zijn eigen taak heeft.’’

 

Die taak bestaat vooral uit het verwerken van de bergen post die elke dag van over de hele wereld over het Vaticaan worden uitgestort. ,,Wij zijn eigenlijk het secretariaat van de paus,’’ legt Slors uit. ,,Er komen dagelijks brieven binnen van staatshoofden, bisschoppen, nuntiaturen en gewone gelovigen. Met een team van ongeveer 50 man – priesters, religieuzen en leken - proberen we die te verwerken. We werken met collega’s van diverse nationaliteiten, zodat elke brief wel door iemand gelezen en vertaald kan worden.’’ Zelf staat Slors bekend om zijn brede talenkennis. Naast Nederlands, Frans, Duits, Engels en Italiaans, spreekt hij ook Spaans en Grieks en heeft hij verstand van talen uit de oudheid. ,,In het begin kreeg ik ook alle post in het Deens en het Noors op mijn bureau, omdat men dacht dat dit erg op het Nederlands leek. En met behulp van een woordenboek ben ik een heel eind gekomen.’’

 

Op de vraag of hij het werk leuk vindt, antwoordt Slors lachend: ,,Ach, hiervoor ben ik natuurlijk geen priester geworden. Maar het is werk voor de kerk en als ik hiermee een bijdrage kan leveren aan het grote geheel, wil ik dat graag doen.’’ Gevraagd naar de verschillen tussen het leven in Rome en Limburg somt hij een aantal zaken op. ,,Het werk als pastoor van een parochie is ontzettend intensief. Ik herinner me dat dag en nacht de telefoon ging. Hier ben ik na mijn werk vrij tot de volgende ochtend.’’

 

De bekende Italiaanse gemoedelijkheid bevalt Slors wel, al constateert hij dat ook in Rome het leven verandert: ,,De siësta is aan het verdwijnen. Steeds meer kantoren werken tussen de middag door. En de bureaucratie is hier verstikkend. Gelukkig komt de automatisering langzaam op gang. Als je naar de bank wilde, kostte dat vroeger een halve ochtend. Nu kun je dit soort dingen via internet veel sneller regelen.’’

 

Vanuit Rome probeert Slors de ontwikkelingen in Nederland te volgen. ,,Het is een deel van mijn werk. Alle Nederlandse zaken komen op mijn bureau terecht.’’ Over de vraag hoe in Rome tegen de Nederlandse kerk wordt aangekeken, denkt hij even na: ,,Welwillend. En soms met enige verbazing. Maar men wil ook niet dat het lijntje breekt. Het Vaticaan is goed op de hoogte van wat er in Nederland gebeurt. Maar speciale aandacht voor Nederland is er eigenlijk niet. Het is uiteindelijk maar een stipje op de landkaart. En veel problemen die in de Nederlandse kerk voorkomen, bestaan ook in Duitsland, België en Frankrijk.’’

 

Als medewerker van de curie komt Slors ook wel eens in contact met de paus. ,,Het is niet zo dat ik dagelijks bij hem binnenloop voor een kopje koffie, maar er zijn wel bijeenkomsten waarbij ik hem ontmoet. Ik heb ook wel eens persoonlijk met hem gesproken. Dat gaat dan altijd over het werk. De paus is iemand met een heel duidelijke visie op kerk en wereld en een zeer diepe spiritualiteit.’’ Op vragen over speculaties rond de ziekte en een mogelijk terugtreden van de paus, kan Slors niet ingaan. ,,Het spijt me, maar daar mogen wij ons als medewerkers niet over uitlaten.’’

 

Het dagelijkse leven in Rome bevalt Slors uitstekend. ,,Als historicus bevind ik mij hier natuurlijk in het paradijs. De geschiedenis ligt voor het oprapen.’’’ Om het pastorale werk niet helemaal te missen assisteert hij in een parochie in Rome. ,,De kerkbetrokkenheid is in Italië relatief laag. Maar de mensen die naar de kerk komen, zijn zeer geëngageerd. En het lijkt misschien gek, maar ook Italië kampt met een priestertekort. Niet zo ernstig als in Nederland, maar ook hier zijn minder roepingen. Het voordeel van Rome is dat er altijd voldoende priesters zijn om in parochies te assisteren.’’

 

Heimwee naar Nederland heeft de Utrechts-Limburgse priester niet echt. ,,Ik kom er niet zo vaak meer. Maar als ik er ben, vind ik het altijd wel leuk om even thuis te zijn.’’ En dan lachend: ,,Het enige dat ik hier mis zijn de rookworsten van de Hema.’’

 

--------------------------------------------

 

Noot van de redactie d.d. juli 2006

Mgr. Slors is deze maand op 47-jarige leeftijd plotseling overleden en op 27 juli 2006 te Rome begraven. In verband hiermee is dit artikel posthuum op de website van het bisdom Roermond geplaatst.

 
prev month Sep - 2010 next month
 MaaDinWoeDonVrijZatZon
35303112345
366789101112
3713141516171819
3820212223242526
3927282930123
 
 
 
 

 

 
 
WEEKAGENDA BISDOM
weekagenda bisdom


 
 
 
 

 

 
 
DE DRIEËNTWINTIGSTE
 
column van bisschop Frans Wiertz


 
 
 
 

 

 
 

ARTIKEL VAN DE WEEK