Vastenboodschap 2016

Ter voorlezing en/of publicatie in de Limburgse parochies in het weekeinde van 13 en 14 februari

Broeders en zusters,

In onze huiskamers hangen vaak familiefoto’s. Zij zijn een teken van de hechte onderlinge band. In kerken en in huizen met een uitgesproken katholieke signatuur prijkt vaak het portret van de paus. Als een teken van de innige verbondenheid met hem en via hem met die omvattende “familieband” die wij Kerk noemen. 

In onze gezinnen of families leven ondanks de saamhorigheid vaak spanningen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Soms is er verschil van mening, zijn er uiteenlopende opvattingen, ook over heel belangrijke zaken. De onderlinge eenheid dreigt soms wel eens gevaar te lopen. 

In de geloofsgemeenschap van de Kerk is het niet anders. Wij herinneren ons nog heel goed hoeveel schade de polarisatie van enkele decennia geleden heeft toegebracht aan de geloofwaardigheid van de Kerk. De eenheid is één van de onmisbare karakteristieken van de Kerk zoals Jezus deze bedoeld heeft. Elke afbreuk hieraan is zonde.

Daarom neemt het pausschap, dat steeds vaker ook het Petrusambt wordt genoemd, zo’n belangrijke plaats in binnen onze katholieke geloofsgemeenschap. Aan de apostel Petrus en aan zijn opvolgers, de bisschoppen van Rome, heeft de Heer de taak toevertrouwd over deze eenheid te waken. De paus oefent deze opdracht uit in gemeenschap met de lokale bisschoppen.

Petrus was de eerste die officieel een geloofsbelijdenis uitsprak. Hij zei tegen Jezus: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Hij deed dat niet uit eigen kracht, maar vanuit de genade van God. En Jezus antwoordde hem: “Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is” (Mt. 16,16v.). Deze geloofsbelijdenis is de grondslag geworden – de rots – waarop de Kerk van Christus is gebouwd. 

Dit getuigenis van Petrus en van zijn opvolgers werd het houvast voor een betrouwbare geloofsinhoud. De eeuwen door tot nu toe. Dit mag ook in onze tijd nog eens opnieuw onderstreept worden: het Petrusambt binnen de Kerk is de hoeder van eenheid in leer en leven. Het is de toetssteen, waaraan de Kerkgemeenschap haar waarheid en waarachtigheid telkens kan herijken.

Wij mogen God danken voor de pausen die ons in de afgelopen tijd als heilige herders zijn voorgegaan in het geloof. Zij hebben met name door middel van de routewijzer van het Tweede Vaticaans Concilie het schip van de Kerk de juiste baan gewezen; soms in woelige, stormachtige tijden. Wij mogen God vooral dankbaar zijn voor de in alle opzichten voorbeeldige herder die Hij ons in paus Franciscus heeft geschonken.

Wij leven op een scharniermoment van de tijden. Door de globalisering vallen afstanden en grenzen weg. Bij alle, vooral ook technische, vooruitgang mogen we niet blind zijn voor de schaduwkanten van deze nieuwe ontwikkeling. Het lijkt alsof er bij alle materiële rijkdom tegelijkertijd sprake is van een grote geestelijke leegte en onverschilligheid. Het proces van secularisatie en ontkerkelijking zet zich door en daagt ons als geloofsgemeenschap uit tot een hernieuwde evangelisatie.

Te midden van deze moeilijke situatie blijven woord en daad van paus Franciscus een voorbeeldfunctie uitoefenen. Binnen de Kerk en tot ver daarbuiten. Onvermoeid verkondigt de paus dag in dag uit zijn boodschap van de barmhartige liefde van God; in eenvoudige woorden die het hart van de mensen raken en die zonder veel omwegen onmiddellijk geput zijn uit de bron van ons geloof zelf: het evangelie van Jezus Christus. Een verkondiging die ingaat op vragen en moeilijkheden van de mens van nú; ook ten aanzien van de kerkelijke leer, vooral op moreel gebied. 

Paus Franciscus gaat geen vraag uit de weg. In de directe relatie met de mens in nood, met de armen, zoekt hij naar een antwoord, waarbij het evangelie van Gods barmhartigheid altijd als criterium voorop staat. Hij bewandelt daartoe ongebaande wegen. 

Niet iedereen in de Kerk is met deze benadering vertrouwd. Maar Franciscus, de hoeder van de eenheid, zet zijn poging de Kerk te hervormen door. Hij zoekt naar wegen om vooral tot eenheid te komen tussen de overgeleverde leer en het hedendaags leven. Een moeilijke opdracht, omdat hij rekening moet houden met van elkaar afwijkende religieuze en morele opvattingen in verschillende culturen. 

In onze gezinnen en families komt het erop aan om elkaars vragen niet uit de weg te gaan, maar om – ondanks meningsverschillen – de band van saamhorigheid vast te houden. In het gezin van de Kerk is het niet anders. Paus Franciscus staat garant voor de eenheid. 

In deze Veertigdagentijd in het Heilig Jaar van de Barmhartigheid vraag ik uw bijzonder gebed voor Paus Franciscus. Dat hij met kracht en wijsheid onze Kerk mag blijven leiden; en dat wij de weg - die hij ons als herder voorgaat - in volle overtuiging eensgezind mogen volgen. 

+ Franz Wiertz,
Bisschop van Roermond 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt