Keerpuntcolumn week 12, 2012
 ROEKELOOS MET EUROPA
De eerste generaties na 1945
waren zeer Europa-minded.
Er heerste een droom
van vrede en weg-met-grenzen.
Ten grondslag aan de Europese markt
van kolen en staal en verdere eenheid
lag zeker ook dat je met elkaars krachten
elkaars zwakten kunt aanvullen.
Gezien de Europese geschiedenis
voorkomt dat afgrenzing en oorlogen.
Intussen zijn we zozeer gewend aan vrede
en de vruchten van die samenwerking
dat we eerder terugkijken naar onze navel
en zuiniger staan tegenover de zwakken.
Ging het bij het begin van de Verenigde Staten niet net zo?
Aanvankelijk maakten dertien Britse koloniën
zich als onafhankelijke staatjes los van Engeland.
Er was wel één legeraanvoerder, Washington,
maar hij had losse legertjes ter beschikking.
Om die te kunnen financieren moest er één munt komen.
Virginia was rijk en had géén schulden.
In Virginia hield men aanvankelijk stevig de knip op de beurs.
Maar andere staten waren wél met schulden beladen.
Washington, die afkomstig was uit Virginia,
zag het grote goed van eenheid in
en wist hen te overtuigen de arme staten te helpen.
Allen waren natuurlijk wel Engelssprekend.
Zijn wij niet te roekeloos met 'het grote goed' Europa?
En is géven niet altijd zaliger dan te moeten ontvangen?
+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond
|