Willy Drummen: 'Doe eens gek, ga naar de kerk'

Geplaatst op: 02-01-2026
Alt Text

Tekst: Matheu Bemelmans | Foto's John Peters

Er is iets bijzonders gaande in de Kerk. In een tijd van krimp en kerksluitingen zijn er mensen die bewust de keuze maken om katholiek te worden. En hun aantal groeit. Willy Drummen uit Geleen is één van hen. Twee jaar geleden liet ze zich op haar 45e dopen en deed ze gelijk haar eerste communie en ontving ze het vormsel. “Mijn kinderen waren jaloers dat dit bij mij in één viering mocht en bij hun niet.”

"Dat de Friezen ons nou moeten komen bekeren," zei haar schoonvader onlangs nog gekscherend. Willy Drummen-Sikma kan er hartelijk om lachen. Ze werd geboren in Wergea, een klein Fries dorp onder de rook van Leeuwarden. Voor haar studie geneeskunde ging ze naar Rotterdam. Daar leerde ze haar latere Limburgse echtgenoot kennen en zo belandde ze in Geleen. “Ik heb er bewust voor gekozen om te emigreren binnen Nederland. En dat bevalt prima.”

In 2007 trouwden ze in de kerk van Spaubeek. “Ik was toen nog niet gedoopt, maar de sfeer in de kerk sprak me heel erg aan,” vertelt ze. Toch leidde dat nog niet meteen tot de wens om zelf ook katholiek te worden. Dat kwam pas toen haar kinderen, die als baby wel gedoopt werden, hun eerste communie deden. “Bij de oudste ging de communievoorbereiding nog via de school, heel traditioneel klassikaal. Dat ging min of meer vanzelf. Toen nummer twee aan de beurt was, had de parochie de communievoorbereiding overgenomen en was het veel meer een bewuste keuze.

De kinderen begonnen toen ook vragen te stellen: mama, waarom ben jij niet gedoopt? En mijn eerlijke antwoord was: ik weet het niet. Dat zette mij aan het denken. Van huis uit waren mijn ouders doopsgezind en als kind ben ik nog wel naar zondagschool gegaan. Maar mijn ouders waren ook heel humanistisch en met name mijn moeder vond dat wij zelf een keuze moesten maken als we volwassen waren.

Door de communievoorbereiding van mijn kinderen raakte ik in gesprek met onze toenmalige pastoor. Samen hebben we een weg gezocht om te kunnen toetreden tot de Kerk. Er bestond geen kant en klare catechesecursus voor volwassenen. Dat zette hem ook aan tot nadenken. Dat is nu ongeveer acht jaar geleden. Toen kwam corona. Dat zorgde voor allerlei onrust, ook bij mijn werk als arts. Die coronaperiode heeft zeker invloed gehad op mijn hele zoekproces, want dat was het. Ik ben lang zoekende geweest. Wel dopen, niet dopen? Ik heb best een tijd nagedacht over onderwerpen als euthanasie, de misbruikschandalen en de rol van de vrouw in de Kerk. Vooral bij het misbruik merkte ik dat ik niet die ellende op me hoefde te nemen. Tegelijkertijd leerde ik van mijn schoonmoeder hoe het geloof je kracht kan geven. Zij was een stille, krachtige, wijze vrouw en echt een voorbeeld voor mij. Ik worstelde met de misbruikschandalen, omdat ik de trauma’s bij mijn patiënten tegenkom. Toen dacht ik: dat verleden is niet van mij. Sindsdien maak ik een scheiding tussen het instituut kerk en het geloof. Het instituut is ingewikkeld, maar het geloof, daar is niks op tegen. Als je dat tegen mensen zegt, beamen ze dat en krijg je een echt gesprek over het geloof en laten ze hun verwijten jegens de Kerk los.

Mijn kinderen vroegen: mama, waarom ben jij niet gedooopt? Dat zette me aan het denken.

Ruimte om te twijfelen

Inmiddels hadden wij een nieuwe pastoor en hij gaf mij het boek ‘Katholicisme voor dummies’. Ik kon met allerlei vragen bij hem terecht. Hij gaf ook ruimte om te twijfelen. Ik mocht zoekende zijn. Ik wist op dat moment heel weinig over het katholieke geloof. Ik had bijvoorbeeld geen idee hoe de mis opgebouwd is. Hoe meer ik erover las, hoe meer vragen ik had. In de loop van de tijd heb ik mijn beeld over de katholieke Kerk flink moeten bijstellen. Ik dacht dat het geloof heel wettisch was, maar ik heb ontdekt dat het juist heel liefdevol is. Het mag óók schuren en er zijn stromingen binnen de Kerk. Er is ruimte om anders over dingen te denken. Ik voel dat het synodale proces dat nu gaande is, die ruimte ook biedt. In de loop van de jaren heb ik heel veel gesprekken over het geloof gevoerd. Ik ben ook bij verschillende nieuwe bewegingen gaan kijken. In de Paaswake van 2023 heb ik de stap gezet en ben ik gedoopt. In die mis heb ik een getuigenis gegeven over mijn keuze. Het katholieke geloof is heel spiritueel. Heel anders dan het doopsgezinde geloof van mijn jeugd. Ik ben ook heel spiritueel ingesteld. De katholieke wereldkerk is een grote rijkdom. Of je nu in een kerk in India komt, in Frankrijk of waar dan ook, je verstaat de taal misschien niet, maar je herkent de rituelen en je voelt je meteen onderdeel van een gemeenschap. Wat mij ook erg aanspreekt in de Kerk is de verbinding tussen generaties. Er zijn weinig plekken in de samenleving waar je alle generaties kunt ontmoeten. Zo leer ik de gebeden en liederen van ouderen.

Ik begrijp nog steeds niet alles van de Kerk. Toen ik pas naar de mis ging, vond ik dat heel spannend: doe ik het allemaal wel goed? Ik was bang dat iedereen iets van mij zou vinden, maar dat bleek helemaal niet het geval. Ik voelde me heel erg welkom. Katholieken relativeren ook meer dan protestanten. Het hoeft niet allemaal zo serieus te zijn. Ik vind het mooi dat dit in de katholieke Kerk juist samengaat.

Geloof geeft kracht

Toen ik aan vrienden en collega’s vertelde dat ik gedoopt zou worden, was ik bang voor negatieve reacties. Maar in plaats daarvan kwamen ze juist met allerlei eigen verhalen. Een vriendin vertelde opeens dat ze in haar jeugd door zusters liefdevol opgevangen was. Dat wist ik helemaal niet. Ik had haar uitgenodigd om naar mijn doop te komen. Ze is helemaal niet zo kerks, maar die Paaswake vond ze heel mooi. Toen ik een andere vriendin vroeg of zij mijn meter wilde worden, zei ze spontaan ja. Inmiddels ben ik er overheen om me druk te maken over wat anderen eventueel vinden: dit is iets van mij. Dan ontdek je dat veel mensen onbewust met hun geloof bezig zijn. Ik ga regelmatig met een groepje hardlopen. Als we langs een kapelletje komen, is dat vaker een punt om te rusten. Onderweg raak je dan onwillekeurig toch in gesprek over het geloof. Twee van die hardloopvrienden zijn deze zomer op de fiets naar Santiago gegaan en kwamen als pelgrim met inspirerende verhalen terug. Geloof geeft je van binnen ook kracht. Ik heb lang nagedacht over wat er bijvoorbeeld in een oorlog gebeurt. Dan worden mensen ontmenselijkt. Waarom houdt de één dat wel vol en de ander niet? Een sterk geloof kan je voor afgronden behoeden. Bij Titus Brandsma – ook een Fries – vond ik dat heel sterk. Ongelooflijk zelfs. Hij was lichamelijk op en toch stond hij in het kamp steeds voor anderen klaar. Zelf heb ik ook veel steun in mijn geloof gevonden toen ik problemen had op mijn werk en zelfs een tijdje uit het arbeidsproces raakte. Ik leerde vanuit het geloof en de bijbel veel over hoe wij mensen zijn en met elkaar omgaan. Door onder andere Bijbelteksten te lezen, ervaar je de kennis en de kracht om dóór te gaan. Ik voelde in de Kerk onvoorwaardelijke liefde.

Ik dacht dat het geloof heel wettisch was, maar ik heb ontdekt dat het juist heel liefdevol is.

Ik heb in die tijd zelfs getwijfeld of ik überhaupt nog wel als arts wilde werken. Net in die periode werd ik gevraagd om met een bedevaart mee naar Lourdes te gaan. Dat heeft een louterende werking op mij gehad. Het was een weldaad om daar te mogen zijn voor de zieke pelgrims. Toen dacht ik: ja, zo wil ik dokter zijn. Ik was enorm onder de indruk van Lourdes en van het pelgrim zijn. Dat was een paar weken nadat ik gedoopt was. Het kwam daardoor driedubbel binnen.

Inmiddels ben ik een paar keer mee naar Lourdes en Banneux geweest en wat me van die reizen vooral bijblijft, is dat we er heel veel plezier hebben en dat er naast de vele bezinningsmomenten ontzettend veel gelachen wordt. De openhartige contacten die je daar met mensen hebt, vind ik heel leuk. Ik werk nu als specialist ouderengeneeskunde en als ik bij mensen op hun kamer een Mariabeeld zie staan, heb ik direct een aanknopingspunt voor een gesprek.

Koudwatervrees

Sinds ik gedoopt ben, ben ik ook rustiger geworden. Ik laat me niet meer zo snel gek maken. Ik sport veel, ik zit in het bestuur van de fietsersbond Westelijke Mijnstreek, ik ben lid van een bijbelgroep en van de werkgroep spiritualiteit en zorg en ik help mee met de organisatie van de alternatieve kruisweg op Goede Vrijdag in Geleen. Onlangs heb ik ook gesolliciteerd naar een functie als reservist bij Defensie. Maar ik kan al die dingen alleen maar doen met de kracht van het geloof. Ik merk dat ik er plezier in heb. Na een eucharistieviering ben ik rustiger. Het geeft me de kracht om door te gaan. Ik ben nu ook veel dankbaarder voor alle dingen die ik mag doen. Dat komt ook door mijn werk in het verpleeghuis. Zieke mensen zijn heel krachtige mensen. Dat geven ze door. Als ik verdriet heb, geven zij mij kracht.

Na mij zijn er in onze parochie meer volwassenen gedoopt. Ik merk dat door mijn stap anderen in mijn omgeving meer over het geloof zijn gaan nadenken. Ook mensen die al bij de kerk betrokken waren. Ik heb lang koudwatervrees gehad, maar toen ik eenmaal de dam over was, voelde ik me opgenomen in de gemeenschap. Ik herken nu ook mensen uit de kerk op straat. Ik heb er een heel netwerk bij gekregen. Als ik merk dat anderen eenzaam zijn, zeg ik wel eens tegen ze: doe een gek, ga naar de kerk! Die ruimte is er nu. Jongeren vinden het helemaal niet gek als je dat zegt, terwijl ouderen vaak last hebben van achterhaalde denkbeelden. Maar er is iets aan het verschuiven.

Ik ken ook de verhalen dat ‘bekeerlingen’ extra fanatiek zouden zijn en ik zie op internet inderdaad dat jonge gelovigen wat conservatiever zijn. Tegelijkertijd ben ik heel blij met de openheid van jongeren. Mijn zoon moest op school een les verzorgen en hij had een rondleiding door de kerk georganiseerd. De pastoor werkte direct mee. De andere kinderen vonden het heel spannend om in een kerk rond te lopen. Ze kenden zo’n gebouw alleen van de buitenkant. Op een bepaalde manier was het heel missionerend.

Zelf ben ik niet zo’n fanatieke bekeerling, maar ik merk wel dat ik nu vaker gesprekken met mensen heb over het geloof. Zeker in de verpleeghuiszorg, waar vragen over de laatste levensfase aan de orde van de dag zijn. Veel mensen zijn bang voor het lijden. Maar er is geen overlijden zonder lijden. Mensen willen altijd de controle houden en alles zelf regelen. Maar je hebt God niet in je broekzak. Je moet je ook overgeven, loslaten en aanvaarden dat je ziek wordt. Daar kan het geloof bij helpen.

Soms lees je wel eens in een rouwadvertentie: ‘Hij heeft tot het laatst gevochten’. Dan denk ik: wat jammer. Had je er maar aan overgegeven. Je moet niet vechten. Jezus heeft het lijden op zich genomen en nu moeten wij dat ook doen. Liefde groeit als we het lijden op ons nemen. Dan is de spirituele cirkel rond. Ik heb een tijd in het ziekenhuis gewerkt en toen was ik een technische dokter. In het verpleeghuis ben ik meer een begeleider die hoop mag geven. Als patiënten er zelf om vragen, bid ik ook wel eens met ze. Dat geeft rust.

Maar je kunt niemand dwingen om te geloven. Je kunt alleen maar je eigen hart openen voor Jezus. Ik was ook zoekende. Ik had altijd een innerlijke eenzaamheid ervaren. Die is weg. Ik voel nu een innerlijke warmte. Het is alsof er continu een kachel in mij brandt. Dit zit nu heel diep ingebakken, dit gaat niet meer over.”

 

Willy Drummen-Sikma

Willy Drummen werd in 1977 in het Friese Wergea geboren en woont in Geleen. Ze woonde en studeerde geneeskunde in Rotterdam. Na haar studie verhuisde ze naar Limburg. Ze werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde voor diverse verpleeghuizen in Zuid-Limburg. Drummen is getrouwd en moeder van drie kinderen. Ze is als vrijwilliger onder meer actief in de Fietsersbond, de Stadsparochie Geleen en het Huis voor de Pelgrim.