Social Media

Aanmelden nieuwsbrief bisdom Roermond

* indicates required
Mailings bisdom Roermond

Zondag 8 augustus 2021 - 19e zondag door het jaar

1e lezing 1 Kon.19,4‑8 
2e lezing Ef.4,30‑5,2 
Evangelie Joh.6,41‑51 

 

God doorbreekt de moedeloosheid

Een van de allergrootste profeten, Elia, is in een depressieve bui. Hij zit diep in de put. Onlangs had hij een groot succes geboekt. Hij had de strijd aangebonden met de Baal-priesters aan het hof van de koning. Hij had laten zien dat niet de vruchtbaarheidsgod Baal, maar alleen Jahweh de ware levende God is. Vervolgens heeft hij al de Baälpriesters af laten slachten. Enthousiast had het volk zich achter Elia geschaard. Maar daarop was de koningin woedend geworden. Zij had de Baalpriesters aan het hof geïntroduceerd. Nu opent ze de jacht op Elia. Hij slaat op de vlucht. Zijn succes krijgt een nare bijsmaak. Is het wroeging over zoveel slachtoffers? Is het de haat van de koningin? Na een dagmars in de woestijn gaat Elia onder een struik liggen en zegt: “Laat me maar dood gaan. Het wordt me allemaal teveel.” Maar God stuurt hem eten en drinken, stuurt hem brood des levens uit de hemel. Elia knapt weer op en loopt gesterkt door Gods voedsel 40 dagen en nachten door de woestijn totdat hij de berg van God, de Horeb bereikte. God doorbreekt zijn moedeloosheid.

De Joden in het verhaal uit het evangelie willen niet erkennen dat Jezus de Zoon van God is. Johannes benadrukt in zijn evangelie heel duidelijk de goddelijke natuur van Jezus: Hij is enerzijds mens, door zijn moeder Maria, anderzijds God door zijn goddelijke Vader. Hij is door God gezonden, Hij is uit God. Hij is zelf het brood dat de Vader ons geeft, het brood ten eeuwigen leven. “Wie gelooft, heeft eeuwig leven”, zo zegt Jezus vandaag weer in het evangelie. Als wij geloven dat Jezus de Zoon van God is, hebben wij het eeuwig leven. En vandaag gaat Jezus in het evangelie nog een stap verder dan vorige week. Was het brood dat Jezus zelf is toen nog op te vatten in geestelijke zin, zijn Woord, nu geeft Hij duidelijk aan dat het meer is dan dat: “Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees.” Staat bij de andere evangelisten bij het Laatste Avondmaal: “Dit is mijn lichaam”, bij Johannes horen we in dit 6e hoofdstuk: “Dit is mijn vlees.” Hij maakt het nog concreter, nog directer. Jezus zegt ook “Ik zal het geven.” Hij verwijst daarmee naar zijn dood aan het kruis. Jezus sterft voor ons, Hij geeft zijn vlees “ten bate van het leven der wereld.” Hij sterft voor onze verlossing, zoals wij in het Onze Vader bidden “verlos ons van het kwade.” Dus in het Onze Vader spreken we zowel de bede om het stoffelijk brood als om het geestelijke brood uit.

Maar Jezus geeft aan dat het meer is: wij zullen zijn vlees eten. Hij sterft niet alleen omwille van ons, Hij geeft zich ook aan ieder van ons concreet in de Eucharistie. Telkens als wij de heilige Communie ontvangen, eten wij brood dat Jezus zelf is. Jezus komt in de heilige Communie werkelijk in ons hart, in ons lichaam. Door deze komst van Jezus in ons krijgen wij deel aan het eeuwig leven. Alleen de Eucharistie kan onze honger naar God stillen. Net als aan Elia geeft God ons ook steeds voedsel voor onze pelgrimstocht door het leven, ook als we het niet meer zien zitten. Laten we elke keer dat we de heilige Communie ontvangen, beseffen welke onvoorstelbare werkelijkheid wij ontvangen en God dankbaar zijn dat Hij ons deze genade deelachtig laat worden.   

Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie

Illustratie: Wim Johannesma