Social Media

Aanmelden nieuwsbrief bisdom Roermond

* indicates required
Mailings bisdom Roermond

Zondag 18 april: 3e Zondag van Pasen

1e lezing: Hand.3,13 15.17 19  
2e lezing: 1 Joh.2,1 5a  
Evangelie: Lc.24,35 48  

 

Een nieuw begin

Een concrete ervaring, een concrete ontmoeting met de verrezen Heer. Dat is niet alleen iets wat hier en in nu in deze Eucharistie gebeurt, maar ook iets waarvan het evangelie van vandaag verhaalt. Een ontmoeting die de leerlingen van toen - maar ook wij waarschijnlijk - nooit voor mogelijk hadden gehouden. In ieder geval bevinden wij ons vandaag in goed gezelschap, want de leerlingen van toen waren alles behalve ‘goedgelovige zielen’, mensen die zomaar alles geloofden wat hun werd voorgeschoteld. Als Jezus plotseling in hun midden verschijnt, menen ze in hun verbijstering en schrik een geest te zien. Maar zelfs nadat Jezus hun met eigen ogen had laten zien dat Hij het was, konden ze het van vreugde en verbazing nog niet geloven.

Eerst “verbijstering en schrik”. Dat kan en bestaat toch niet! “Als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren”, meende de rijke vrek te kunnen inbrengen. Maar de evangelist geeft blijk van realiteitszin als hij Abraham daarop laat antwoorden: “Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden, als er iemand uit de doden opstaat” (Luc.16,30-31). Maar als het dan toch gebeurt, is er in eerste instantie “verbijstering en schrik”, emoties die ons ‘met stomheid slaan, ons verlammen.

Pas in tweede instantie kan er plaats komen voor zoiets als “vreugde en verbazing”, emoties die al wat meer in en bij ons losmaken, maar die ons nog niet echt over de streep trekken. Dat is uiteindelijk wat geloof doet, het geloof dat de verrezen Heer zelf bij zijn leerlingen wakker maakt als Hij de woorden in herinnering roept “die Hij sprak toen Hij nog bij hen was: alles moet vervuld worden wat over Mij staat in de Wet van Mozes, in de profeten en in de psalmen.” Het geloof maakt duidelijk dat Jezus’ verrijzenis niet zomaar een of ander wonderbaarlijk ‘voorval’ is, maar dé heilsgebeurtenis bij uitstek. “Het lijden en sterven van de Messias en zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag, de verkondiging van alle volkeren, de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam.”

Om dat laatste was het God uiteindelijk te doen. Het was ‘de gelukkige schuld van Adam’ (exsultet) die de aanleiding vormde en het lijden, sterven en verrijzenis van Gods Zoon die het mogelijk maakte: dat wij weer met God verzoend zijn, dat wij weer Gods kinderen mogen zijn en als zodanig mogen delen in de heerlijkheid van Christus’ verrijzenis en eeuwig leven. Christus’ verrijzenis markeert een nieuw begin, niet alleen voor Jezus, maar meer nog, daar boven uit, voor ons allen die in zijn Naam gedoopt zijn.

Naar dat nieuwe begint refereert ook de plaats waar wij van dat alles getuigenis moeten afleggen: “…te beginnen met Jeruzalem”, in Jeruzalem, waar het allemaal heeft plaatsgevonden: Jezus’ lijden, sterven en verrijzen. Daar heeft God een nieuw begin gemaakt, daar is de nieuwe schepping begonnen. In Jeruzalem, in Jezus’ lijden, sterven en verrijzenis ligt ook het begin van ons nieuwe leven als gedoopten. Van dat nieuwe leven, dat wij in en bij ons Doopsel hebben ontvangen, mogen wij getuigenis afleggen. We doen het door het hier en nu te vieren, in en door de Eucharistie die ons hier weer heeft samenbracht.

Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie

Illustratie: Wim Johannesma