Social Media

Preek Beloken Pasen

Geplaatst op: 12-04-2026

2e zondag van Pasen (A). Beloken zondag. 12 april 2026 kathedraal Roermond. Ontvangst nieuwe katholieken

Hand 2,42-47; 1Pe 1,3-9; Joh 20,19-31

De Oostenrijkse priester en latere liturgiewetenschapper Pius Parsch diende in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) op het slagveld aan de Russische grens. Hij was daar als legeraalmoezenier. Op de zondag na Pasen werd er door de soldaten voor hem een veldaltaar opgebouwd in een boomgaard met witte kersenbloesem. Op de achtergrond klonk het gedonder van de strijdende legers. Deze diepe ervaring kwam bij Pius Parsch ieder jaar op deze dag weer boven. Hij noemt dat in zijn driedelig werkje Het jaar des Heren. Onze weg door het kerkelijk jaar, in het Nederlands vertaald in de jaren 1930. Aan de hand van deze boekjes kon je als gewone gelovige het kerkelijk jaar volgen en met meer begrip en achtergrond beleven. Het oorlogsgeweld, de strijd, te midden van de prachtige voorjaarsbloesem. In het Duits heet deze dag dan ook niet voor niets Weiϐer Sontag.

In de vroege kerk ontvingen de dopelingen na de begieting met water een wit doopkleed en een doopkaars. De hele week (het hele octaaf) liepen deze dopelingen in dat witte kleed als zij de dagelijkse vroegmis bezochten. Zij waren de ‘oogst’ van de kerk in dat jaar en dat wilde men laten zien. Op zondag droegen de dopelingen het kleed voor de laatste keer en legden het af: dominica in albis, de zondag in het wit. Nu was het nieuwe van het doopsel er af en werd men beschouwd als volwassen christen. In het gewone dagelijkse leven moet je het doopsel waarmaken. En het dagelijks leven zit vol van strijd, dilemma’s, keuzemomenten. Het contrast tussen het mooi gevierde paasfeest, het ontvangen doopsel en het dagelijks leven ervaarde Pius Parsch aan het altaartje tussen de witte kersenbloesem aan de Russische grens in de Eerste Wereldoorlog.

In het afgelopen jaar zijn jullie, speciale gasten, gedoopt, opgenomen in de volledige gemeenschap van de katholieke kerk of gevormd. Het was een stap op volwassen leeftijd … je hebt al ervaring met de strijd van het dagelijks leven, je hebt al op het oorlogsveld gestaan, je weet al wat beproevingen zijn.

De belangrijkste zin die Jezus vandaag uitspreekt is: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” Jezus richt zich tot Thomas die niet aanwezig was toen Jezus voor de eerste keer na zijn dood en begrafenis aan zijn leerlingen verscheen. Een week later, vandaag dus, is Thomas er wel bij. En weer verschijnt Jezus in het midden van zijn leerlingen en heeft dezelfde boodschap: “Vrede zij u.” En dan richt Hij zich speciaal tot Thomas: “Kom hier, met uw vinger en zie mijn handen. Kom met uw hand en steek die in mijn zijde en wordt niet ongelovig, maar gelovig.” Thomas wil zich laten overtuigen en láát zich overtuigen: “Mijn Heer en mijn God.”

Jezus richt zich vervolgens tot de andere leerlingen – en tot ons – met de woorden die direct op ons van toepassing zijn: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” Wij hebben Jezus nooit gezien, we kunnen Hem alleen ervaren hebben in het Woord van God (het lezen van de Bijbel), in het vieren van de sacramenten, met name de Eucharistie, in het dienstambt van de priester (wij hebben in de voorbereiding contact met hem gehad) en in de gemeenschap van de Kerk (we hebben andere gelovigen ontmoet en van hen geleerd). Paulus bevestigt de woorden van Jezus: “Zonder Hem gezien te hebben hebt gij Hem lief, zonder Hem nu te zien gelooft gij in Hem.”

Om tot geloof te komen, moet je geloofservaring opdoen, je moet iemand tegenkomen die over Jezus spreekt. Misschien is het internet wel een toegang geweest, maar uiteindelijk kom je bij iemand uit, een levende mens, een levende gelovige. Een gevoelde ervaring in combinatie met goed nadenken kan je ertoe aanzetten een nieuwe keuze te maken.

Wat veel nieuwe gelovigen in de katholieke kerk als bijzonder ervaren is de universaliteit van de Kerk. Ik ben als gelovige niet alleen aangewezen op mijn eigen kleine gemeenschap. Ik ben verbonden met christenen wereldwijd. En als het hier minder gaat, gaat het elders beter. De universaliteit van de Kerk blijkt ook in de liturgie die in principe wereldwijd hetzelfde is en steeds herkenbaar. Je kunt meevieren, ook als je de taal niet verstaat.

Wat veel nieuwe gelovigen ook aanspreekt in de katholieke kerk is de samenhang in de geloofsleer en het gegeven dat leer na het Tweede Vaticaans Concilie weer geactualiseerd is in de Catechismus. Die samenhang geldt voor de uitleg van de geloofsbelijdenis (‘wat geloven we?’), maar ook voor de moraal van de Kerk en voor haar sociale leer (‘hoe leven we?). Er is een universele eenheid en geloven, en daarbinnen natuurlijk een culturele pluriformiteit in geloofsuitingen. Die eenheid die geworteld is in de geschiedenis. Onze Kerk begint niet in de 16e eeuw, maar gaat terug op de apostelen. Vaak spreken protestanten over de katholieke kerk eerbiedig als ‘moederkerk’, en hoe waar is dat!

Waar nieuwe katholieken ook gevoelig voor zijn is sacraliteit en mysterie. We hoeven niet alles uit te leggen, we hoeven niet alles te snappen of rationeel te kunnen verklaren. Ik mag me laten raken door schoonheid. God, en ook de Kerk, blijft een mysterie. Mijn eigen leven als gelovige blijft een mysterie. De ratio is begrensd. “Het protestantisme mist de kracht van het mysterie, […]. Daar ligt de nadruk meer op persoonlijk geloof [daar kunnen we als katholieken wel iets van leren]. Dat heeft iets onbarmhartigs, want niet iedereen heeft veel persoonlijk geloof. Dan is het mooi om gedragen te worden door een kerkelijke gemeenschap die in alle symboliek en rituelen uitspreekt: wij geloven ook voor jou.” Kerk-zijn is samen geloven en elkaar helpen om te geloven.

Als nieuwe katholieken zijn jullie geroepen jullie eigen weg te zoeken in onze gemeenschappen. Met een frisse blik te kijken en deel te nemen aan het kerkelijk leven. Stel vragen waarom wij de dingen doen zoals we die doen … en die misschien helemaal niet meer dienstbaar zijn. Ga in gesprek met elkaar, met andere gelovigen, wees belangstellend, nieuwsgierig en bereid tot luisteren. En aan onze trouwe kerkgangers en parochianen zou ik willen vragen: sta open voor nieuwe gelovigen en zegt niet ‘we doen dit zo al jaren en dat moet zo blijven’. Een goede open sfeer is daarbij belangrijk. Ik heet u welkom bij onze katholieke kerk en hoop dat u er uw weg vindt.