Social Media

Preek chrismamis 2026

Geplaatst op: 01-04-2026

Jes 61, 13a.6a.8b9;
Openb 1, 5-8; Lc 4, 16-21

Ecce quam bonum et quam iucundum habitare fratres in unum
sicut unguentum optimum in capite
quod descendit in barbam, barbam Aaron
quod descendit in oram vestimentum eius;
sicut ros Hermon, qui descendit in montes Sion (Ps 133,1-2).

Hoe schoon en hoe weldadig is eendracht onder broeders;
als kostelijke olie op het hoofd,
die afdruipt op de baard, de baard van Aäron;
die afdruipt op de boord van zijn gewaad,
als Hermon-dauw die neerdaalt op de Sion.

Er is geen Bijbeltekst die beter past bij deze Chrismamis als de eerste twee verzen van Ps 133! Waarom? Wat maakt deze Chrismamis anders dan die van andere jaren? Het gaat toch ieder jaar over olie dat als het ware rijkelijk vloeit en overvloedig aanwezig is! Wat maakt deze Chrismamis anders dan die van andere jaren, dat het begin van Ps 133 zo goed past?

De priesters van het bisdom zullen het begrijpen. Eind februari waren wij twee dagen op Rolduc met meer dan 90 priesters om met elkaar rondetafelgesprekken te voeren in het kader van de synodale weg die we in het bisdom willen gaan. Iedereen heeft deze dagen als weldadig ervaren. “We zijn nog nooit op deze manier bij elkaar geweest”, was een van de uitspraken. En: “Ik was wat gereserveerd toen ik er naartoe ging, maar het was heel inspirerend om met andere priesters te kunnen spreken over onze roeping, ons werk, het kerkelijk leven en de toekomst van het bisdom en onze parochies.”

Zonder té idealistisch te worden en zonder precies te weten hoe het verder gaat, kan ik deze positieve ervaring onderschrijven. Het was goed om twee dagen intensief bijeen te zijn en met elkaar te spreken over waar wij ons leven aan geven: onze roeping tot het priesterschap en onze totale toewijding ten dienste van de Kerk. De twee dagen waren weldadig; ze waren als olie die afdruipt op de rand van ons gewaad.

In een Amerikaans onderzoek – dat in een vergadering van de bisschoppenconferentie voorbijkwam – staat: “Een priester heeft andere priesters nodig om priester te kunnen zijn.” Ik onderschrijf deze overtuiging. Je kunt niet zeggen: “Ik ben ooit geldig tot priester gewijd; ik zoek het verder wel uit met mijn parochianen, als die maar tevreden zijn. Zé – degenen die zorgen voor benoemingen – moeten maar tevreden zijn met mij. Zé kunnen toch niet om mij heen.” Als priester hoor je bij het presbyterium rondom de bisschop. Die broederschap hebben we ook nodig en is ook goed. Alleen samen kunnen we de Kerk van het bisdom opbouwen. En als priester geven wij het voorbeeld hoe om te gaan met elkaar.

Het is van wezenlijk belang dat iedere priester betekenis en zin ervaart in zijn leven en werk. Je hoeft niet rijk te zijn, je kunt niet altijd succes hebben, je zult te maken krijgen met moeilijkheden, maar je kunt niet gelukkig zijn zonder dat je in je leven betekenis ervaart. In het licht van het geloof en in de ogen van God heeft ons leven zin. Dat is een fundament. Maar het is voor ons zwakke mensen niet genoeg. Er is ook de menselijke kant: je moet het gevoel hebben dat jouw roeping voor anderen het verschil maakt. Je moet mensen om je heen hebben die blij zijn dat je er bent en voor wie je iets betekent. Een ongelukkige priester kan anderen niet gelukkig maken.

Dat het leven van een priester betekenis heeft, is niet altijd gemakkelijk te beleven in deze tijd van secularisatie en krimp. We steken enorm veel energie in ons werk, maar de vruchten zijn schamel en we zien die vruchten maar moeilijk. Ons geloof moet diepgeworteld zijn! “Het gaat er in de zielzorg toch op de eerste plaats om de mensen te bereiken in de intimiteit van hun geweten en niet om van de parochie een organisatorisch volmaakt functionerend apparaat te maken” (Onrust in de zielzorg, 32). Eind jaren 1940 werd al waargenomen dat Nederlanders goed kunnen organiseren, maar weinig spiritueel zijn. Men vroeg daar toe al aandacht voor: “Hier ligt de grootheid en de tragiek tevens van het priesterschap: de eigen persoon van de priester moet wijken voor het mysterie dat hijzelf tot stand doet brengen. De verkondiger, bewaarder en mededeler moet de bereidheid bezitten […] voor allen alles te zijn, het leven van de Kerk door zich heen te laten stromen, naar de anderen, niet ten koste van het persoonlijke, maar met wegcijfering van […] het ik […].” Als priester word je gevraagd je helemaal te geven aan de mensen die aan je zijn toevertrouwd en voor wie je benoemd bent. De mensen hebben daar, in de goede zin van het woord, recht op.

Wat ons als priesters enorm zou bevestigen is dat jonge mannen zich geroepen weten om op zoek te gaan naar Gods wil voor hun leven. Jonge mannen die erover nadenken zich aan God toe te wijden, zou ik willen vragen om na te denken over een plaats als priester in ons eigen bisdom … een bisdom met een eigen herkenbaar grootseminarie. Toen ik zelf voor die keuze stond in 1987 – en ik was in godsdienstig opzicht nog nat achter mijn oren – ik bedoel: niet bekend met jongerengroepen, bezinningsdagen, retraites etc. – heb ik na een zoektocht door het land voor mijn eigen bisdom ’s-Hertogenbosch gekozen. En toen ik eenmaal op het grootseminarie gestart was, was mijn criterium: heb ik het hier naar mijn zin? Het pakte goed uit. We zijn erg blij met alle priesters die uit het buitenland komen om hier de parochies te bedienen, maar we hebben voor de toekomst nood aan priesters van eigen Limburgse bodem. 

Toen Aäron de hogepriester van het oude verbond werd gezalfd, droop de olie op zijn hoofd in zijn baard en op zijn gewaad. De zalving met chrisma behoort tot het mysterie dat de priester is; het doortrekt zijn hele leven. Het maakt hem tot een andere Christus die het mysterie van het geloof uitdeelt. De olie van het priesterschap is olie van vreugde, het is de olie van de broederschap, het presbyterium in het bisdom. Het is de olie van de gezamenlijkheid die we aan alle gelovigen mogen voorleven, zodat zij zich gezalfd mogen weten als gedoopten.

De eenheid die de priesters uitstralen is belangrijk voor het kerkelijk leven. Het gaat niet om eenvormigheid, maar om de erkenning van elkaar talenten, om de complementariteit, om een gezonde pluriformiteit die vele verschillende mensen kan aanspreken. Laat de kostelijke olie afdruipen van uw hoofden tot op uw gewaad.

+ Ron van den Hout,
bisschop van Roermond