Zondag 11 januari 2026 – Doop van de Heer
1e lezing: Jes.42,1-4.6-7
Tussenzang: ps.29,1a.2-3.9b-10
2e lezing: Hand.10,34-38
Evangelie: Mt.3,13-17
Meer dan een ritueel
Waar gaat het vandaag om bij Jezus’ doopsel in de Jordaan? Om Johannes en het water of om de Geest en de openbaring? Ja, het doopsel moest zo zijn, al zag Johannes zelf heel goed in dat de Messias het niet nodig had. Laat het zo zijn, want juist dat moment wordt door de Vader uitgekozen om te openbaren dat Jezus de veelgeliefde Zoon is, in Wie Hij welbehagen heeft.
Een openbaring van Jezus’ goddelijkheid, in lijn met het feest van Openbaring vorige week. De gaven van de wijzen bevestigen dat het kind Gods eigen Zoon is. De Geest en het water bevestigen dat Jezus aan het begin van zijn openbaar leven, als Gods Zoon, de Messias, zal optreden. Petrus weet dat het daar om gaat. Daarom horen we ook in de tweede lezing: “Na het doopsel dat Johannes predikte, heeft God Hem gezalfd met de Heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond… want God was met Hem.”
Over het water wordt niet meer gesproken, want er is een nieuwe tijd aangebroken. Niet langer het doopsel van bekering, maar het doopsel van Geest, water en vuur. Niet langer doopt Johannes, maar in de tijd van de Kerk doopt Christus zelf als een mens in de naam van de Drie-ene God gedoopt wordt. Niet langer spreekt Jesaja tot ons in de eerste lezing over heil in de verte, maar over een heilig ‘heden’, over een openbaring in onze tijd, over het heil in Christus voor allen die zuchten onder hun aardse lot.
Waar gaat het om bij ons eigen Doopsel, lang of kort geleden? Voor velen is het iets wat erbij hoort, je laat je kinderen dopen zoals je zelf gedoopt bent. Laat het zo zijn, want zo is het vastgesteld.
Maar net als toen in de Jordaan is ons doopsel meer dan water en een ritueel, maar de werking van de Geest en Jezus die ons doopt. Het Doopsel is ook in ons leven als het ware de openbaring en bevestiging dat wij kinderen van de Vader zijn, de Geest die met ons is, en Jezus die ons leven draagt. Kinderen van de Vader, verlost door het water en het bloed, uit Jezus’ zijde voortgekomen op het kruis.
Ons Doopsel, onze uitverkiezing, onze roeping om heel ons leven dicht bij Jezus te blijven en in zijn Naam heil te brengen aan armen en noodlijdenden, om uitgezonden te worden voor het werk van de Messias, door de Geest die in ons werkt met zijn zeven gaven. Jezus is gedoopt, wij zijn gedoopt. In dit ene feest komt zijn uitverkiezing samen met de onze. Hij, de Zoon van God is in de wereld gekomen en wordt ons geopenbaard. Om het heil te zijn dat reikt tot de grenzen der aarde.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie

