Social Media

Aanmelden nieuwsbrief bisdom Roermond

* indicates required
Mailings bisdom Roermond

Bij Willibrordzondag

Op 10 november viert de Nederlandse kerk Willibrordzondag. Maastrichtenaren kunnen het tot op de dag van vandaag niet laten: Telkens als Willibrord als eerste grote geloofsverkondiger in Nederland gevierd wordt, roepen ze: ‘Toen Willibrord in Nederland kwam, waren wij – door het werk van Servaas – al 300 jaar christen. Wij – zeggen de Maastrichtenaren dan – hadden al communiepakjes aan, toen ze in Holland nog in berenvellen liepen. Een nuchtere Hollander hoorde ik daarop zeggen dat Servaas dan toch niet helemaal in zijn opzet geslaagd was, want anders had Willibrord niet hoeven komen om het karwei af te maken. Beiden – Servaas en Willibrord – gaven gehoor aan de opdracht van Jezus in het evangelie: “Ga en maak alle volkeren tot mijn leerlingen”. 

Niemand slaagt volledig in die opdracht om alle mensen tot Christus’ leerlingen te maken: Servaas niet, Willibrord niet en ook wij niet, terwijl er toch heel veel moeite voor gedaan is. Hoe vaak heb ik ouders niet horen zeggen: ‘Tja mijn kinderen…..ik heb geprobeerd ze het geloof mee te geven. En ze hebben hun kinderen ook wel laten dopen….heel af en toe komen ze ook in de kerk…maar wat ze verder met hun geloof doen…het is allemaal zo half…Maar het zijn goeie mensen, ze zijn goed met elkaar, ze hebben wat over voor een ander.’ Niemand slaagt volledig erin het ontvangen geloof door te geven. Servaas niet, Willibrord niet, wij niet. 

Wanneer mensen sociaal voelend en rechtschapen zijn, dan is dat al een goede vrucht van het geloof. Dat lezen we in de Hebreeënbrief: vergeet nooit elkaar goed te doen en te helpen, want dat zijn offers die God behagen. En toch – als ouders zoiets zeggen – dan is er zo’n zucht bij van: jammer dat we ons geloof niet genoeg naar onze zin hebben kunnen overbrengen. 

Waarom dat zo massaal niet gelukt is: daar zou je een hele boom over kunnen opzetten. Maar misschien dat we ons beter even kunnen bezinnen over de vraag waarom we dat zo jammer vinden. De reden daarvan is dat we merken dat het ons goed doet om te bidden en om trouw in Gods naam samen te komen en de mis te vieren. Juist dat zouden we onze kinderen en kindskinderen ook gunnen: de ervaring dat het onverklaarbaar goed doet om te doen wat Jezus gezegd heeft en wat we elke eucharistieviering herhalen: Blijft dit doen om mij te gedenken. 

Die kracht die we van Godswege mogen ervaren, een kracht om staande te blijven in het leven en onze taak te vervullen, blijft werkzaam in de wereld: zoals Paulus zegt: Jezus Christus is dezelfde: vandaan en morgen en tot in eeuwigheid. De God van Willibrord is dezelfde als die van de volle kerken van vroeger, is dezelfde als die van ons hier en nu, en zal dezelfde zijn voor onze kinderen. Ook in hen leeft zijn Geest. 

Geloof in God zal zich dus ook altijd een weg blijven zoeken in mensenlevens. Uiteindelijk zullen we altijd bij Hem uitkomen: wat voor omwegen we ook maken, wat voor dwaalwegen we ook inslaan. We mogen vertrouwen hebben dat zijn liefde dezelfde is: gisteren, vandaag en morgen; voor onze voorvaders Willibrord en Servaas, voor ons en voor de kinderen van onze kinderen. Met dat vertrouwen in ons hart is er geen reden om te wanhopen en mogen we de toekomst hoopvol tegemoet blijven zien. 

Harrie Smeets, 
bisschop van Roermond