Voorkomen misbruik

Hoe wij proberen seksueel misbruik te voorkomen

 

De recente aandacht voor seksueel misbruik in de katholieke kerk in de Verenigde Staten, Chili en Australië heeft het onderwerp weer bovenaan de agenda geplaatst. Paus Franciscus heeft in een brief aan alle gelovigen zijn afschuw uitgesproken en iedere vorm van misbruik, het goedpraten of in de doofpot stoppen ervan, veroordeeld. Hij spreekt van een “cultuur des doods” die uitgeroeid moet worden. Diocesaan administrator mgr. Schnackers zei in een interview met De Limburger dat elk geval van misbruik voelt “als een dolksteek”.

In de achterliggende jaren is in de publiciteit vooral het accent gelegd op het Rapport Deetman en het werk van de Klachtencommissie om slachtoffers van misbruik verantwoording en genoegdoening te laten krijgen. Tegelijkertijd wordt van verschillende kanten echter de vraag gesteld wat de kerk doet om misbruik te voorkomen? Dit is een terechte vraag. Het nieuws over de gebeurtenissen in Amerika zou de indruk kunnen wekken dat er sinds de enorme aandacht voor het onderwerp in Nederland in het begin van dit decennium helemaal niets veranderd zou zijn. Dat is niet het geval.

Hoewel het wellicht nooit genoeg zal zijn en er altijd aanvullend beleid denkbaar is, heeft het bisdom Roermond zich de afgelopen jaren ingespannen om in Limburg vooral ook nieuwe gevallen van misbruik zoveel mogelijk te voorkomen. De belangrijkste vragen en antwoorden op een rij.

 

Welke maatregen zijn er genomen?
Samen met de andere Nederlandse bisdommen en de Konferentie Nederlandse Religieuzen is er een nieuwe gedragscode Pastoraat opgesteld. Het bisdom Roermond kende sinds 2003 al eigen Gedragsregels. Deze waren per 1 juli 2014 vervangen door een landelijke Gedragscode Pastoraat. Afgelopen jaar is deze geëvalueerd. Per 13 april 2018 is een nieuwe – nog  verder aangescherpte –  gedagscode van kracht geworden.

 

Wat staat daarin?
In die gedragscode wordt beschreven dat mensen die voor de kerk werken zich bewust moeten zijn van hun voorbeeldfunctie in de samenleving en van de ongelijke machtsverhouding die vaak van een pastorale relatie uitgaat en welk gedrag daarbij past en wat als ongewenst of grensoverschrijdend gedrag wordt gezien. De hele gedragscode staat online en is voor iedereen na te lezen.

 

Voor wie geldt deze gedragscode?
Deze geldt voor een grote groep mensen die in de kerk werken. Dat zijn niet alleen de beroepskrachten (priesters, diakens, pastoraal werkers), maar ook alle vrijwilligers die met minderjarigen werken. Daarnaast geldt de Gedragscode Pastoraat nu ook voor beroepskrachten en vrijwilligers die werken met mensen met een verstandelijke beperking of andere kwetsbare personen. Bij de presentatie van de vernieuwde Gedragscode Pastoraat hebben de Nederlandse bisschoppen duidelijk aangegeven dat deze gedragscode géén vrijblijvend aanbod is, maar verplichte regelgeving voor iedereen binnen de genoemde doelgroep.

 

Zijn er nog andere maatregelen genomen?
Sinds 1 januari 2014 geldt dat voor iedereen binnen deze doelgroep een door de overheid afgegeven VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) moet worden overlegd. De VOG moet sindsdien bij elke nieuwe aanstelling worden aangevraagd voor priesters, diakens en pastoraal werkers, priesterstudenten en degenen die een opleiding tot diaken of pastoraal werker volgen, iedereen die wil toetreden tot een religieuze orde of congregatie en vrijwilligers en functionarissen die werken met minderjaren. (De VOG-regel geldt daarnaast ook voor degenen die werken met persoonsgegevens en financiën).

 

Wat gebeurt er in de opleidingen?
In de opleiding voor de diverse kerkelijke ambten en functies wordt het waken voor seksueel grensoverschrijdend gedrag nog intensiever dan voorheen aan de orde gesteld. Onder meer door de Gedragscode Pastoraat en de daaruit voortvloeiende professionele houding uitvoerig met studenten te bespreken.  Ook bij de aanname van nieuwe studenten vindt een zeer kritische screening plaats op geschiktheid.

 

Papier is geduldig. Wat gebeurt er in de dagelijkse praktijk met de gedragscode?
Bij de presentatie van de gedragscode hebben de Nederlandse bisschoppen iedereen die werkzaam is in de pastorale zorg uitgenodigd om met elkaar het gesprek over de Gedragscode Pastoraat aan te gaan. Het is de bedoeling dat in regionale priestervergaderingen en in overleg met vrijwilligers het onderwerp regelmatig op de agenda staat. Bovendien roept de gedragscode mensen die in de pastorale zorg werken op om met elkaar het gesprek over grensoverschrijdend gedrag aan te gaan en in geval van overtredingen daar melding van te maken. Waar het om gaat, is dat er mentaliteitsverandering tot stand komt en dat tot iedereen doordringt dat grensoverschrijdend gedrag op geen enkele wijze kan en mag getolereerd  worden en dat er ook niet over gezwegen mag worden.

 

Wat als het toch mis gaat?
Als van een priester of een andere kerkelijke functionaris in ons bisdom bekend wordt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt hij onmiddellijk op non-actief gezet, na verder onderzoek eventueel gesuspendeerd en in het uiterste geval uit het priesterambt gezet. Overplaatsen naar een andere parochie om het probleem te verhullen – wat in het verleden nog wel eens gebeurde – komt absoluut niet meer voor. In geval van zelfs maar de minste verdenking van seksueel misbruik van een minderjarige, wordt zonder meer aangifte gedaan bij de politie of het openbaar ministerie. Het bisdom hanteert een strikt zero-tolerancebeleid.

 

En de slachtoffers?
Die zijn altijd welkom bij het bisdom om hun verhaal te doen. Dat geldt voor mensen die we al eens gesproken hebben en die zich bijvoorbeeld nu door de publiciteit over het misbruik weer (extra of opnieuw) gekwetst kunnen voelen. Maar ook voor mensen die alsnog een melding uit het verleden willen doen. Verder bestaat er sinds 1 mei 2015  landelijk een heel nieuw Meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag. Er is een speciale website en een reglement waarin uitgelegd wordt wat onder grensoverschrijdend gedrag wordt verstaan en waar mensen die hiervan nu slachtoffer zijn geworden, zich kunnen melden. Ook dit moet bijdragen aan het doorbreken van een cultuur van zwijgen uit het verleden. Alle meldingen die bij het bisdom binnenkomen worden conform de voorschriften uit het reglement behandeld.

 

Is daarmee uitgesloten dat er nog ooit misbruik plaatsvindt?
Nee, helaas niet. Het kan altijd zijn dat er nog oude zaken bekend worden of dat ook nu mensen over de schreef gaan. Hoe erg het ook is, maar honderd procent garantie dat er nooit meer iets gebeurt, is moeilijk af te geven. Ieder geval is er gewoonweg een teveel. Daarnaast is het belangrijk dat er een mentaliteitsverandering plaatsvindt, voor zover dat nog niet is gebeurd. Daarom is het goed dat er veel over gesproken wordt en dat mensen die in het pastoraat werken zich nog meer bewust worden van hun voorbeeldrol en ook daarnaar handelen.

Tenslotte wil nog eens benadrukt worden dat het leed van misbruikslachtoffers niet in maten is uit te drukken en grote compassie vereist. Tegelijkertijd verlangt juist hun leed dat alles in het werk dient te worden gesteld om misbruik in de toekomst te voorkomen. Wij zijn het als Kerk juist tegenover hun verplicht en dienen het vooral niet bij woorden alleen te laten.